Posts tonen met het label Sebo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sebo. Alle posts tonen
maandag 22 september 2025
maandag 4 oktober 2021
Herinneringen aan Haren
Weer een dierbaar plekje dat ik niet meer zal bezoeken. Want daar woont geen familie meer. In mijn vroegste herinneringen, kregen wij in de jaren 50 bezoek van een broer van mijn moeder. Oom Wim (ik ben naar hem vernoemd) en mijn moeder hadden een hechte band. Hij heeft mijn moeder in die naoorlogse periode veel gesteund. Af en toe kwam hij op bezoek, want hij woonde toen nog in Indonesië. Hij hield van fotografie en maakte tijdens die vakanties veel foto's.
Ik herinner me nog dat hij een keer naar Schiphol werd gebracht. Mijn grote broer mocht met mijn moeder mee. Ze werden door een taxi van meneer Fokkema, de overbuurman van mijn oma en opa, weggebracht. Ik vond het vooral sneu, omdat ik heel graag de vliegmachines van dichtbij had willen bewonderen.
Later kwam mijn oom getrouwd en wel naar Nederland. Het stel had toen ook al kinderen. Volgens mijn geheugen woonden ze eerst in een soort hotel in Assen. Later verhuisden ze naar Haren. Het contact tussen beide gezinnen bleef en werd dankzij de aanwezigheid van auto's hechter.
Zelf haalde ik het contact verder aan tijdens mijn militaire diensttijd in 1969 -1970. In de weekenden dat ik niet naar huis mocht (paraat weekend), stapte ik geregeld voor de kazerne op de bus. Hij bracht me van Zuidlaren naar Haren, waar ik op de Rijksstraatweg vlakbij de Hertenlaan uitstapte. Vervolgens stapte ik in een militair tempo in mijn pakkie deftig (eerste grijs) naar het huis vlakbij het Boermapark. Ik werd daar altijd erg gastvrij ontvangen. Terwijl een nichtje in mijn legerkisten op de gang rondstapte ( de schoenen leken 2x zo groot en mijn nichtje 2x zo klein) genoot ik van de huiselijke gezelligheid. Mijn oom bracht mij 's avonds steevast terug naar de kazerne. Dat heb ik altijd zeer bijzonder gevonden en op prijs gesteld.
Ook na het overlijden van mijn oom, zocht ik / zochten wij onze tante geregeld op. Ik vond het prachtig dat ze op oudere leeftijd alsnog aan de computer ging. En hoe! Ze kon er vrij goed mee overweg. Het is ons (inclusief tante) een keer overkomen, dat we daar op bezoek zijn geweest zonder iets lekkers te hebben gegeten. Tante en wij vonden dat heel erg raar. Zo raar, dat het later geregeld ter sprake kwam.
Meestal belde ik even op om te vragen of een bezoekje gelegen kwam. Dan vroeg tante vaak aan mij : "Wat wil je dan eten?" of : "Zullen we dan samen wat lekkers koken?" In de tijd dat ik nog geregeld in Groningen was vanwege mijn werk bij Centric, ging ik af en toe mijn lunchpauze houden in Haren. Ja, als het even kon ging ik op bezoek. Als we daar waren maakte ik vaak een wandeling door het Boermapark om twee honden uit te laten : tantes Timmie en onze Fenna. Die tijd is helaas geweest, rest ons nog de mooie herinneringen aan een lieve, vrolijke tante. Gelukkig heeft ze veel van haar trekjes doorgegeven aan haar kinderen.
Ik herinner me nog dat hij een keer naar Schiphol werd gebracht. Mijn grote broer mocht met mijn moeder mee. Ze werden door een taxi van meneer Fokkema, de overbuurman van mijn oma en opa, weggebracht. Ik vond het vooral sneu, omdat ik heel graag de vliegmachines van dichtbij had willen bewonderen.
Later kwam mijn oom getrouwd en wel naar Nederland. Het stel had toen ook al kinderen. Volgens mijn geheugen woonden ze eerst in een soort hotel in Assen. Later verhuisden ze naar Haren. Het contact tussen beide gezinnen bleef en werd dankzij de aanwezigheid van auto's hechter.
Zelf haalde ik het contact verder aan tijdens mijn militaire diensttijd in 1969 -1970. In de weekenden dat ik niet naar huis mocht (paraat weekend), stapte ik geregeld voor de kazerne op de bus. Hij bracht me van Zuidlaren naar Haren, waar ik op de Rijksstraatweg vlakbij de Hertenlaan uitstapte. Vervolgens stapte ik in een militair tempo in mijn pakkie deftig (eerste grijs) naar het huis vlakbij het Boermapark. Ik werd daar altijd erg gastvrij ontvangen. Terwijl een nichtje in mijn legerkisten op de gang rondstapte ( de schoenen leken 2x zo groot en mijn nichtje 2x zo klein) genoot ik van de huiselijke gezelligheid. Mijn oom bracht mij 's avonds steevast terug naar de kazerne. Dat heb ik altijd zeer bijzonder gevonden en op prijs gesteld.
Ook na het overlijden van mijn oom, zocht ik / zochten wij onze tante geregeld op. Ik vond het prachtig dat ze op oudere leeftijd alsnog aan de computer ging. En hoe! Ze kon er vrij goed mee overweg. Het is ons (inclusief tante) een keer overkomen, dat we daar op bezoek zijn geweest zonder iets lekkers te hebben gegeten. Tante en wij vonden dat heel erg raar. Zo raar, dat het later geregeld ter sprake kwam.
Meestal belde ik even op om te vragen of een bezoekje gelegen kwam. Dan vroeg tante vaak aan mij : "Wat wil je dan eten?" of : "Zullen we dan samen wat lekkers koken?" In de tijd dat ik nog geregeld in Groningen was vanwege mijn werk bij Centric, ging ik af en toe mijn lunchpauze houden in Haren. Ja, als het even kon ging ik op bezoek. Als we daar waren maakte ik vaak een wandeling door het Boermapark om twee honden uit te laten : tantes Timmie en onze Fenna. Die tijd is helaas geweest, rest ons nog de mooie herinneringen aan een lieve, vrolijke tante. Gelukkig heeft ze veel van haar trekjes doorgegeven aan haar kinderen.
vrijdag 22 januari 2021
Op Murugan in Artis
Tijdens een logeerpartijtje in de jaren 50 bij mijn oom en tante in Amsterdam Geuzenveld, ben ik een keer naar Artis geweest. Het zou zo'n 40 jaar duren voordat ik weer terugkeerde in die dierentuin.
Van mijn bezoekje aan Artis herinner ik (nog geen 7 jaar) me nog helder het moment, waarop een oppasser met een jonge olifant aankwam lopen. Mij werd gevraagd of ik op de rug van het beest wilde zitten. Natuurlijk zei ik : "Ja, meneer!" En dus werd ik opgetild en op de brede, harige rug gezet. Ik herinner me nog dat ik nadrukkelijk naar de grote, donkere haren van het jonge beest keek. Ik maakte een kort ritje en werd er toen weer afgetild. Ik weet niet of mijn tante er een foto van gemaakt heeft of gekregen heeft. Er werden namelijk foto's gemaakt. Verder wist ik niets van het gebeuren af.
Het duurde meer dan 60 jaar, toen ik onlangs plots een opvallend berichtje las over een jonge olifant in Amsterdam in de jaren 50. Ik was wat aan het grasduinen in de geschiedenis van die stad. Het verhaalde over de wens van Amsterdammertjes een babyolifant te willen hebben, voor Artis. In die tijd had de dierentuin enkel wijfjes olifanten. Het werd een groots initiatief inclusief een brief van de kids naar premier Nehru van India. Het gevolg was dat in 1954 een kleine olifant per schip in Amsterdam arriveerde. Hij kreeg een groots onthaal, want op de kade hadden zich duizenden mensen verzameld. Het olifantje werd Murugan genoemd en maakte vele tochtjes door de stad. En ja, ik heb dus op dat olifantje gezeten! Murugan dus. Niet eerder geweten. De olifant is 50 jaar geworden.
maandag 4 mei 2020
Het lot van Willem Alexander Sebo
KNIL militair W.A. Sebo, een broer van mamma, werd door de Japanners gevangen genomen en op transport gezet naar Birma. Daar moest hij aan de beruchte spoorlijn werken.
Dat waren de laatste berichten over hem, die de familie mocht vernemen. Dat duurde tot na de oorlog. Pas in de jaren 70 ontdekte een Nederlandse toerist op het Kanchanaburi War Cemetary in Thailand bij toeval een grafsteen met de naam Sebo. Omdat ze de familienaam in Nederland kende, werd een foto gemaakt. Toen bleek het te gaan om het graf van Willem Alexander Sebo. Hij was een van de krijgsgevangen, die omgekomen zijn tijdens een Brits bombardement op het spoorwegcomplex van Nong Pladuk. Dat vond plaats in de nacht van 6 op 7 september 1944. De Japanners hadden bewust gevangenen gehuisvest op het complex. De spoorlijn was klaar en er waren veel te veel gevangenen 'over'.
Later is gebleken, dat de aanwezigheid van Geallieerde krijgsgevangenen op vijandelijke doelen geen belemmering mocht zijn om die doelen te bombarderen.
Bombardement 7-9-1944
(citaat uit brief 2-1-1946 van C.M.Windhorst) :
"...Nonpladuc was een groot centrum van Jappen-activiteit, er waren uitgebreide werk- en opslagplaatsen, waar onze jongens corvee deden. Naast ons kamp grenzend stond een batterij luchtdoelartillerie, die in ’t begin nooit schoot als een vliegtuig hoog overkwam. In ons kamp waren volop schuilloopgraven gegraven, in Nonpladuc I waren die er echter niet. Op een goede dag begon toch de luchtdoel op de vliegtuigen te schieten. Nou dat was een consternatie in het begin. De bommenwerpers deden echter nooit wat terug, dus ook daar wenden we aan. We maakten elkaar altijd wijs, dat de geallieerden precies de ligging van de P.O.W. kampen wisten, dus ze zouden wel niet op ons gooien. Dat bleek echter mis te zijn, want in de nacht van 7 September 1944 kreeg Nonpladuc zijn eerste bombardement. De luchtdoel schoot al als een razende, toen de vliegtuigen overkwamen en de eerste bommen waren al gevallen voor we ’t in de gaten hadden door al dat lawaai. Er ontstond 500 meter buiten ons kamp op een zijspoor direct een reuze brand door een paar olietreinen, die daar stonden. Dat is ons geluk geweest, want de meeste vliegtuigen gooiden nu hun bommen in de brand in de hoop nog meer te vernielen. Drie uur lang zaten we in de loopgraven, ’t hele kamp onder de kruitdamp en links en rechts hoorde je de bommen komen aanfluiten. Voor Nonpladuc II liep het goed af, om 4 uur konden we weer naar bed. De volgende morgen zagen we pas, dat in het Kamp I een paar hutten tegen de grond lagen. Later kwamen de berichten binnen, 100 doden en 70 gewonden. Dat kamp had geen schuilloopgraven gehad en daardoor was het aantal zoo hoog, hoewel er maar 5 bommen in ’t kamp gevallen waren. Tragisch was, dat de dag tevoren juist 200 man van ons kamp was overgegaan naar Kamp I en dat onder hen de meeste slachtoffers vielen. Kort daarop werd Kamp II door de Jap opgedoekt..."
Dat waren de laatste berichten over hem, die de familie mocht vernemen. Dat duurde tot na de oorlog. Pas in de jaren 70 ontdekte een Nederlandse toerist op het Kanchanaburi War Cemetary in Thailand bij toeval een grafsteen met de naam Sebo. Omdat ze de familienaam in Nederland kende, werd een foto gemaakt. Toen bleek het te gaan om het graf van Willem Alexander Sebo. Hij was een van de krijgsgevangen, die omgekomen zijn tijdens een Brits bombardement op het spoorwegcomplex van Nong Pladuk. Dat vond plaats in de nacht van 6 op 7 september 1944. De Japanners hadden bewust gevangenen gehuisvest op het complex. De spoorlijn was klaar en er waren veel te veel gevangenen 'over'.
Later is gebleken, dat de aanwezigheid van Geallieerde krijgsgevangenen op vijandelijke doelen geen belemmering mocht zijn om die doelen te bombarderen.
Bombardement 7-9-1944
(citaat uit brief 2-1-1946 van C.M.Windhorst) :
"...Nonpladuc was een groot centrum van Jappen-activiteit, er waren uitgebreide werk- en opslagplaatsen, waar onze jongens corvee deden. Naast ons kamp grenzend stond een batterij luchtdoelartillerie, die in ’t begin nooit schoot als een vliegtuig hoog overkwam. In ons kamp waren volop schuilloopgraven gegraven, in Nonpladuc I waren die er echter niet. Op een goede dag begon toch de luchtdoel op de vliegtuigen te schieten. Nou dat was een consternatie in het begin. De bommenwerpers deden echter nooit wat terug, dus ook daar wenden we aan. We maakten elkaar altijd wijs, dat de geallieerden precies de ligging van de P.O.W. kampen wisten, dus ze zouden wel niet op ons gooien. Dat bleek echter mis te zijn, want in de nacht van 7 September 1944 kreeg Nonpladuc zijn eerste bombardement. De luchtdoel schoot al als een razende, toen de vliegtuigen overkwamen en de eerste bommen waren al gevallen voor we ’t in de gaten hadden door al dat lawaai. Er ontstond 500 meter buiten ons kamp op een zijspoor direct een reuze brand door een paar olietreinen, die daar stonden. Dat is ons geluk geweest, want de meeste vliegtuigen gooiden nu hun bommen in de brand in de hoop nog meer te vernielen. Drie uur lang zaten we in de loopgraven, ’t hele kamp onder de kruitdamp en links en rechts hoorde je de bommen komen aanfluiten. Voor Nonpladuc II liep het goed af, om 4 uur konden we weer naar bed. De volgende morgen zagen we pas, dat in het Kamp I een paar hutten tegen de grond lagen. Later kwamen de berichten binnen, 100 doden en 70 gewonden. Dat kamp had geen schuilloopgraven gehad en daardoor was het aantal zoo hoog, hoewel er maar 5 bommen in ’t kamp gevallen waren. Tragisch was, dat de dag tevoren juist 200 man van ons kamp was overgegaan naar Kamp I en dat onder hen de meeste slachtoffers vielen. Kort daarop werd Kamp II door de Jap opgedoekt..."
zondag 8 maart 2020
Sebo uit Portugal?
Volgens mij heb ik het niet eerder vermeld, al heb ik altijd gedacht van wel. In de informatie over de familienaam Sebo is twee keer beweerd, dat die naam oorspronkelijk uit Portugal afkomstig zou zijn. Andere informatie stellen uit Hongarije, maar toen was de naam nog Szabo. Ik werd daar gisteren even aan herinnerd, toen ik bij een Sebo op bezoek was. Mijn Portugees is niet meer wat het geweest is, maar ik ga toch proberen of ik met behulp van een Google vertaling in Portugal een zoekopdracht kan plaatsen.
Ik heb overigens wel gezien, dat de familienaam weliswaar ook in Portugal voorkomt, maar des te meer in het huidige Slowakije (ruim 1.200 registraties), Amerika (ruim 200) en Hongarije (ruim 150). Ik neig dan toch richting oost Europa te denken voor wat betreft de oorsprong van de familienaam. Met de wetenschap dat in die periode (1500-1600) de landgrenzen totaal anders lagen o.m. vanwege de Habsburgse monarchie)
Ik heb overigens wel gezien, dat de familienaam weliswaar ook in Portugal voorkomt, maar des te meer in het huidige Slowakije (ruim 1.200 registraties), Amerika (ruim 200) en Hongarije (ruim 150). Ik neig dan toch richting oost Europa te denken voor wat betreft de oorsprong van de familienaam. Met de wetenschap dat in die periode (1500-1600) de landgrenzen totaal anders lagen o.m. vanwege de Habsburgse monarchie)
dinsdag 21 februari 2017
Stamboom perikelen
Ik heb al een tijdje niet aan de stamboom gewerkt. Eerlijk gezegd werd ik wat depri van al die e-mails van dat systeem. De e-mails stellen mij op de hoogte van nog meer gevonden familieleden. Inmiddels staan ruim 200 mutaties te wachten om door mij gecontroleerd en eventueel bevestigd te worden. Wat een werk! Ik zou het ook anders kunnen zien. Er gewoon maar vanuit gaan dat we allemaal familie van elkaar zijn. Haha!
Ik wil mijn zoektocht wat gaan afbakenen. Zowel in de aftakkingen als in de tijd. Toch is het best wel een interessante zoektocht. Wat een familie zeg!
Ik wil mijn zoektocht wat gaan afbakenen. Zowel in de aftakkingen als in de tijd. Toch is het best wel een interessante zoektocht. Wat een familie zeg!
zaterdag 7 januari 2017
In het Hannoveraans leger
Mijn speurtocht naar onze voorouders van de kant van mijn moeder levert interessante informatie op. Tijdens mijn zoektocht belandde ik in de geschiedenis van het Pruisische leger in de 17e en 18e eeuw. Het werd deels een opfrisser van mijn lagere school geheugen op geschiedkundig niveau. Ik ging terug naar de tijd waarin in Europa nog flink oorlog gevoerd werd. Er blijkt veel officieel geregistreerd te zijn.
De Fransen en hun bondgenoten Rusland, Oostenrijk, Zweden en Saksen, trokken het Duitsland van toen binnen. De Pruissen kozen ervoor niet met de Fransen een verbond aan te gaan. Samen met bondgenoten Engeland (zie verwijzing rond het huwelijk met Prediger) en Hannover bond het de strijd aan tegen de Fransen (Slag bij Rosbach, 1757). De hertog van Cumberland, zoon van koning George 2, had het commando over de troepenmacht van zo'n 40.000 man.
Ik kwam ook een Fräulein von Sebo tegen die met een apotheker trouwde. Daarbij stond vermeld dat ze een dochter is van een luitenant Von Sebo.
dinsdag 13 december 2016
Astma
Deze week las ik over een meisje van slechts 16 jaar, dat aan een zware astma aanval is overleden. Triest, vooral omdat ik me nog heel goed herinner dat voor mij die leeftijd een mijlpaal was. Dan zou ik immers op een bromfiets mogen rijden. Dan zou het leven pas echt beginnen, dacht ik toen. Niet wetende dat het leven telkens weer opnieuw zou beginnen. Telkens op een andere manier.
Mijn lieve mamma had ook last van astma. Ze hoestte erg veel en heel heftig. Als kleine jongen dacht ik een paar keer dat ze dood zou gaan. Ze was erg kortademig en ik hoorde haar longen piepende geluiden voortbrengen. Ze brandde een poeder om haar ademhaling te verlichten. Vaak stond in het kleinste kamertje een schoteltje met de as van dat poeder. En een afgebrande lucifer ernaast.
Zo'n 50 jaar later stond ik weer bij haar bed. Ik herinnerde en herleefde mijn jeugdherinnering, met weer die angst dat ze zou gaan sterven :
Ik mag naar binnen, want mams is wakker. Het gaat na de operatie niet goed met haar. We maken ons ernstig zorgen. Voorzichtig pak ik haar hand vast en geef haar een kus op haar voorhoofd. “Dag mam”, fluister ik. Ze knijpt me zachtjes in mijn hand en fluistert met gesloten ogen : “Wim”. Ik kijk haar aan. Mijn lieve, dappere mams die daar zo hulpeloos in het bed ligt te snakken naar adem. Het vreselijke geluid van borrelend water, dat gelijke tred houdt met haar jachtige ademhaling. Ik voel me als 50 jaar terug in de tijd, toen ik als kleine jongen angstig bij haar bed stond terwijl mijn mamma zware aanvallen van astma had te verduren. Zachtjes strijk ik door haar grijze haren. Omdat ik nog steeds hoop dat ze wil vechten voor haar herstel na die zware operatie, vraag ik zachtjes : “Gaan we met uw verjaardag weer rijst eten mams?” Al die tijd zijn haar ogen gesloten, maar nu gaan ze langzaam open. Ze kijkt me aan en stamelt zacht : “Bid voor mij”. Ik stel haar gerust en zeg : “Ik bid telkens weer voor u, mams. Telkens weer. Ik vraag God of Hij u wilt helpen met uw wensen”. Ze knijpt weer een paar keer zachtjes in mijn hand, als blijk van dank. Haar ogen gaan weer langzaam dicht. Dan zegt ze iets haast onverstaanbaars. Of is het dat ik het niet wil horen? Dan dringt het toch tot me door wat ze zegt : “Naar Ruud , Joop, Hij moet me komen halen”. Ik merk de twijfels bij haar. Te moeten kiezen tussen ons hier en mijn vader en beide broers die haar voorgingen. Er schiet van alles door me heen. Ik raak in paniek. Maar dan zeg ik met alle moed en rust die ik nog weet te vinden en met pijn in mijn hart : “Als u wilt gaan mams, dan is dat goed”. Ze opent haar ogen en terwijl ze me verdrietig en toch ook dankbaar aankijkt, knijpt ze twee keer in mijn hand. En terwijl dat gebeurt, schiet door mijn hoofd de vertaling ervan : “Dag Wim”. Nog één keer leg ik mijn hoofd naast haar op het kussen. Nog één keer kus ik haar betraande wang. Nog één keer fluister ik : “Het is goed mams. Dag lieve mams. Ik hou van u”. Nog geen twee dagen later vertrok mamma op weg naar 'haar jongens'.
Mijn lieve mamma had ook last van astma. Ze hoestte erg veel en heel heftig. Als kleine jongen dacht ik een paar keer dat ze dood zou gaan. Ze was erg kortademig en ik hoorde haar longen piepende geluiden voortbrengen. Ze brandde een poeder om haar ademhaling te verlichten. Vaak stond in het kleinste kamertje een schoteltje met de as van dat poeder. En een afgebrande lucifer ernaast.
Zo'n 50 jaar later stond ik weer bij haar bed. Ik herinnerde en herleefde mijn jeugdherinnering, met weer die angst dat ze zou gaan sterven :
Ik mag naar binnen, want mams is wakker. Het gaat na de operatie niet goed met haar. We maken ons ernstig zorgen. Voorzichtig pak ik haar hand vast en geef haar een kus op haar voorhoofd. “Dag mam”, fluister ik. Ze knijpt me zachtjes in mijn hand en fluistert met gesloten ogen : “Wim”. Ik kijk haar aan. Mijn lieve, dappere mams die daar zo hulpeloos in het bed ligt te snakken naar adem. Het vreselijke geluid van borrelend water, dat gelijke tred houdt met haar jachtige ademhaling. Ik voel me als 50 jaar terug in de tijd, toen ik als kleine jongen angstig bij haar bed stond terwijl mijn mamma zware aanvallen van astma had te verduren. Zachtjes strijk ik door haar grijze haren. Omdat ik nog steeds hoop dat ze wil vechten voor haar herstel na die zware operatie, vraag ik zachtjes : “Gaan we met uw verjaardag weer rijst eten mams?” Al die tijd zijn haar ogen gesloten, maar nu gaan ze langzaam open. Ze kijkt me aan en stamelt zacht : “Bid voor mij”. Ik stel haar gerust en zeg : “Ik bid telkens weer voor u, mams. Telkens weer. Ik vraag God of Hij u wilt helpen met uw wensen”. Ze knijpt weer een paar keer zachtjes in mijn hand, als blijk van dank. Haar ogen gaan weer langzaam dicht. Dan zegt ze iets haast onverstaanbaars. Of is het dat ik het niet wil horen? Dan dringt het toch tot me door wat ze zegt : “Naar Ruud , Joop, Hij moet me komen halen”. Ik merk de twijfels bij haar. Te moeten kiezen tussen ons hier en mijn vader en beide broers die haar voorgingen. Er schiet van alles door me heen. Ik raak in paniek. Maar dan zeg ik met alle moed en rust die ik nog weet te vinden en met pijn in mijn hart : “Als u wilt gaan mams, dan is dat goed”. Ze opent haar ogen en terwijl ze me verdrietig en toch ook dankbaar aankijkt, knijpt ze twee keer in mijn hand. En terwijl dat gebeurt, schiet door mijn hoofd de vertaling ervan : “Dag Wim”. Nog één keer leg ik mijn hoofd naast haar op het kussen. Nog één keer kus ik haar betraande wang. Nog één keer fluister ik : “Het is goed mams. Dag lieve mams. Ik hou van u”. Nog geen twee dagen later vertrok mamma op weg naar 'haar jongens'.
maandag 19 oktober 2015
Uit oude kranten
Bladerend in een stapeltje oude kranten, in dit geval digitale versies van het Bataviaasch Nieuwsblad en het Soerabaijasch Handelsblad, stuitte ik op een paar interessante berichtjes. Zoals bekend was mijn moeder, Cornelia Sebo, eerst getrouwd met ene meneer Van Drunen. Het huwelijk was van zeer korte duur, omdat de man door een ongeval met een motorfiets om het leven kwam.Mamma heeft mij weinig verteld over haar eerste huwelijk. Mij is niet meer bekend dan wat ik hier boven schrijf. Ik heb haar er nooit naar gevraagd, omdat ik het gevoel had dat de kwestie nogal gevoelig zo niet traumatisch voor haar was.
De oude kranten vertellen mij nu wat meer en tonen zelfs een foto van mamma's eerste man J.A. van Drunen, een militair. Hij was pas 23 jaar toen hij in de rang van Brigadier bij de Kustartillerie verongelukte met een motor met zijspan tijdens een oefening op
Madoera. Hij werd later naar een ziekenhuis in Soerabaja overgebracht vanwege de ernst van zijn verwondingen. Daar overleed hij op dinsdag 26 september 1939. Uit de berichten maak ik op dat hij op dat moment pas zes weken met mamma getrouwd was. Van het huwelijk en/of hun ondertrouw heb ik (nog) geen berichten gevonden.
Van Drunen is met militaire eer begraven. Zowel van het ongeluk en de begrafenis zijn berichten in eerder genoemde kranten verschenen. Rechts boven een kort fragment uit een uitgebreid bericht. Van Drunens ouders woonden ten tijde van het ongeval in Voorschoten.
Begrafenis J van Drunen 1938
Hier het volledige krantenartikel over de begrafenis van J. van Drunen, mamma's eerste echtgenoot. Ik heb een paar artikeltjes bijeen geplakt.
donderdag 2 juli 2015
Wati Sebo overleden
![]() |
| Wati (staande links) en Guus (staande rechts) |
Guus was al eerder overleden aan een longaandoening. Wati is hem onlangs gevolgd. Wij condoleren de familie met het verlies van Wati en wensen hen veel sterkte toe.
vrijdag 22 augustus 2014
Verzwegen geschiedenis
Om heel begrijpelijke redenen willen veel mensen, die de oorlog hebben meegemaakt, pertinent niet over die periode praten. Ze hebben die ervaringen diep weggestopt, om er maar vooral niet meer aan herinnerd te worden.
Als naoorlogs kind ben ik echter wel erg benieuwd naar die periode. Het draagt bij om die generatie nog beter te begrijpen. Want voor de wederopbouw, was er eerst het lijden. Aan de andere kant ben ik nu eenmaal erg geïnteresseerd in het wel en wee van de familie.
Mijn zoektochten hebben geleid tot een duidelijker beeld van de belevenissen van een tweetal familieleden, dat als krijgsgevangenen op transport is gesteld naar Japan. Daar, in en in de buurt van Nagasaki, zijn beiden tewerkgesteld. Ze hebben beiden de oorlog met veel geluk (?) overleefd, ondanks dat ze zich nog geen twee kilometer van de plek bevonden waar de A-bom is gevallen. Een reconstructie van hun transport naar Japan deed mij nog beter begrijpen, waarom zij liever over die afgrijslijke periode zwijgen. Ik wil nog een paar zaken bij andere familieleden verifiëren, alvorens mijn bevindingen definitief vast te leggen. Ze brachten mij nog meer respect dan ik al voor hen had en nog steeds heb.
Als naoorlogs kind ben ik echter wel erg benieuwd naar die periode. Het draagt bij om die generatie nog beter te begrijpen. Want voor de wederopbouw, was er eerst het lijden. Aan de andere kant ben ik nu eenmaal erg geïnteresseerd in het wel en wee van de familie.
Mijn zoektochten hebben geleid tot een duidelijker beeld van de belevenissen van een tweetal familieleden, dat als krijgsgevangenen op transport is gesteld naar Japan. Daar, in en in de buurt van Nagasaki, zijn beiden tewerkgesteld. Ze hebben beiden de oorlog met veel geluk (?) overleefd, ondanks dat ze zich nog geen twee kilometer van de plek bevonden waar de A-bom is gevallen. Een reconstructie van hun transport naar Japan deed mij nog beter begrijpen, waarom zij liever over die afgrijslijke periode zwijgen. Ik wil nog een paar zaken bij andere familieleden verifiëren, alvorens mijn bevindingen definitief vast te leggen. Ze brachten mij nog meer respect dan ik al voor hen had en nog steeds heb.
maandag 5 maart 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -10-
![]() |
| De jaren 60 |
![]() |
| Begin jaren 90 |
Kotok in Djember
Plaats: Djember
Residentie: Oost-Java
Regio: Java Ligging: Djember ligt ten zuiden van Malang (Oost-Java). Kotok lag ongeveer 14 kilometer ten noordoosten van Djember. In de periode 21 april 1946 - mei 1947 was dit een republikeins kamp >> Andere naam: Kottok Geïnterneerden: mannen; vrouwen en kinderen Aantal geïnterneerden: 842 Informatie: Eind april 1946 werden in een aantal administrateurswoningen van de Besoeki Tabaksmaatschappij, omheind met bamboe gedekt, vrouwen en kinderen uit de omgeving geïnterneerd. Aan hen werden vrouwen en kinderen uit de kampen Bataän (Djember) en Kendenglemboe (Banjoewangi) toegevoegd, terwijl in het kader van evacuatie in december 1946 ook jongens en mannen uit kamp Bataän naar Kotok overgebracht werden. Het kamp was overvol. Men ontving per persoon per dag 200 gram rijst, groente, tempeh, koffie, suiker en zout. Bij de poort van het kamp kon men inkopen doen. Water was er onvoldoende, de sanitaire voorzieningen waren slecht. Wekelijks kwam een dokter op bezoek, terwijl onder de geïnterneerden in het kamp een verpleegster aanwezig was. Aan familie mochten brieven worden gestuurd. Het kamp werd op 9 september 1946 door een vertegenwoordiger van het Rode Kruis bezocht. Vanaf oktober van dat jaar werden groepen vrouwen en kinderen via Malang naar Batavia geëvacueerd, tot het kamp in mei 1947 volledig ontruimd was. Commandant: Moh. Rais Kampleiding: mw. M.H. Edie-Horsting
Mamma heeft in dat kamp met Hanny een kamer gedeeld met mevr. Strooing [niet zeker] en nog een ander persoon. Daarna zijn ze met de trein naar Malang overgebracht. Daar verbleven ze mamma met Hanny gescheiden van tante Pieng in De Wijk. Na het verblijf in Malang zijn ze naar Batavia gebracht. Toen zijn ze bevrijd en hebben ze hun vader na 6 jaar weer teruggezien.
Na de oorlog vertrok Cornelia met dochter Hanny (geboren in juni 1942) naar Holland. Dat was in mei 1947 met de ss. Nieuw Holland. Het schip vertrok vanuit Tandjong Priok en kwam via het Suezkanaal op 20 juni 1947 aan in Amsterdam. Mamma was in verwachting van hun eerste zoon, Joop jr. In eerste instantie woonde ze samen met man en kinderen in bij de ouders van JPF in Leiderdorp. Later betrokken ze een nieuwe duplexwoning aan de Resedastraat. Ze kregen zeven kinderen. JPF overleed op 25 oktober 1997. Cornelia van Oudshoorn-Sebo overleed op 29 maart 2007 na een zware hartoperatie.
woensdag 8 februari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -9-
Tante Jet was de eerste dochter van opa en oma Sebo-de Haan. Henriëtte Sebo werd op 17 april 1917 geboren. Tante Jet had drie kinderen uit haar eerste huwelijk (met Jan Helder) : Theo, Rudolf en Renie. Uit haar tweede huwelijk, met oom Klaas Steendam kwamen twee kinderen voort, een zoon (Willy) en een dochter (Linda). Ze woonden in Amsterdam. Tante Jet en mamma ontmoetten elkaar regelmatig. Tante Jet overleed in september 1977 aan diabetes. Ik herinner me dat ze voor haar overlijden een bijzondere interesse had in Sonja's zwangerschap. Sonja was in verwachting van onze eerste zoon, Ben (geboren in november 1977), en vroeg telkens of ze de buik even mocht vasthouden. En dat mocht. Ze genoot van de bewegende baby. Oom Klaas overleed op 23 juni 2005 te Amsterdam.
vrijdag 3 februari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -8-

Willem Marius Sebo, oom Wim, werd geboren op 21 februari 1915 en was ook een zoon van Carel Alexander Sebo en Maria Nicoline Sebo-de Haan. Tijdens de oorlog werd hij te werk gesteld in Japan. Daar ontmoette hij een neef van hem, Frans, de zoon van Cornelis Gustaaf (oom Nelis) en Omy. Samen overleefden Willem en Frans met veel geluk de aanval met de atoombom op Nagasaki. Neef Frans vertelde dat hij samen met oom Wim in het krijgsgevangenenkamp "Fukuoka 14" had gezeten in Nagasaki. Dit was een kamp bij een scheepswerf waar gevangenen moesten werken. Enkele weken voordat daar de A-bom viel werd neef Frans overgeplaatst naar de mijnen in de bergen. Oom Wim zelf was toevallig net ondergronds, toen de A-bom viel. Over de oorlogstijd werd verder niet gesproken.Oom Wim trouwde op 10 september 1952 met Victoria Adolphina Westerlink, mijn lieve tante Pieng. Ze is geboren op 16 oktober 1929 te Loemadjang (Ned.Ind) en overleed op 28 september 2021 te Haren (Gr). Ze kregen samen zes kinderen, waarvan een op jonge leeftijd overleed. W.M Sebo overleed op 23 maart 2005 te Haren (Gr) na een werkzaam leven als administrateur.
Eind jaren 50 vertrokken zij naar Holland. Ze kregen samen zes kinderen, waarvan een op jonge leeftijd overleed. Oom Wim speelde een belangrijke rol in het leven van zijn zusje Cornelia Sebo (mamma). Hij heeft haar veel gesteund.
woensdag 1 februari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -7-
Willem Alexander Sebo was ook een zoon uit het huwelijk van van Carel Alexander Sebo en Maria Nicolina de Haan.
Willem Alexander Sebo (W. A) is geboren op 14-1-1912 . W.A. was gehuwd met ene Jamina. Samen kregen zij drie zonen : Max, Arnold en Ferdinand (allen overleden). Volgens mijn informatie was Alex ‘the hunter’ van de familie. Hij had een oud hagelgeweer, dat hij met een touw moest vastbinden voordat hij kon schieten. Zijn neef Carl (broer van Hank) ging toen altijd met hem mee op de jacht en was daarom ook een verwoede jager geworden. Over Oom Alex bestond lange tijd onzekerheid. Hij was als militair krijgsgevangene naar Japan getransporteerd. In de jaren 70 ontdekte bij toeval een kennis van een lid van de Sebo-familie dezelfde familienaam op een grafsteen in Thailand. Ze nam een foto van de grafsteen. Het bleek om het graf van oom Alex te gaan. Hij was op 7 september 1944 omgekomen in de buurt van Birma, waar hij als krijgsgevangene aan het werk was aan de beruchte spoorlijn. Dat gebeurde tijdens een nachtelijk bombardement door Engelse RAF op Nong Pladuk*) . Alex ligt begraven in het huidige Thailand op een groot ereveld voor slachtoffers, die aan de Birma spoorlijn hebben gewerkt. De oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Kanchanaburi, waar oom Alex begraven is, is één van de drie begraafplaatsen waar krijgsgevangenen rusten die zijn omgekomen bij de aanleg van de Birma-Spoorlijn. De graven zijn bijeengebracht van vele plaatsen langs de spoorlijn.
De aanleg van de Birma-Spoorlijn duurde van oktober 1942 tot december 1943. In totaal zijn er bij de aanleg ongeveer 13.000 krijgsgevangenen en tussen de 80.000 en 100.000 burgers omgekomen. Op de oorlogsbegraafplaats zijn 5084 graven van soldaten uit het Gemenebest. Daarnaast zijn er ook 1896 Nederlandse oorlogsgraven.
*) Een voormalig gevangene beschreef het voorval : “We were moved to Nong Pladuk. There were two large POW camps at the junction of the Singapore-Bangkok and Thai-Burma railways. Strategically, this was an inevitable target for the Allies, who by 1944 were increasing their air attacks on Japanese positions. No.1 Camp was situated right by the railway and the prisoners knew they were 'sitting ducks'. Being bombed by the RAF on the night of 6-7th September 1944 was a terrible experience. 76 fellow prisoners died that night and there were several hundred casualties.”
Willem Alexander Sebo (W. A) is geboren op 14-1-1912 . W.A. was gehuwd met ene Jamina. Samen kregen zij drie zonen : Max, Arnold en Ferdinand (allen overleden). Volgens mijn informatie was Alex ‘the hunter’ van de familie. Hij had een oud hagelgeweer, dat hij met een touw moest vastbinden voordat hij kon schieten. Zijn neef Carl (broer van Hank) ging toen altijd met hem mee op de jacht en was daarom ook een verwoede jager geworden. Over Oom Alex bestond lange tijd onzekerheid. Hij was als militair krijgsgevangene naar Japan getransporteerd. In de jaren 70 ontdekte bij toeval een kennis van een lid van de Sebo-familie dezelfde familienaam op een grafsteen in Thailand. Ze nam een foto van de grafsteen. Het bleek om het graf van oom Alex te gaan. Hij was op 7 september 1944 omgekomen in de buurt van Birma, waar hij als krijgsgevangene aan het werk was aan de beruchte spoorlijn. Dat gebeurde tijdens een nachtelijk bombardement door Engelse RAF op Nong Pladuk*) . Alex ligt begraven in het huidige Thailand op een groot ereveld voor slachtoffers, die aan de Birma spoorlijn hebben gewerkt. De oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Kanchanaburi, waar oom Alex begraven is, is één van de drie begraafplaatsen waar krijgsgevangenen rusten die zijn omgekomen bij de aanleg van de Birma-Spoorlijn. De graven zijn bijeengebracht van vele plaatsen langs de spoorlijn.
De aanleg van de Birma-Spoorlijn duurde van oktober 1942 tot december 1943. In totaal zijn er bij de aanleg ongeveer 13.000 krijgsgevangenen en tussen de 80.000 en 100.000 burgers omgekomen. Op de oorlogsbegraafplaats zijn 5084 graven van soldaten uit het Gemenebest. Daarnaast zijn er ook 1896 Nederlandse oorlogsgraven.
*) Een voormalig gevangene beschreef het voorval : “We were moved to Nong Pladuk. There were two large POW camps at the junction of the Singapore-Bangkok and Thai-Burma railways. Strategically, this was an inevitable target for the Allies, who by 1944 were increasing their air attacks on Japanese positions. No.1 Camp was situated right by the railway and the prisoners knew they were 'sitting ducks'. Being bombed by the RAF on the night of 6-7th September 1944 was a terrible experience. 76 fellow prisoners died that night and there were several hundred casualties.”
maandag 30 januari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -6-
![]() |
| Wil en Dora Pieters |
De tweede zoon uit het huwelijk van Maria Nicolina de Haan en Carel Alexander Sebo, heette Henri Alexander Sebo. Henri is geboren op 17 december 1898. Hij trouwde met Fien Françoise Bor. Samen hadden zij twee kinderen, Richard William (geboren 9 mei 1925) en Dora Henriëtte (geboren 27 oktober 1928). Richard William was getrouwd met Benjamine Eveline Smissaert. Samen hebben zij vier zonen (Henri, Roy, Dennis en Roelof) en twee dochters (Eugenie en Rosita). Dora huwde Wil Pieters. Oom Henri (door ons oom Han genoemd) hertrouwde na het overlijden van zijn vrouw op 29 oktober 1928 met tante Eetje, wier officiële naam Frieda Henriëtte Barend was, geboren 13 maart 1902, overleden op 24 oktober 1988 te Amsterdam. Henri overleed op 15 juli 1970 te Amsterdam.
![]() |
| Guus en (links boven) Watie |
Guus en Watie hebben vier zonen : Paul, Albert, Arie en Henri en twee dochters : Sonja en Linda.
(dit deel moet nog bijgewerkt worden)
vrijdag 27 januari 2012
Genealogie familie (von) Sebo -5-
![]() |
| Alex de Torbal en Guusje de Torbal-Sebo |
Edmond was getrouwd met Elizabeth Schwarzer, een Duitse. Zij is de moeder van Jennifer.
Zij zijn gescheiden in 1977. Zij is weer hertrouwd met een Siciliaan en Jennifer is een halfzusje rijker. Haar vader Edmond is nooit hertrouwd en geniet van zijn leven als vrijgezel.
Interessant detail : Een tweede huwelijk van de vader van Ed Kraak (oud collega van papa JPFvanO) was ook met een De Torbal. Eerder was hij gehuwd met mw. La Fère (zie foto).
Van de naam De Torbal is bekend, dat de naam veranderd is ten tijde van de vervolging van de Hugenoten. De oorspronkelijke naam is Labrot (achterstevoren). Tijdens een vakantie in Frankrijk werd oom Alex in een winkel op zijn uiterlijk herkend als zijnde een lid van de familie Labrot.
woensdag 25 januari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -4-
![]() |
| Cornelis Gustaaf Sebo en Omy Sebo-Caus |
Het nageslacht van Carel Alexander Sebo.
![]() |
| Frans Sebo |
![]() |
| Een jonge Hank Sebo met zijn moeder Omy |
dinsdag 24 januari 2012
Genealogie Familie (von) Sebo -3-
De collectie fiches van het Landsarchief bevat de volgende gegevens over deze families :
1. Ditlof Jan Sebo, geb. Soerabaja in 1808/9, in 1835 gehuwd en 8 kinderen, was toen commies bij den ontvanger te Panaroekan; in 1860 was hij commies-boekhouder te Pasoeroean.
2. Dorothea Elizabeth Sebo, oud 19 j. in 1831, geboren te Soerabaja, trouwde, won. Rijswijk (Batavia), aldaar 30 Nov. 1831 D. 0. Bekking; haar test. in reg. Bat”. 1837 fol. 6.
3. George Wilhelm Sebo, bij besluit commissaris generaal. 3 Jan. 1819 no. 4, bevestigd bij G. B. 30 April 1819, boekhouder bij de pakhuizen te Soerabaja, was geb. te Neurenberg en in 1803 met schip “De goede intentie” in Indië gekomen als assistent. op f 24,= ‘s maands.; hij werd 24 Jan. 1804 boekhouder op f 30,= ‘s maands met 3 jarig verband; in 1816 is hij te Grissee; als boekhouder van ‘s lands magazijn werkzaam. Hij overleed te Soerabaja op 3 Jan. 1821.
4. Johanna Petronella Sebo, werd 30 Sept. 1816 Rooms Katholiek te Soerabaja gedoopt ; gett. Joh” van Sprezo en Helena Petronella Cos, weduwe Rijk.
Carel Alexander Sebo (mijn opa van moeders kant), geboren te Semarang 18 september 1870 is de broer van Jan Frederik Willem Sebo, geboren 2 april 1869 te Semarang, gehuwd met Sophia Amelia van der Hoeven. C.A. Sebo was gehuwd met Maria Nicolina de Haan.
De beide kinderen (C.A. en J.F.W.) staan in hetzelfde rijtje van het 1ste bijregister Semarang in de regeringsalmanak van 1973. Meestal betekent dit dat er 1 vader was die in 1 keer zijn buitenechtelijke kinderen erkende. De moeder van Carel Alexander was een Indonesische (bij-)vrouw, genaamd Minah. Zijn vader was Cornelis Theodorus Wilhelmus Sebo, geboren 23 juli 1845 Malang, overleden 6 december 1879 te Pasaroean. Hij huwde op 31 januari 1873 te Semarang met Elisabeth Munters, geboren 23 mei 1855 Palembang. C.T.W. Sebo overleed op 10 juli 1920 te Soerabaya. E. Munters hertrouwde als weduwe Sebo op 22 april 1882 te Soerabaya met François Ferdinand Joseph Marie Hagenstein, die overleed in 1928 te Soerabaya.
Vastgesteld is dat de ouders van deze Cornelis Theodorus Wilhelmus Sebo, Ditlof Jan Sebo en Maria Magdalena Robijn zijn.
Omdat ik de persoon Th. J. Sebo niet kan plaatsen vermeld ik hem hier. Th.J. Sebo huwde op 15-10-1941 G. van der Meer. Zij kregen een dochter Erica.
1. Ditlof Jan Sebo, geb. Soerabaja in 1808/9, in 1835 gehuwd en 8 kinderen, was toen commies bij den ontvanger te Panaroekan; in 1860 was hij commies-boekhouder te Pasoeroean.
2. Dorothea Elizabeth Sebo, oud 19 j. in 1831, geboren te Soerabaja, trouwde, won. Rijswijk (Batavia), aldaar 30 Nov. 1831 D. 0. Bekking; haar test. in reg. Bat”. 1837 fol. 6.
3. George Wilhelm Sebo, bij besluit commissaris generaal. 3 Jan. 1819 no. 4, bevestigd bij G. B. 30 April 1819, boekhouder bij de pakhuizen te Soerabaja, was geb. te Neurenberg en in 1803 met schip “De goede intentie” in Indië gekomen als assistent. op f 24,= ‘s maands.; hij werd 24 Jan. 1804 boekhouder op f 30,= ‘s maands met 3 jarig verband; in 1816 is hij te Grissee; als boekhouder van ‘s lands magazijn werkzaam. Hij overleed te Soerabaja op 3 Jan. 1821.
4. Johanna Petronella Sebo, werd 30 Sept. 1816 Rooms Katholiek te Soerabaja gedoopt ; gett. Joh” van Sprezo en Helena Petronella Cos, weduwe Rijk.
![]() |
| Carel Alexander Sebo en Maria Nicolina de Haan |
Carel Alexander Sebo (mijn opa van moeders kant), geboren te Semarang 18 september 1870 is de broer van Jan Frederik Willem Sebo, geboren 2 april 1869 te Semarang, gehuwd met Sophia Amelia van der Hoeven. C.A. Sebo was gehuwd met Maria Nicolina de Haan.
De beide kinderen (C.A. en J.F.W.) staan in hetzelfde rijtje van het 1ste bijregister Semarang in de regeringsalmanak van 1973. Meestal betekent dit dat er 1 vader was die in 1 keer zijn buitenechtelijke kinderen erkende. De moeder van Carel Alexander was een Indonesische (bij-)vrouw, genaamd Minah. Zijn vader was Cornelis Theodorus Wilhelmus Sebo, geboren 23 juli 1845 Malang, overleden 6 december 1879 te Pasaroean. Hij huwde op 31 januari 1873 te Semarang met Elisabeth Munters, geboren 23 mei 1855 Palembang. C.T.W. Sebo overleed op 10 juli 1920 te Soerabaya. E. Munters hertrouwde als weduwe Sebo op 22 april 1882 te Soerabaya met François Ferdinand Joseph Marie Hagenstein, die overleed in 1928 te Soerabaya.
Vastgesteld is dat de ouders van deze Cornelis Theodorus Wilhelmus Sebo, Ditlof Jan Sebo en Maria Magdalena Robijn zijn.
Omdat ik de persoon Th. J. Sebo niet kan plaatsen vermeld ik hem hier. Th.J. Sebo huwde op 15-10-1941 G. van der Meer. Zij kregen een dochter Erica.
Abonneren op:
Posts (Atom)























