Een Leiderdorper
in de Flevopolder
zondag 5 juli 2026
Primaire reactie
Ik zal zeker niet beweren dat ik me nooit schuldig maak aan racisme en/of discriminatie. Soms flap ik het zomaar uit. Zoals laatst in het verkeer, toen een joch op een fatbike mij dwarszat. In plaats van te denken "Stom joch!" dacht ik "Stomme Marokkaan!" Of ik denk : "Je zit niet op een kameel!" Nee, ik schreeuw zoiets niet. Overigens is Marokkaan een aanduiding voor het land van herkomst. Dus lijkt het mij niet racistisch. Evenmin als stomme Belg, maffe Duitser (Arisch ras?) en/of dronken Pool. Als een Duitser uitgesloten wordt, is het geen racisme. Als een Israëli dat overkomt is het antisemitisme. Raar? Nee, hypocriet..
Schreeuwen blijft bij mij beperkt tot : "Hé, kijk uit!" of "Hé, opletten jôh!". Maar geen scheldwoorden of zo. Schelden is een vorm van onmacht en zwakte.
Ik kan me niet heugen dat ik iemand omwille van diens huidskleur of afkomst heb geweigerd, gediscrimineerd. Dat was wel op basis van gedrag en/of te weinig opleiding en/of ervaring. Wat het onaangepast gedrag betreft kwam ik wel vaak mensen tegen met dezelfde culturele achtergrond. Dat maakte dat ik zo'n groep stigmatiseerde. Neemt niet weg dat ik ook onder hen medewerkers heb geselecteerd. Zij functioneerden prima. Bij mij prevaleert de zakelijkheid en dus gevraagde de kennis en vaardigheden.
Lastig en vervelend was wel, als er na kritiek op hun werk vaak aan hun kleur of achtergrond gerefereerd werd; "dat zeg je omdat ik bruin / Turks / Marokkaans ben". Ik reageerde dan met de opmerking : "Kijk eens naar mijn gezicht". Maar ik kreeg op den duur wel een hekel aan dat gedoe. Al gaven dat soort reacties een zekere vorm van gebrek aan zelfreflectie en een minderwaardigheidscomplex aan.
Het valt mij op, dat er mensen zijn, die standaard spreken over een witte of zwarte medemens. Ze noemen altijd de huidskleur. Blijkbaar vinden zij dat kenmerk bovenaan staan.
Net een sprookje
Als ik op de zondagochtend naar mijn oma en opa ging, lag mijn oma vaak nog in bed. Als ik bij haar op het bed zat, vertelde ze een sprookje of een fabel van La Fontaine. Later las ik de sprookjes van de gebroeders Grimm. Daarvan hadden we thuis een dik boek met prachtige plaatjes van Anton Pieck.
Met de komst van het internet geniet ik van video's die op sprookjes lijken. Maar dan nog in het echt.
zaterdag 4 juli 2026
Niet thuis
Later bleek dat de bewoonster een weekendje op stap is met een vriendin.
Malware!
Van het Windows beveiligingscentrum kreeg ik een waarschuwing. Het betrof de aanwezigheid van software die geen eigenaarskenmerk / informatie omtrent herkomst voerde. Windows had hem al 'buitengesloten'. Ik heb de naam ervan, OneBupdate, even opgezocht en het klopte.
Ik heb het advies wat erbij vermeld werd maar opgevolgd en de software gede-installeerd. Ik zag aan de datum wanneer dat stukje software op mijn laptop geïnstalleerd is. Maar ik kan geen data vinden, die ik rond die tijd gedownload zou hebben. Maar goed, de rommel is weg.
Gebrek aan creativiteit en zakelijkheid
Wat ook jammer is, is dat een groep oudere mensen hier nog steeds op zoek is naar ruimte, waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Ze kunnen daar tegen betaling iets te drinken krijgen (koffie, thee). Stel je hebt als supermarkt een ijssalon, die volledig afhankelijk is van het zomerseizoen. Zo'n zaak is buiten dat seizoen gesloten en kost de eigenaar enkel geld. Stel er is een sociale activiteit, die de cohesie tussen de oudere inwoners wil bevorderen. Waarom worden beide kwesties niet in één pot gegooid en daarvoor een mooie oplossing bedacht? Een oplossing die voor beide kanten een win-win situatie oplevert?
Combineer de ijssalon met die van een ontmoetingsruimte. Desnoods als gescheiden activiteiten, waar bij de ontmoetingsruimte ook een deel van de kosten draagt. Dan wordt zo'n ruimte volledig benut en de kosten voor de eigenaar verlaagd.
Stel je hebt flink verbouwt en extra ruimte gewonnen. Met gevolg dat er ruimtes leegstaan. Waarom verhuur je die dan niet? Bijvoorbeeld als ontmoetingsruimte voor de ouderen?
Er zijn hier meer mogelijkheden om in de behoefte aan ruimte te voorzien. Het ontbreekt aan creativiteit en zakelijkheid. En goede wil.
Kinderen in de ellende
De laatste tijd komen steeds vaker berichten voor waarin kinderen de dupe zijn. Afgezien van de Toeslagenaffaire (ook een soort genocide op 40.000 gezinnen waarvan 1.600 kinderen het slachtoffer werden, maar dan in het klein) zijn er kinderen die in een hete auto zijn achtergelaten. Kinderen die vergeten zijn in een crèche of auto of busje en kinderen die uit ramen vallen kwamen ook al in het nieuws.
Wat mij verbaast is dat de verantwoordelijken zo slordig te werk gaan. Blijkbaar worden geen hoofdjes geteld en/of namen gecontroleerd. Kinderen hebben een naam en ze vormen samen een aantal. Wie een naam vergeet of mist, zal het ook merken in het aantal.
Ook in dit werkgebied is sprake van vervaging van het werkethos. Gebrek aan betrokkenheid en motivatie en vooral verantwoordelijkheidsbesef.
Dat kinderen uit ramen of van balkons vallen is qua schuld ook volledig toe te schrijven aan de ouders of verzorgers.
vrijdag 3 juli 2026
He's my brother
Als ik dit nummer hoor dan komen er weer bepaalde momenten bij mij naar boven borrelen. Het eerste is de ochtend, toen ik mijn moeder van Schiphol ging ophalen. Ze was in Indonesië geweest. Ze wilde niet hebben dat ik het woord vakantie gebruikte. Ik had daar wel begrip voor. Ze wilde het overlijden van mijn broer Ruud niet meemaken. Het overlijden van pa was daar nog te kort geleden voor. Komt bij dat een moeder haar kind dreigt te verliezen. Dat hoort niet.
In de grote aankomsthal zag ik plots en erg kleine moeder zitten. Ze zat wat ineen gedoken op een bankje. Even schrok ik van het beeld.
Toen we later in de auto naar Leiderdorp reden, vroeg ik haar of ze naar Ruud wilde. Op haar beurt vroeg ze mij : "Waar gaan we dan heen?" Het bleef even stil. Het drong niet direct tot me door, maar plots schoot het door mijn hoofd : Ze wist niet hoe het met mijn broer was. Mamma wilde dat niet weten toen ze in Indonesië was. Ze vroeg zich af of we naar zijn huis, een ziekenhuis of een begraafplaats zouden gaan. Ik moest even bijkomen van die gedachte en zei toen : "We gaan naar zijn huis, mam. Hij wacht op u." Mamma vroeg : "Heb je voor hem gezorgd?" Ik zei : "Ja, mam."
Het weerzien was erg emotioneel. Ruud had een paar weken op haar gewacht, dat had hij mij eerder gezegd. Al vielen die weken hem erg zwaar. Hij zou na het weerzien nog een paar weken onder ons blijven. Eind Maart 2001 overleed mijn broertje.
Een ander moment was toen op kantoor in Almere een secretaresse van KSI mij vroeg of mantelzorger zijn niet te zwaar voor me was. Ze had zelf daar ervaring in opgedaan met een van haar ouders. Ik antwoordde haar toen : "Nee, want het is mijn broertje hè." Ik moest als jochie vaak op hem passen. Het was telkens weer een uitdaging om hem ongeschonden weer thuis te krijgen. Ruud was namelijk een wildebras.
In maart van dat jaar moest ik mijn moeder voor het eerst vertellen, dat ik mijn broertje was kwijtgeraakt.
You ain't going nowhere
Werk voor maandag
Er lag een buts karton en een oude cv ketel met wat los sloopmateriaal. Ik wil de komende week goed beginnen, dus dit is werk voor maandag.
In de zonnebrand
Zelf heb ik decennia lang geen zonnebrandolie gebruikt. Ook niet toen we drie jaar op Curaçao verbleven, waar ik als jonge tiener veel in de zon was. Ik hield geen siësta, ik was buiten!

