In de jaren 70 werd ik snel volwassener / serieuzer dan verwacht en gedacht. Ik was toen al nogal streng voor mezelf, vond men. Maar ik had toch best wel veel lol. Ook als vader. Zo'n 20 jaar later brak een heel andere periode aan. In een tijdbestek van zo'n 10 jaar verloor ik twee van mijn drie broers, mijn ouders en een paar familieleden. Met allen had ik een nauwe band. In diezelfde periode kwam ik in mijn loopbaan vier keer op straat te staan vanwege reorganisaties, een bedrijfsovername en een faillissement. In die zwarte periode (vanaf 1997) heb ik twee rechtszaken moeten voeren om mijn gelijk te halen. Weliswaar met succes, maar het hele gedoe leverde wel compensatie, maar geen winnaars op. Er werd ook twee keer ingebroken in onze goedlopende winkel. Die hebben we toen maar verkocht. Klap op klap, werd mij gezegd, zonder tijd en/of gelegenheid om te herstellen. En dat was ook zo.
Ik ben een tijdje aan de antidepressiva geweest, maar besloot daarmee te stoppen en het gevecht aan te gaan. Tijdens dat gevecht naar het eind van de donkere tunnel draaide de wereld door en gebeurde er weer nare dingen. Sonja, de kids en onze eerste kleinzoon vormden reddingsboeien voor mij. Net als het (vrijwilligers) werk dat ik deed. Ik wilde weer dat grappige, vrolijke, optimistische mannetje worden van toen. Maar zo zou ik niet meer worden.
