woensdag 25 september 2019

Angel of the morning

Zomervakantie, 1968. Ik ben in Katwijk aan Zee. In het restaurant De vette os. Met al die leuke serveersters en strenge, doch rechtvaardige eigenaresse. De boekhandel aan de overkant van de Princestraat, waar ik elke vrijdagmiddag motorbladen doorbladerde en Das Motorrad kocht. Het vrolijke geploeter in de keuken met vriend Max. De vele Duitse toeristen met hun grote mond en knippende vingers. De babi ketjap die oma voor ons in de keuken maakte van biefstuk. De afwas, het snijden van frieten, het verversen van de frituurolie en het wisselen van de metalen melkbussen onder het aanrecht gevuld met etensresten. Bestemd voor de varkens. De uren aan het strand tussen 14.00 en 16.00 uur als de keuken dicht is. De avonden tot de keuken om 22.00 uur sluit en alles weer tip top is. Het moment waarop een kok betrapt werd, toen hij een grote casselerrib in zijn fietstas stopte. De snelkookpan vol goulash, waarvan het deksel met een enorme knal van de pan schoot en de keuken goulash-rood deed kleuren.
Rond middernacht op de bromfiets naar huis, naar Leiderdorp. In het weekend eerst nog naar de disco's in Noordwijk (o.a. Boule7). Wat een herrie! Maar ja, ik ging wel mee. Dan kwam ik pas tussen 3 en 4 uur weer thuis. Met een dikke kop. Om 10 uur weer terug in Katwijk. Alles gereedmaken voor weer een nieuwe werkdag. Uit de radio klinkt Angel of the morning.
Vakantiewerk, sparen voor nieuwe schoolboeken, kleding en.... een rijbewijs. Een motorfiets had ik nog even uit mijn hoofd gezet. Veel te duur. Nog één schooljaar te gaan. Het eindexamen wacht. Ik begin het schoolgedoe zat te worden.