zondag 12 april 2020

De uitgang

"Wat vind jij het leukste aan een kermis?", werd mij gevraagd. Zonder nadenken antwoordde ik : "De uitgang". Als kind al had ik weinig op met de kermis. Net als met markten, de bus en bepaalde, benauwde winkels, zoals de Chinese toko in Leiden in de Pieterskerk-Choorsteeg schuin tegenover de V&D. De kermis vond ik ook zonde van mijn kleine beetje geld. Terugkijkend heb ik altijd al moeite gehad met drukte en bepaalde geuren. Als eerste keek ik vanaf mijn plaats waar de uitgang was. Wat geuren betreft, ben ik liever op een boerderij dan in een toko of restaurant.
Later ben ik dat allemaal wat beter gaan begrijpen. Toen een en ander mij uitgelegd werd omtrent mijn ikkie. Waarom dat zo was en nog steeds is. Het is met de jaren alleen maar erger geworden. En toch ben ik in mijn tienerjaren in disco's geweest. En op kermissen en markten. Ik vergelijk die situaties soms met die van het water. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het water; de zee, een meer en/of een rivier. Terwijl ik vrij gevoelig ben voor zeeziekte. En toch telkens weer naar het water toe en zelfs een paar keer in / op een boot stappen. Ook zoiets raars. Of is het een vorm van zelfkastijding? Voor het overige ben ik op zoek naar de uitgang. Naar rust.