Mijn neef Jacques Goey had een aantal lp's met instrumentale nummers van o.a. The Ventures, The Spotniks en ik dacht The Shadows. Hij draaide die platen op zo'n draaitafel / pick-up die in een koffertje zat. Met de luidspreker in het deksel. Ik herinner me nog dat ik dit nummer, Walk don't run, zowel wat de slag als solo betrof op mijn gitaartje rammelde. Mijn broer en ik hadden een instructie lp waar dit nummer op voorkwam. Per instrument. Je kon dan zelf het ontbrekende instrument aanvullen. Een soort karaoke, maar dan voor instrumenten. Spelen met The Ventures dus.
De video herinnert mij ook aan de periode, waarin ik bromfiets- en motorfietstechniek vele malen belangrijker vond dan de meisjes. Iets wat ik later weer terug zag toen ik vader was; een zoon die aan zijn brommer sleutelde met meiden om hem heen. Die vond hij maar storend. Haha! En dan zie ik ook nog die natuurlijke lichamen. Zonder ijzer, zonder geverfd haar en zonder tatoeages. Wat een tijd! Gewoon puur allemaal. Zestig jaar geleden : Walk don't run. Helaas hebben velen dat advies in de wind geslagen. Het werd toch rennen, haast je rep je. En stress. Veel stress.
Posts tonen met het label Jacques Goey. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jacques Goey. Alle posts tonen
woensdag 20 oktober 2021
Walk don't run
vrijdag 25 oktober 2013
Afscheid van Jacques Goey -2-
Jacques Oudshoorn of Jacques Goey?
In
mijn vroegste herinnering hoorde ik mijn oma roepen : “Sjááákie!!” Zo werd mijn
neef Jacques, die ongeveer 8 ouder was dan ik, genoemd. Later
werd het Sjaak. Hij nam mij wel eens mee op opa’s fiets. Dan zat ik steevast op
de stang en reden we naar en door Leiden.
Tijdens
een van die ritjes joeg Sjaak mij de stuipen op het lijf. Hij laveerde met hoge
snelheid tussen de paaltjes op de Veemarkt door. Sjaak dacht dat ik uit
enthousiasme gilde, maar ik deed het bijna in mijn broek van angst.
Eind
jaren 50 was er een feestje bij opa en oma thuis. Jacques was geslaagd voor
zijn Mulo diploma en dat werd gevierd. O.a. met een playback show, waarin
Jacques met veel gevoel voor show nummers van Pat Boone en The Platters bracht.
Jacques zong wel meer. Zijn duet van de Parelvissers met zwager Jan Verhoog was van hoge kwaliteit.
Jacques
vertelde mij dat hij in 1944 als 3 jarig jongetje achter op de fiets door mijn oom
Henk vanuit Den Haag naar Leiderdorp werd gebracht. Zijn moeder Eef kon wegens
ziekte niet voor hem zorgen. Daar, in de Koningstraat bij zijn mamma Anna en pappa
David groeide hij op.Meestal
in het weekend kwam zijn moeder uit Den Haag over. Voor Jacques was zij een aardige
tante; zijn ouders waren immers mama Anna en Pa David. In die tijd overheerste
het Oudshoorn gevoel. “Ik was en voelde me Jacques Oudshoorn”, zo vertelde hij.
Jacques
herinnerde zich nog het moment op de Lagere School aan de Kastanjelaan, waarop hoofdmeester
van der Hoek tijdens het uitdelen van de rapporten, de namen van een ieder
voorlas en vertelde hoe je gepresteerd had. Jacques zei : “Toen ik mijn rapport
kreeg zei meester Van der Hoek : “Jacques Goey Tiauw Hong”. Niet begrijpend,
zelfs geschokt moet ik hem aangekeken hebben. Ik kon wel onder bank kruipen.
“Ik, een Chinese naam? Dat kon toch niet! Nee, Oudshoorn dus en verder geen
gezeur. “
Hij
staarde even stil voor zich uit en vertelde toen verder :
“Oom Joop, Henk en Daaf en hun vrouwen en Hanny. Op Hanny
werd ik later hevig verliefd, maar ik heb dat pas veel later durven vertellen.” Volgens
mijn zus Hanny vormde haar komst in de Koningstraat voor Sjakie een bedreiging. Immers, de
aandacht werd nu verdeeld. Sjakie sloot Hanny soms op in de kelder en
saboteerde de schommel dusdanig, dat Hanny in de rozenstruik terechtkwam. Maar
alles kwam toch goed tussen die twee. Als tiener trok Jacques soms truien van
oma aan. Wel achterste voren om bepaalde vormen van oma in de trui te
verbergen.
Jacques vertelde: “Ik
heb ze allemaal in de Koningstraat meegemaakt en natuurlijk alle kinderen die
daar geboren zijn. Het waren mijn neefjes en nichtjes, ooms en tantes.
Jeugdjaren
gekenmerkt door grote armoede en de vele pakken slaag die ik kreeg. En pa
David, die het meestal voor mij opnam. Naarmate mijn tienertijd vorderde begon
langzamerhand het besef te groeien, dat ik een geadopteerd kind was en geen
volbloed Oudshoorn. Periodes van een dubbel gevoel volgden, waarmee ik het
nogal eens moeilijk had. Totdat twee van mijn grote broers (Joop en Daaf)
zeiden, dat ik een broer van hen was. Dat deed me heel erg veel goed. Ik voelde
me weer Jacques Oudshoorn.”
Jacques
was vaak een tijdje buiten beeld. Hij werkte na zijn Mulo examen op de wilde vaart. Als hij weer
eens aan wal was, reed ik als tiener een paar keer met hem mee in zijn auto’s.
Zo reden we in een zwarte dikke Amerikaan richting Den Haag. Onderweg drukte
Jacques mij op het hart vooral niet naar politieauto’s en/of agenten te kijken.
Op mijn vraag : “Waarom niet?”, antwoordde hij dat er iets met zijn rijbewijs aan
de hand was… Als niet betalend passagier stelde ik verder geen lastige vragen.
Met geopende ramen, armen nonchalant naar buiten hangend, reden twee stoere,
bruine koppen met pikzwart haar en zonnebril door Den Haag. We kregen veel
aandacht van vrouwelijk schoon. Mijn bewondering voor mijn neef Jacques steeg
die dag tot grote hoogtes.
Toen
wij begin jaren 60 op Curaçao verbleven, kwam Jacques onverwacht op bezoek! Een
grote verrassing. Ook voor hem, want hij was de eerste van onze zeer
omvangrijke familie, die de kleine Rita in levende lijve zag en in zijn armen
nam. Jacques was trots als een pauw en genoot zichtbaar van dat bijzondere
moment.
Bij
zijn vertrek kreeg hij van mamma een paar potten sambal mee. Later schreef
Jacques dat de sambal overheerlijk gesmaakt had. Alleen had hij langdurig
problemen na een toiletbezoek. “Alsof ik een fles opgevreten heb, tante Cor”,
zo schreef hij later. Zijn moeder, tante Eef maakte het in die tijd mede
mogelijk dat mijn zus Hanny eerder terug kon keren naar Nederland.
Tijdens zijn opname in het ziekenhuis heb ik Jacques een paar keer bezocht. Ook
later, in Het Dorp. Toen ik hem in zijn rolstoel zag zitten drong pas tot me
door wat hem was overkomen. Mijn neef Jacques is voor mij immers altijd een
soort Vrijbuiter geweest. Iemand die vaak zijn eigen gang ging en van niemand
afhankelijk was. Tijdens een van die bezoekjes nam hij mij onverwacht in
vertrouwen. Hij keek terug op zijn leven en sprak naast de leuke momenten ook
met spijt van bepaalde zaken. Hij had zijn dierbaren de aandacht moeten geven
die ze verdienden, zo zei hij. Jacques vond dat hij daarin tekort was geschoten.
Ik
heb vaak met hem gelachen, maar ook van hem geleerd.
Dag
Jacques. Dag Vrijbuiter. Bedankt voor alles.
PS. Ik heb Marjolein S via FB een berichtje gestuurd.
PS. Ik heb Marjolein S via FB een berichtje gestuurd.
Afscheid van Jacques Goey
Over de A12 reden we op een zonnige en kleurrijke herfstdag naar Arnhem. Daar vond de uitvaart van mijn neef Jacques Goey plaats. Op de locatie aangekomen zagen we veel bekende gezichten maar ook onbekende. Hoewel ik uit principe liever niet een laatste blik werp op de overledene (ik wil me iemand herinneren zoals ie was), heb dat ik dit keer wel gedaan. Jacques lag er vredig bij.
Ik had me voorbereid op een toespraakje en voelde weliswaar wat spanning, maar niet al te veel. Dat veranderde plotsklaps toen een kleindochter van Jacques haar afscheidsbriefje voorlas. Iets knapte in mij.
Omdat ik na een korte pauze de volgende spreker was, had ik behoorlijk last van mijn emoties. Maar het lukte me toch om mijn verhaal met mooie herinneringen aan Jacques te doen.
De overige toespraken gaven een treffend beeld van Jacques zoals ik hem heb mogen kennen. Eén van de sprekers bevestigde mijn vermoeden omtrent Jacques geestestoestand toen hij in Het Dorp verbleef. Het Dorp was op zich een mooi initiatief. Maar toen ik daar voor het eerst kwam, schrok ik van de sfeer. Wat een somberheid! Wat een eenzaamheid! En weinig gezonde mensen om je heen. Geen omgeving die bijdraagt tot een snel herstel.
Tijdens de dienst keek de oudste kleindochter een paar keer stiekem naar mij. Later hoorde ik van haar moeder Jolanda, dat ze vond dat ik op haar opa leek. Een mooi compliment voor zowel Jacques als mij : dus toch een Oudshoorntje.
Toen ik de kleine meid complimenteerde met haar voordracht en zei dat ze het stukje mooi had voorgelezen, zei ze : "Dat vond ik zelf ook!" Prachtig, zo'n spontane, zelfverzekerde reactie.
Na een laatste groet, nam ik definitief afscheid van mijn neef Jacques. Maar de herinnering blijft. Ik troost me met de uitspraak die mijn nicht Yvonne deed : "Daar boven zal hij worden opgewacht door veel bekenden van hem."
Ik had me voorbereid op een toespraakje en voelde weliswaar wat spanning, maar niet al te veel. Dat veranderde plotsklaps toen een kleindochter van Jacques haar afscheidsbriefje voorlas. Iets knapte in mij.
Omdat ik na een korte pauze de volgende spreker was, had ik behoorlijk last van mijn emoties. Maar het lukte me toch om mijn verhaal met mooie herinneringen aan Jacques te doen.
De overige toespraken gaven een treffend beeld van Jacques zoals ik hem heb mogen kennen. Eén van de sprekers bevestigde mijn vermoeden omtrent Jacques geestestoestand toen hij in Het Dorp verbleef. Het Dorp was op zich een mooi initiatief. Maar toen ik daar voor het eerst kwam, schrok ik van de sfeer. Wat een somberheid! Wat een eenzaamheid! En weinig gezonde mensen om je heen. Geen omgeving die bijdraagt tot een snel herstel.
Tijdens de dienst keek de oudste kleindochter een paar keer stiekem naar mij. Later hoorde ik van haar moeder Jolanda, dat ze vond dat ik op haar opa leek. Een mooi compliment voor zowel Jacques als mij : dus toch een Oudshoorntje.
Toen ik de kleine meid complimenteerde met haar voordracht en zei dat ze het stukje mooi had voorgelezen, zei ze : "Dat vond ik zelf ook!" Prachtig, zo'n spontane, zelfverzekerde reactie.
Na een laatste groet, nam ik definitief afscheid van mijn neef Jacques. Maar de herinnering blijft. Ik troost me met de uitspraak die mijn nicht Yvonne deed : "Daar boven zal hij worden opgewacht door veel bekenden van hem."
vrijdag 24 augustus 2012
Neef Jacques Goey
Mijn neef Jacques schreef een korte biografie voor mijn blog. Ik heb zijn verhalen zonder aanpassingen overgenomen en voorzien van foto's, waarvan een aantal door hem zelf bijgevoegd was. Hier het eerste deel van totaal vijf stukjes.
Oudshoorn of Goey?
Oudshoorn of Goey?
Het
is allemaal begonnen in 1944 in Den Haag. Ik woonde als 3 jarig jongetje met
mijn moeder Eef, naast oom Henk
Oudshoorn in de Goudenregenstraat. Omdat mijn moeder vaak ziek was en oom Henk
regelmatig wakker gehouden werd door het geblèr van ondergetekende, stelde hij
aan mijn moeder voor om eens met zijn moeder (mama Anna, oma Oudshoorn) te gaan praten of zij
voor mij kon zorgen.
![]() |
| Jacques en mamma Eef |
Naar
verluid werd ik toen meegenomen achterop de fiets bij oom Henk van Den Haag
naar Leiderdorp. Dat in de oorlog (onder spervuur en mitrailleurkogels). Nou
ja, dat is wat overdreven, maar toch…..dat dit in de oorlog heeft
plaatsgevonden…..het heeft wel iets.
De
communicatie verliep in het begin niet al te vlot. Als ik honger had, vroeg ik
bijvoorbeeld om “pommes de terre”of “carottes”. Ik was namelijk nog maar pas
over uit mijn geboorteplaats (Parijs) en kon alleen maar enkele woordjes Frans
brabbelen. Mama Anna verstond daar natuurlijk geen syllabe van.
Meestal
in het weekend kwam mijn moeder uit Den Haag over. Voor mij was zij een goede
tante, mijn ouders waren immers mama Anna en pa David.
donderdag 23 augustus 2012
Neef Jacques Goey -2-
Een Oudshoorn.
![]() |
| Sjakie met pleegouders *) |
In
die tijd overheerste het Oudshoorn gevoel. Ik was Jacques Oudshoorn.
Ik
herinner me de tijd op de Lagere School, dat meester Van der Hoek (ja met die
lange baard) op een gegeven moment (dat was tijdens het uitdelen van de rapporten),
de namen van eenieder voorlas en vertelde hoe hij/zij gepresteerd had.
Toen
ik mijn rapport kreeg, ik zal het nooit vergeten, zei hij: “Jacques Goey Tiauw
Hong”. Niet begrijpend en gechoqueerd moet ik hem aangekeken hebben en kon wel
onder bank kruipen. “Ik!? een Chinese naam? Dat kon toch niet! Ik schaamde me
kapot, want Chinezen, daar moest ik niets van hebben. Dat waren van die
belachelijke figuren met spleetogen. Bovendien werd je daar vaak mee geplaagd.
Scheldwoorden waar ik beroerd van werd : “Pinda, pinda, poepchinees", "kwatjie
katjang?" Daar stond in Leiden weer zo’n Chinees met een bak met zakjes pinda’s
voor z’n buik. Daar wilde ik dus niet bijbehoren. (Gelukkig heb ik daar geen
trauma van overgehouden).
Nee, Oudshoorn dus en verder geen gezeur. *) op de foto met tante Lies en Hannie, pappa David en mamma Anna.
woensdag 22 augustus 2012
Neef Jacques Goey -3-
Jeugdjaren Koningstraat, Leiderdorp.
Oom Joop, Henk en Daaf en en ega’s (behalve oom Joop met
tante Corrie , die kwamen met Hannie). Ik heb ze allemaal in de Koningstraat
meegemaakt en natuurlijk alle kinderen die daar geboren zijn. Het waren mijn
neefjes en nichtjes, ooms en tantes.
![]() |
| Jacques, 17 jaar |
Toch begon langzamerhand, naarmate ik in mijn tienertijd groeide, het besef te groeien dat ik een geadopteerd kind was en geen volbloed Oudshoorn. Periodes van een dubbel gevoel, waarmee ik het nogal eens moeilijk had.
Abonneren op:
Reacties (Atom)

.jpg)


