zaterdag 6 augustus 2016

Een dode mus en kapotte uitlaat

verscholen onder de motorkap
We hebben ons zelf voor de keus geplaatst : van plek veranderen  op deze prachtige Weserbergland Camping, of maar helemaal verkassen naar een andere locatie, elders in Duitsland. De plek die ons was toegewezen was bij aankomst hier, al gereserveerd. We konden als onaangekondigde gasten tot Zaterdag blijven staan en daarna naar een andere plek verhuizen.
Vanmorgen, we lagen nog in bed, kozen we voor een vertrek. We houden ons aan ons voornemen om rond te trekken door Duitsland. We hebben de omgeving op de fiets verkend en verandering van spijs doet nog steeds eten.
We gingen tevreden weer op pad, nadat we alles weer hadden ingepakt en vastgezet. Het begint al te wennen, want we zijn steeds sneller klaar om de wagen gereed te maken voor vertrek.
Onderweg spraken we over de nare geur, die Fenna verspreidde. Sonja zei even later dat het was, alsof er onder de motorkap iets lag te stinken. De deken en het kussen van Fenna produceerden immers niet die nare geur.
KRAK!
Rijdend over de B64, op het moment dat ik net overschakelde naar z’n 5e versnelling, klonk een enorme knal! Fenna sprong een gat in de lucht. Dat doen honden niet van blijdschap. Dus.... Om onduidelijke redenen flitste door mijn hoofd : daar gaat de turbo. Maar die gedachte werd direct vervangen door : dat is de uitlaat. Deze wagen heeft immers geen turbo. Ik hoorde een zware bromtoon. De motor bleef keurig z’n werk doen. Niet veel verder bevond zich een tankstation. Daar  ben ik even onder de wagen gaan kijken. En ja hoor, de uitlaat was vlak bij de eerste demper afgebroken. Het was een mooie breuk. De boel hing verder nog keurig aan het chassis, dat scheelde. Ik zag ook, dat ik de breuk eventueel zelf zou kunnen repareren als tijdelijke oplossing. Met een paar stukken bierblik. Toch maar eerst even naar de kassa van het station. De vrouwelijke pompbediende was erg dienstbaar. Ze belde een nabij gelegen garage, maar die had geen tijd. Dus belde ik de ANWB. De laatste keer dat ik dat deed, was in 1997 toen de krik niet onder de Toyota Hi Ace paste. Ik stond toen in de natte sneeuw langs de A4 met een lekke band. De ANWB telefoniste had merkbaar geen Duits in haar vakkenpakket gehad. Hoewel het adres van het tankstation erg simpel en helder was, begreep ze niets van het adres : An der B64 nr 1. Het duurde nog wat langer, omdat ze niet wist onder welke pech-categorie ze een kapotte uitlaat moest registreren.....
Een kapotte uitlaat dus. Terwijl wij daar stonden te wachten wees Sonja op iets onder het raam bij de ruitenwisser aan de bestuurderskant. Ik nam een kijkje en zag een zwarte massa vol krioelende maden, en een paar vogelpootjes! Aha, dus daar kwam die nare lucht vandaan. Zo’n vier dagen eerder kregen we een vogel op de ruit. Sonja dacht dat het arme beestje, of wat er van over was, op de weg was gevallen. Nee dus. Het dode beestje had al die tijd vlak voor een ventilatierooster gelegen, verstopt onder de motorkap. We hebben de restanten met water weggespoeld en de nattigheid met de luchtslang van de bandenpomp weggeblazen. Voor de goede orde heb ik Fenna nog even aan aai over de kop gegeven, waarmee ik haar vast blij maakte met een dode mus.
Binnen een half uur stond een knalgele wagen van de Adac voor onze camper. We onderbraken onze lunch om de monteur te verwelkomen en te woord te staan. De Adac-man keek onder de bus en kwam weer lachend overeind. Hij zei in vloeiend Duits : “Niet ernstig. U bent zo weer op de weg.” Hij pakte een paar stukken verstelbaar pijp uit zijn wagen en ging aan de slag. Na nog geen 10 minuten was hij fertig. Ik moest de motor starten, zodat we het geluid konden horen. Dat viel reuze mee. De Adac-oplossing lekte wat uitlaatgas, maar dat was ook alles. Hij leek verdacht veel op mijn oplossing. Volgens de monteur konden we gewoon doorgaan met vakantie vieren. De uitlaat zat weer stevig aaneen. Eenmaal in Nederland moesten we de uitlaat vervangen. Als blijk van dank gaven we de monteur en de pompbediende een typisch Hollands souvenirtje : een paar klompjes. Ze vonden het prachtig. Mevrouw werd zelfs wat emotioneel. Die klompjes waren een slimme ingeving van Sonja toen we de reis aan het voorbereiden waren : typisch Nederlands strooigoed meenemen. Onder het motto : Je weet maar nooit.

Fietsen langs de Weser

Vanmiddag zijn we weer op de fiets gestapt. Dit keer richting het zuiden, langs de Weser. Het stadje Holzminden was ons reisdoel. De fietsroutes zijn vaak goed aangegeven. Het ontbreekt wel aan nadere aanduidingen. Het is meer in de geest van : die kant op. Of wel, een wit bordje met een rode fiets en een dito pijl. Het voordeel van fietsen langs een rivier is, dat Fenna af en toe even het water in kon. Ze kan behoorlijke afstanden lopend naast de fiets afleggen en krijgt het dus warm en verliest vocht. Zo’n rivier is voor Fenna koel- en drinkwater. We houden haar wel aangelijnd, want de stroming is erg sterk. Achter strekdammetjes valt het weliswaar mee, maar toch. Naar Bremerhaven fietsen om Fenna daar uit de Weser te vissen gaat ons te ver.
Het plan was om dichtbij de camping met een personenveer de Weser over te steken en dan te gaan fietsen. Het veer bleek pas een halfuur later te gaan varen. Dus besloten we aan deze kant te blijven en te fietsen. In het Weserbergland is het leuk fietsen, ook al moeten geregeld heuveltjes genomen worden. Op de heenweg genoten we van het mooie landschap. Na zo’n 10 km kwamen we in Holzminden aan, waar we eerst een brug over de Weser namen. Onderaan de brug, langs de rivier, was een leuk terrasje. Daar hebben we eerst een kop thee gedronken. Fenna kreeg van de klant- en hondgerichte serveerster een emmertje water aangeboden. Er kwamen op dat punt veel recreatiefietsers voorbij. Veel Duitsers, herkenbaar aan de helmpjes. Er lag een rondvaartboot aan de kade. Een groot aantal oudjes stond te wachten om aan boord te gaan. Ik was er te jong voor. Of zag ik er te jong uit? In overleg met de serveerster hebben we de fietsen en kar daar geparkeerd en zijn te voet naar het centrum gegaan. Daar hebben we wat rondgekeken en wat inkopen gedaan. Ik draag dus nu blauwe crocs. Nee, geen roze, zoals een meneer hier op de camping. Anders zou ie per ongeluk denken dat ik z’n vriendje ben. Immers, You never croc alone.
Overigens, het centrum kende een gezellig plein. Daar zouden met name bepaalde Flevolanders eens op moeten letten. De pleinen in de polder zijn vaak behoorlijk saai. De voorliefde gaat uit naar beton en steen en dus geen groen.
Dit keer zagen we de kerk van dichtbij. We hadden hem al vanaf de overkant gezien, maar enkel de toren. Sonja wees mij erop, dat de kerkdeur openstond. Tja, dan moet ik toch even naar binnen. Het was een Lutherse kerk met een herkenbaar interieur en mooie glas in lood ramen. Er klonk plechtige orgelmuziek. Het is mij nog steeds een raadsel, waarom zo’n kerk mij opeens als het ware omarmt. Alsof ik een verloren zoon ben, die weer teruggekeerd is. Ik voelde me weer erg ontspannen. Zoals gebruikelijk stak ik, na wat rondgekeken te hebben, vier kaarsjes aan voor onze overleden dierbaren. Ik deed dat in chronologische volgorde van overlijden. Om de een of andere reden plaatste ik de kaarsen in een soort van hiërarchische volgorde met helemaal bovenaan de kaars voor mijn lieve moeder. Die van mijn beide broers stonden onderaan naast elkaar.
De organist was inmiddels overgegaan op het stemmen van het orgel. Een dissonant in de spirituele sfeer. Voordat we de kerk verlieten, wierp ik nog even een blik op de metalen bol met kaarsen. Als een soort groet.
De terugweg bleven we aan de overkant. Die route leek nog mooier. Ik schrijf bewust ‘leek‘, want alles was nieuw voor ons. Na zo’n 9 km passeerden we onze camping, die dit keer aan de overkant lag. Zo’n twee kilometer verderop, bij de burcht van Polle namen het veer over de Weser. Voor twee euro werden wij met onze fietsen, een hond, een kar en een paar weggestopte crocs naar de overkant gevaren.

donderdag 4 augustus 2016

Ik, een dominee?

Een lief familielid zei naar aanleiding van mijn kijk op de wereld en de mensen ooit tegen mij : “Jij had dominee moeten worden.” Die uitspraak sloot wel erg aan bij de klachten van onze kinderen. Die zeiden dat ik te veel preekte en nog steeds preek. Het geeft te denken.
Onze kleinkinderen weten gelukkig (nog) niet wat een dominee is, dus ik kan ermee doorgaan. Ik heb geregeld Bijbelse teksten gebruikt. Maar meer om humoristische redenen. Zoals toen iemand erg naar promotie zat te hunkeren. Ik reageerde toen met : “Voorwaar ik zeg u, nog eerder gaat een kameel door de oog van een naald....”
Of als er weer eens geklaagd werd : “Is er geween in Israël?” Het viel me telkens weer op, dat collega’s met een kerkelijke achtergrond altijd moesten lachen. De goddeloze rest zag er de humor niet van in. Zelf heb ik geen dominee aan mogen horen, die mij met zijn preek geboeid deed luisteren. Die preken gingen in mijn beleving heel ergens anders over. Over voor mij on(be)grijpbare zaken. Niet over dagelijkse dingen. Zeg maar : niet over levensvraagstukken van een jonge puber die geregeld de hand aan zichzelf sloeg en daarna in stilte jammerde : “Mijn God, waarom doe ik dit?” Een vraag die mij later werd beantwoord door een verstandig persoon : “Omdat je onderweg bent van Wimmie naar Willem” Of andere vragen zoals : Waarom moet ik naar school? Waarom moet ik straks werken? Waarom moet ik straks kinderen opvoeden? Waarom zijn al die leuke dingen des duivels?
Sommigen hebben mij gevraagd of ik een volgeling was van Deepak Chopra. Vanwege de manier waarop ik dagelijks met mensen en het werk omging. En nee, dat was ik dus ook niet. Ik bezoek graag oude kerken, maar ik ben geen dominee. Ik ben gewoon mezelf. En dat is soms al erg genoeg.

Een tijdelijke camper

Hier op de camping verscheen een mooie zilverkleurige Ford Transit camper. Afgaande op de afbeeldingen aan de buitenkant dachten we te maken te hebben met een camperbouwer. Vanmorgen raakte ik in gesprek met de Nederlandse eigenaar.
Het bleek te gaan om een bestelwagen, die louter voor de grote vakantie omgebouwd is tot camper. Tussen de regels door begreep ik dat meneer een zzp’er is op het gebied van klussen. Hij heeft het interieur helemaal zelf ontworpen en gemaakt. “Daar heb ik genoeg machines en materialen voor”, zo zei hij. Na de vakantie kan het hele interieur snel verwijderd worden, zodat de bus weer als gewone bestelwagen dienst kan doen voor de dagelijkse werkzaamheden van meneer. Hij nodigde mij uit een kijkje te komen nemen. Al
pratend kwamen we op dezelfde problemen en bijna dezelfde oplossingen. Ook hij heeft een keer met een lege accu gestaan vanwege stroomgebruik voor de koelkast. Dat verhaal hebben we vaker gehoord. Ook hij, met name zijn partner, wil graag buiten koken. Zij hebben inmiddels ook een kleine jerrycan voor schoonwater, iets wat wij dus nog willen aanpassen.
Als opstapje gebruiken wij een krukje. Zij gebruiken een voorraadkistje. Hun opstapje is dus multifunctioneel. Dat idee lost een ’ruimte probleempje’ aan onze kant op.  Meneer dacht mij te verrassen omdat hij sterke magneten gebruikt met haakjes. Haha! Die hebben wij dus ook! Vanwege hun lengte slapen zij in de lengte richting van de auto. Hun bed is, opgemaakt en wel, volledig opklapbaar tegen de zijwand waardoor er overdag loopruimte is. Meneer heeft net als wij zelf een peesrail aan de wagen geschroefd voor een eenvoudige luifel. Ik heb in die bestelwagen weer dingen gezien en gehoord, die erg interessant zijn. Ik heb mijn lijstje met aanpassingen en overwegingen direct aangepast met wat op- en aanmerkingen.

Op een boerencamping

Omdat veel boeren door de overheid figuurlijk en zodoende letterlijk uitgemolken zijn, zijn ze andere activiteiten begonnen. Een mini-camping is er één van. Er zijn ook zorgboerderijen. Boeren weten immers wat zorgen zijn.
Veel mensen denken dat een boerencamping louter is voor AOW kampeerders. Er zijn ook vaak jonge mensen op zo’n camping, met kinderen. Wat ons aanspreekt is de rust (heeft niets met leeftijd te maken) en de eenvoud. Dus geen uitgebreide voorzieningen zoals snackbars, restaurants, zwembaden met glijbanen enzovoort. Er is ook geen sprake van massatoerisme. Dat massale hebben we ook ervaren. Op andere, zeer commerciële campings. Daar moet je aan je buren vragen of je het raam van je eigen caravan mag opendoen, omdat hun raam openstaat. Je hebt wel minder haringen nodig, want die deel je namelijk met die van de buren. Propvol dus. Elke vierkante meter moet geld opbrengen. Nog even en je krijgt een soort parkeergarage als camping. Dan gaat men ook de hoogte in bouwen. Nee dus. Leve de boerencamping, waar een mens als kampeerder geniet als ie uit z‘n dagelijkse comfortzone stapt. Anderen blijven liever in hun comfortzone of willen zelfs meer. Die verblijven in 5 sterren hotels. Lijkt me erg saai. En als ik bepaalde tv programma’s mag geloven, betaalt men ook vaak voor veel narigheid, zoals vieze kamers, slecht eten en onhygiënische toestanden. ‘All in’ heet dat. Voor 18 euro per nacht treffen wij het heel vaak erg goed. En als het niet bevalt, verkassen we gewoon.

woensdag 3 augustus 2016

Dounloden, imeel en eps

Af en toe zit ik tussen leeftijdgenoten in, die druk bezig zijn met hun smartphone of tablet. Inwendig heb ik dolle pret als ze met elkaar praten over het gebruik van zo’n modern apparaat. Hun beeld van het hele gebeuren met internet is vaak beperkt tot het downloaden van informatie en het gebruik van apps. De typische terminologie wordt in steenkolen Engels uitgesproken. Nog leuker wordt het als er een Engelstalige tekst verschijnt. Haha!
En toch is het knap dat ze zo bezig zijn met de moderne technologie. Het vergroot ook hun wereld en ze zijn in contact met familie en kennissen.
Vanmorgen was ik off line met de tekstverwerker bezig, toen ik achter mij een meneer hoorde zeggen : “Het gaat erg traag. Volgens mij is er iemand heel veel aan het dounloden.” Mijn laptopscherm werkte als een spiegel en zo zag ik dat ie zich omdraaide en nieuwsgierig op mijn scherm keek.
Hij ging weer recht zitten en zei : “Die meneer achter me zit hele tekstbestanden te dounloden. Zo kan ik nooit mijn imeels lezen. Mijn eps werken nu ook niet. Niets doet het meer.” Zijn partner keek wat verwijtend mijn kant op en zei : “Die van mij is nu ook zo dood als een pier.”
Ik keek even onderaan mijn scherm en zag dat de wifi verbinding eruit lag. Voordat ik iets kon zeggen, verscheen de gastvrouw. Ze maakte bekend, dat de internetverbinding verbroken was.

Op grote hoogte

De Dinsdagochtend begon nogal laat. Ik kwam pas tegen half tien m’n bed uit! Gelukkig kent men mij hier niet, anders had men gedacht dat ik in mijn slaap overleden was. Vanuit ons bed kijk ik naar een heuvelachtig landschap. Mocht ik ooit bedlegerig worden, dan graag met zo’n uitzicht. De ochtend begon wat somber. Een wolkendek hing boven het Weserbergland, waar de snel stromende rivier zich kronkelend doorheen bewoog. De temperatuur was aangenaam. ‘s Morgens hebben we rustig aan gedaan. Toen ik een wandeling over de camping maakte, hoorde ik een Duitse vrouw (uit een van de twee gezinnen) met een mobieltje aan het oor knorrig zeggen. “Je bent al 41 en dan moet je dat zelf kunnen!“ De rest van de dag heb ik me afgevraagd wat er aan de andere kant van de lijn gevraagd werd. Dat varieerde in eerste instantie van ‘ik moet naar de wc’ tot ‘ik wil thee zetten‘. Later kwamen andere mogelijkheden opborrelen, die heel toevallig alle onder ‘A dirty mind is a joy for ever’ vielen.
‘s Middags zijn we op de fiets alsnog de burcht gaan bezoeken. De klim naar de top van de heuvel viel mee, omdat halverwege de stenen trap overging in een bospad. Fenna gaf het goede voorbeeld; ze ging snel en gemakkelijk omhoog. Maar ach, het beestje is pas 4 jaar en doet het op even zoveel poten. Het uitzicht werd alsmaar mooier. Toen we al hijgend en puffend ons hoogtepunt het hoogste punt bereikt hadden, werden we rijkelijk beloond : wat een prachtig uitzicht!
Daar moest wel eerst even voor betaald worden. Dat stond onderaan de weg niet aangegeven. Commercieel gezien een strategische zet. Wij moesten elk twee euro neerleggen bij een mevrouw achter een ruitje. Fenna mocht gratis de burcht binnen. Waarschijnlijk omdat ze met haar rustiger ademhaling aanzienlijk minder zuurstof verbruikt had dan wij. Er hingen veel bordjes met tekst en uitleg. De burcht kent een interessante geschiedenis, waarin het o.m. door Zweden belegerd is geweest. Kijkend over een rand sprong Fenna plotsklaps omhoog. Een mevrouw naast ons, die Fenna al een tijdje bekeek, schrok zich een hoedje. Ze zag de Friese stabij al in de diepte verdwijnen. Maar de riem was daar te kort voor. Tja, die Friezin is behoorlijk nieuwsgierig. En eigenwijs. En duidelijk niet geïnteresseerd in de Duitse cultuur.
We zijn zelfs in de hoogste toren van de burcht geweest. Dit keer moest Fenna na weer een stenen trap beneden blijven, want het laatste deel van de klim was een ijzeren trap.
Na volop genoten te hebben van de burcht en de omgeving besloten we weer af te dalen naar het heden. We groetten de receptioniste beleefd en bedankten haar vriendelijk. We liepen een trap af naar beneden, maar die eindigde op een door ons nog onontdekt deel van de burcht met o.a. een soort kelder. Met gevolg dat we weer terug moesten en even later de receptioniste weer passeerden. Ze zal wel gedacht hebben : “Waarom groeten ze mij als ze naar de kelder gaan?”

Koken en boerencamping

30/7 Geduldig zijn.

De volgende volgenden ochtend sta ik in de rij bij de receptie om onze aanwezigheid alsnog te melden. Het is een lange rij. Maar het Indo-vlees is geduldig. De beide medewerksters zijn niet bepaald gefocust op een gast. Ze doen tussendoor veel andere dingen, zoals telefoontjes beantwoorden en met elkaar praten over andere zaken.
Plotseling vertrekken vijf gasten uit de rij. Vier bleken daar in die toch al kleine ruimte niets te zoeken te hebben. Ze waren met een van hen meegekomen. Als ik me aanmeld, vraagt de medewerkster of ik hier eerder ben geweest en zo ja, wanneer. Dat was inmiddels zo’n 16 jaar geleden, toen ze nog op de basisschool zat. Ook als ik geholpen wordt, zijn de dames continu met andere zaken bezig. Het duurt en duurt maar. Ik blijf geduldig, al komt het gedoe mij wat onbeleefd over. Ik ben dus maar een gast. Ook hier werkt het pinapparaat alleen voor Duitse bankpassen. De receptioniste biedt haar excuses daarvoor aan. Ze vertelt over de vele buitenlandse gasten, die dat als probleem ervaren.  Ze stelt geen vragen over onze relatie en geeft ook geen waarschuwingen over seks voor het huwelijk en een nachtelijke controle. Er is toch wat veranderd in de afgelopen zestien jaar.
De gelovigen zijn gemakkelijk te herkennen aan hun ouderwetse kleding en hun tassen. Sommigen dragen rokken van een stof waar ik niet eens een gordijntje voor de schuur van zou willen hebben. Herkenbaar is ook hun loopje. Wat traag en min of meer slenterend. Zoals ze ook door ons dorp lopen. Ze zijn erg vriendelijk, hoor. Ik vind ze aardig. Vooral omdat ze hier nog niet aan de schuifdeur zijn geweest.

Zaterdagavond heb ik nasi goreng gemaakt. De verplaatsbare kookpit is een goede zet geweest. De buitentemperatuur is behoorlijk hoog en dus is het beter dat buiten gekookt wordt. Nu blijkt de plaats van het gasflesje niet helemaal ideaal te zijn. Dus die is tijdelijk aangepast en wordt thuis definitief gemaakt. Het systeem met de lange, uittrekbare gasslang werkt uitstekend.
We moeten alleen nog het windschermpje van de kookplaat van een uitsparing voorzien, zodat de gasslang er onderdoor kan.
De indeling van de lades en kastjes krijgen tijdens deze vakantie steeds meer een definitieve status. Proefondervindelijk wordt de meest handige plaats voor spullen bepaald. Onder het rijden blijft de boel keurig op z’n plaats en er is geen gerammel van serviesgoed en/of pannen te horen.
We hebben gemerkt dat het strikt scheiden van de elektriciteit van de wagen en die van het interieur ook een goede zet is geweest. We hebben een paar verhalen mogen aanhoren over allerlei problemen die veroorzaakt werden door elektriciteitvoorziening gekoppeld aan de accu / dynamo van de wagen. In het andere geval zou ik eventueel willen terugvallen op een aparte accu met een eigen oplaadsysteem via het 230 volt circuit van de camping of een zonnepaneel. In Duitsland is men erg goed voorzien van zonnepanelen. Veel meer en veel beter geregeld dan in ons landje, waar men liever over alternatieve energie praat dan doet. Ik zag zelfs een zonnepaneel in een weiland liggen. Niet voor het oprapen, maar voor de energievoorziening van het schrikdraad.

1/8 Naar een SVR camping.

In Duitsland zijn ook boerencampings die lid zijn van de SVR. We hebben speciaal voor deze vakantie een aantal kaarten afgedrukt, waarop die campings vermeld staan.
We hebben vooraf besloten de relatief korte rit naar het noorden over de binnenwegen te gaan maken. ‘s Morgens scheen de zon toen we de camper gereed maakten voor vertrek. Dat klusje was in een mum van tijd geklaard. Ik weet nog dat we met de caravan al een avond tevoren de boel begonnen op te ruimen. We letten daarbij telkens op het weer, zodat we de voortent droog konden opbergen. Daar hebben we nu geen ’last’ van. Zelfs als de luifel nat is, gaat ie gewoon in een vuilniszak mee, om een paar honderd kilometer verderop weer tevoorschijn gehaald te worden.
Door een navigatiefoutje van mijn kant, ik luisterde onbewust toch weer gedwee naar de TomTom, kwamen we op de Autobahn terecht. De afrit die ik wilde nemen bleek aan onze kant afgesloten. Dus kachelde de Ducato 8 km verder om daar onder de autosnelweg door te keren en 8 km terug alsnog de afslag te nemen. Ach zo zie je nog eens wat van de wereld.
Weer op de binnenwegen werd ik overvallen door een voor ter plaatse niet bekenden nare en zelf gevaarlijke verkeerssituatie. Het was een smalle tunnel, waar geen borden vooraf waarschuwden voor het feit dat je daar geen tegenliggers kunt passeren. Er waren ook geen andere waarschuwingsborden zoals voor een wegversmalling of een voorrangssituatie (tegemoetkomend verkeer of ik eerst). Pas vlak voor de ingang zag ik hoe smal het was, omdat er een vrachtwagen op ons afkwam! Ik stuurde direct naar rechts en stopte. Toen de vrachtwagen ons met een meter tussenruimte passeerde, maakte de chauffeur mij door zijn geopend raam uit voor idioot. Tja, zo worden vandaag de dag fouten afgehandeld. Dat ‘idioot!’ had hij beter tegen de bedenker van dat tunneltje kunnen schreeuwen.
Onderweg hebben we nog boodschappen gedaan. De super was meer een fruitmarkt dan een doorsnee supermarkt. Maar alles went, ook zo’n tent. De lunchpauze brachten we door op een parkeerplaats waar zich een Imbiss bevond. Een snackzaakje dus. Daar hebben we ons bezondigd aan een broodje Bratwurst. Tja, we moeten tijdelijk integreren. Van de uitbater kreeg ik een doekje om de glazen van mijn zonnebril te reinigen. Ik bedankt hem en zei hem dat ik mijn zonnebril verloren heb.  Het leverde mij geen bijbehorende zonnebril op, maar wel een advies het doekje voor mijn gewone bril te gebruiken; das kann auch. Ik wilde er toen tien vragen om de voorruit van de Ducato op te poetsen, maar ik was weer te bescheiden.
Na zo’n 145 km kwamen we bij de gezochte camping aan. En wat voor een! Prachtig gelegen aan de rivier de Weser. De vorige camping werd door de eigenaresse een paradijs genoemd. Iets wat we nogal overdreven vonden, vanwege de zeer gedateerde situatie. We werden vriendelijk verwelkomd door de Nederlandse eigenaren.
We zijn na het installeren van de Ducato en het slurpen van een kop thee eindelijk weer eens op de fiets gestapt. Het klimmen en dalen valt hier reuze mee. In een nabij gelegen dorpje bevond zich een echte supermarkt, waar we onze voorraden en hun omzet hebben bijgewerkt. We namen nog een kijkje om de hoek bij de Weser, waar een veerpontje afhankelijk van het aanbod heen en weer voer. Het deed me denken aan het liedje van Drs P.  Vanwege de snelle stroming was het veer verbonden aan kabels die over de rivier gespannen waren, om zodoende koers te houden naar de overkant en terug. Een apart gezicht. Er bevond zich op hoogte ook een oude burcht. Maar toen we omhoog keken, zagen we ook donkere wolken naderen. Dus besloten we terug te fietsen naar de camping, waar we nog droog aankwamen. Niet veel later viel een forse regenbui.
Deze camping lijkt wel een Nederlandse enclave. We hebben welgeteld 2 Duitse kentekens gezien. Op de vorige camping was het andersom. Daar zeiden we : “Hé, een Nederlander!”
Hoewel honden toegestaan zijn, hebben de lokale boeren een hekel aan de huisdieren van met name vakantiegangers. En je weet, als een boer een hekel heeft aan hondenpoep, dan moet het erg zijn. Dus hangen overal waarschuwingsbordjes. Maar dat niet alleen. Er zijn ook automaten met gratis zakjes en afvalbakken geplaatst. Dus wat let je? En toch zag ik hier en daar hondenpoep liggen. Ongelooflijk

Anders dan gebruikelijk

Wifi op de camping

‘Hoera we hebben WiFi’, meldt de camping trots. Het is een hotspot die niet echt hot schijnt te zijn, want ik zit er alleen. Voor de verbinding moet ik een code gebruiken. Die kreeg ik niet gratis. Zodra ik die ingetoetst heb, begint het feest. Of beter : de ellende. De wachttijden lopen op tot zo’n drie minuten! Ook mijn laptop vindt het te lang duren en verbreekt de verbinding. Misschien is de traagheid met opzet geregeld. In de hoop dat klanten koffie met een Apfelstrudel bestellen. En later een lunch en weer later thee en tot slot avondeten en ter afsluiting weer koffie. Dat zou zo maar kunnen, want de wachttijden zijn ontzettend hoog. In het algemeen zijn de campings hier in Duitsland kariger wat betreft voorzieningen. Maar dat heeft ook zo z’n charme.
Het ziet er naar uit dat het een paar weken zonder internet gaat worden.

‘t Is wennen

Met een camper op vakantie gaan is toch heel anders dan met een caravan. We kunnen nu niet even tussendoor zonder al te veel moeite naar een ander dorp of stad rijden. Daar hebben we nu de fietsen voor en de hondenkar. We moeten er nog aan wennen, dat we voor aankomst en na vertrek bijvoorbeeld even de boodschappen doen. Maar je zaakjes op een andere manier regelen is ook weer een leuke uitdaging.
Met betalen is het ook anders gesteld. In veel winkels en instellingen accepteert het pinapparaat geen buitenlandse bankpassen. Soms wel een creditcard. Het betekent dat we vaak bij banken moeten pinnen. Ook iets wat we niet gewend zijn : geld op zak hebben. Maar ach,alles went. Ook contant geld.

dinsdag 2 augustus 2016

Achter een blauw busje aan


Via Dillenburg en Biedenkopf reden we naar de Edeltalsperre. Aan de eerste twee genoemde plaatsen heb ik leuke jeugdherinneringen. Ik heb als kind ooit het kasteel Dillenburg bezocht toen ik met een schoolvriendje mee mocht op vakantie. Zo ben ik in die tijd ook in Biedenkopf terechtgekomen. Dit keer geen weerzien; we zijn doorgereden.
Onderweg hebben we boodschappen gedaan en van de diverse schitterende uitzichten genoten. Op een zeker moment was er een Umleitung. We stopten op een parkeerplaats om een blik op de kaart te werpen. Opeens kwam een blauwe bestelwagen naast ons staan. Een bebaarde ruig uitziende man vroeg ons waar we naartoe wilden. Na het noemen van de Edertalsperre, zei hij : “Volg u mij maar”. Toen we achter hem aanreden zagen we een sticker van een motorclub (of was het een bende?) op de bus zitten B236 Eder.
Hij leidde ons over een zeer smalle bergweg over een heuvelrug. In mijn spiegels zag ik een dikke zwarte Audi ons volgen. Zo’n Audi associeer ik onbewust met Marokkaanse criminelen. Links keek ik een paar honderd meter in de diepte. Geen optie om er tussenuit te knijpen. Zo’n ravijn is ook niet echt uitnodigend. Gelukkig hadden tegenliggers daar meer last van dan ik. Het was met name voor hen erg spannend  ons te passeren. We namen diverse haarspeldbochten, zowel omhoog als naar beneden. Onze trommelvliezen kregen het net als de 2.5 diesel zwaar te verduren. Opeens was de zwarte Audi verdwenen. Vreemd want in dat bos zijn we geen juwelierszaak of opblaasbare pinautomaat tegengekomen. Toen de blauwe bus na een forse afdaling stil hield,stapte de biker uit. Hij legde even uit hoe we verder moesten. We bedankten hem en zagen niet veel later de afgesloten weg! We waren zo’n 10 km omgereden omdat een straat van 100 meter afgesloten was! Deutsche gründlichkeit in combinatie met goedkope brandstof. Niettemin : Vielen Dank Biker! Na nog zo’n drie kwartier rijden kwamen we op onze bestemming aan. Het was inmiddels al 7 uur ‘avonds. We waren na ruim 270 km’s op een camping waar we zo’n 16 jaar geleden ook al eens waren. Gezellig tussen de Jehova’s. Hier gaan we een weekendje bijkomen.

Pech aan de trekhaak

Het regent en we hebben een technische uitdaging. Onderweg naar deze camping viel het mij op, dat op het dashboard spontaan het controle lampje van het mistachterlicht gaat branden. Dat spontane branden gebeurt wanneer ik een andere functie gebruik, zoals de richtingaanwijzers, de remmen en/of de alarmverlichting. Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel een elektrisch probleem in de auto.
De Duitse buurman adviseerde mij naar een garage in de buurt te rijden. Het betrof een Fiat dealer, die ook veel met campers doet. Om aan alle onzekerheid een eind te maken, besloten we in regenachtig weer op te breken en naar die garage te gaan.
We hadden de dealer zo’n 25 kilometer verderop vrij snel gevonden. Uiteindelijk heeft het geheel zo’n drie uur geduurd. De boosdoener bleek de stekker van de fietsendrager te zijn. Huh? Weer een stekkerprobleem in Duitsland? Dat hadden we vorig jaar ook. De originele is een 13 polige uivoering, die met een verloopstekker op een 7 polige doos op de camper is aangesloten. De monteur vond het 10x niets. Zelfs op een andere auto deed de 13-polige helemaal niets! Hoe meer mogelijkheden, des te groter de kans op problemen. We hebben daarom de 13-polige door een 7 laten vervangen. Die 7-polige moest nog wel even ergens gehaald worden. Waarschijnlijk uit een antiekzaak. Vandaar de lange wachttijd.
Na de vervanging was het op het dashboard weer rustig. We zijn daarna vertrokken richting het noordoosten.

maandag 1 augustus 2016

Duitsland in

Op Dinsdagochtend hebben we lekker rustig ontbeten en de wagen reisklaar gemaakt. Rond een uur of tien reden we naar de Duitse grens. Vandaar ging het richting de E31, want de route ging richting het zuidoosten. Ons vakantiekompas stond gericht op Frankfurt am Main. Niet dat die stad ons einddoel voor vandaag zou zijn, want dat zouden we onderweg pas beslissen. Als ik het rijden zat begin te worden, zoeken we een camping op. Zo doen we dat sinds ik snel moe word in mijn koppie. Het moet leuk blijven!
Ik zag wat op tegen de beruchte D-driehoek, Duisburg, Düsseldorf en Dortmund. Als ik op de kaart de spaghetti aan wegen zie, word ik al tureluurs. Maar een drempel als een uitdaging zien, kan ik ook.
Geleidelijk merkten we dat we in een heuvelachtig landschap aankwamen. De Ducato deed stinkend zijn best (zonder zwarte rookpluimen) en trok ons telkens weer naar boven. Ik hoefde enkel een paar keer van 5 naar 4 terug te schakelen. Bij Dortmund leek het even alsof die stad heel Europa besloeg. Gedurende vele kilometers zagen we constant borden met de naam van die stad voorbijkomen. De wijzer van de dieseltank stond inmiddels op een kwart. Dat betekent twee dingen : 20 liter diesel en tanken. Er werd op veel locaties aan de weg gewerkt. Maar echte files leverde dat niet op. Duitse files staan erom bekend dat ze rijden. We passeerden twee Tankstellen die vanwege de werkzaamheden aan de weg beide gesloten waren. Dus besloten we even op de ouderwetse tour te gaan en de Autobahn te verlaten. Er was een tijd dat langs de Autobahn geen tankstations waren. Toen moest men altijd de bahn verlaten. Vlak naast de snelweg bevond zich een Aral pomp. Zestig liter diesel stroomde vlot de tank in. Voor de lieve somma van 60 euro en 60 eurocent. Leve Duitsland!
Rond drie uur hielden we een tweede stop, de eerste was een lunch en piespauze, de tweede was voor de thee en een blik op de kaart.
We hadden inmiddels ruim 240 km onder de wielen en we besloten een camping op te zoeken. Voorbij Siegen verlieten we de Autobahn en volgden de bekende campingbordjes. We kwamen na ruim 30 km bij een camping aan een meer terecht halverwege Dillenburg en Limburg.
Er was voldoende plaats. We kozen niet voor een plekje aan het meer, want Fenna mocht daar niet zwemmen. We hadden geen zin om door haar gek gemaakt te worden. Dus kozen we voor een ander plekje, vlakbij een gedeelte waar Fenna wel het water in mag. We blijven hier drie nachten en dan zien we wel weer. We gaan eerst lekker rusten en morgen gaan we fietsen!

Klimmen en dalen.

We hebben een stukje gefietst. Niet al te ver, want we wilden alleen de kar van Fenna uitproberen. Nou, dat hebben wij wel en Fenna niet geweten. Het is hier heuvel op en heuvel af, met vooral de eerste in de meerderheid. Tenminste, zo voelde het aan onze benen. Het omhoog fietsen is zwaar werk. We hebben stukken moeten lopen, want we zijn geen van beiden berggeiten. De stijgingspercentages varieerden van 4 tot 10 procent! We wisselden van fiets als er gelopen moest worden, want achter die van Sonja hing Fenna’s wagentje. Het was de bedoeling om ook Fenna even af te matten, maar het resultaat was, dat we beiden afgemat waren.
In het nabijgelegen dorp stonden de kerk en veel huizen op hoogte. Zo zagen we een jongeman een klikobak via een enorme trap naar beneden brengen. Door het dorp liep een secondaire weg, waar vrachtverkeer overheen denderde. In zo’n smalle straat ben je als fietser je welzijn niet zeker. Op de drukke wegen heeft Fenna in haar koetsje gezeten. Ze genoot merkbaar van de rit; wij wat minder. Toen we na een klimpartij boven op een heuvel in de schaduw van een boom even op adem kwamen, kwam Fenna vrolijk met haar bal aankakken.

Dag 2

‘s Avonds hadden we de voor- en zijruiten geblindeerd. De Ducato heeft daarvoor een speciaal scherm. Het is een dikke uitvoering, bedoeld als isolatie als het weer koud is. Maar ook geschikt om de warmte en de zon buiten te houden. We wisten dat de zon aan de kant van de neus van de wagen
zou opkomen. Vanmorgen was het lekker koel en donker in de bak. We hebben alle drie heerlijk geslapen. Dus ook daar zijn we erg tevreden over. Maar wat kan die Fenna snurken zeg! Maar ja, ze voelt zich heel erg op haar gemak wanneer we bij elkaar zijn.
Na het ochtendritueel is Sonja op de fiets naar die enorme kampeersupermarkt gereden. Ze wilde graag even gaan kijken of er soms ook nog interessante aanbiedingen zijn. We willen o.a. graag een schuifluifel. Fenna en ik bleven bij de camper. Het is zonnig, maar er staat (gelukkig) ook een lichte wind. We zijn samen een eind gaan wandelen en Fenna heeft weer een koele duik genomen. Gedurende de vakantie zit ze voornamelijk aan de riem. Daar heeft ze geen problemen mee. Ik ken mensen die drie weken per jaar niet of ook aangelijnd zijn. Het kan dus altijd erger.
Tot nu toe bevalt de camper erg goed. De draaibare voorstoelen maken dat de ruimte ook groter wordt.  Onderweg beviel de extra hoge zit van de stoelen ook uitstekend. We zitten op een hoogte tussen die van een bestelbus en een vrachtwagen in.
Ik houd een lijstje bij met aan- en opmerkingen over de wagen en de uitrusting. Dan heb ik na of tijdens de vakantie weer wat te doen.

Niet zo dus

Terwijl we voor de camper zitten onder de luifel, begint Fenna plots te grommen en te blaffen. Blijkt er een hond los te lopen, die enthousiast op de aangelijnde Fenna af stormt. Vlak daarna verschijnt schreeuwend een man, die duidelijk kwaad is. Ik had beide al eens eerder gezien, toen had meneer ook al ruzie met zijn hond, een pitbull-achtig beest.
Dit keer grijpt hij de hond in zijn nekvel en geeft het arme beest een schop terwijl hij het uitscheldt. Ik begin zelf niet te schelden, maar zei hem wel daarmee te stoppen. “Dat rot beest luistert niet!”, tiert meneer. “Dan had je hem beter moeten opvoeden”, antwoord ik. Meneer reageert niet en beent zichtbaar kwaad met een aangelijnde angstig kijkende hond weg.
Als een hond weet dat ie gestraft wordt als ie zich alsnog bij de baas meldt, dan blijft ie wijselijk uit de buurt. Een hond kan alleen op heterdaad gecorrigeerd worden. Nooit achteraf. Honden krijgen ook vaak op hun donder als de eigenaar thuiskomt en een bende ziet. Ook dan heeft straffen geen zin. Het effect is vaak tegenovergesteld : de hond wordt bang.
En als een hond zich na heel lang wachten toch weer meldt, dan geef je hem een aai over z’n kop. Ook al heeft ie net de kip van de buurman een koppie kleiner gemaakt. Dan maar geen vers eitjes meer.

Op pad

Een weekje zonder internet. Hoe bestaat het! Nou, gewoon. we zijn toch in Duitsland. Maar hier het reisverslag van de eerste dag.

‘s Morgens de boel nog even gecontroleerd en de laatste benodigdheden ingeladen. Als laatste ging de fietsendrager op de trekhaak. Omdat de haak relatief laag zit, leek het alsof de drager over de weg gesleept zou worden. Een vreemd gezicht. Het plaatsen van beide fietsen bleek dit keer lastiger dan een dag eerder. Op Zondag had ik de drager getest terwijl ie op de grond lag. Ik heb toen beide fietsen erop geplaatst. Dat ging vrij gemakkelijk. Maar vanmorgen, met de drager op de trekhaak, dus niet. Een kwestie van wennen, zo leek het. Om de heringerichte camper met de fietsdrager alsnog goed uit te proberen, zijn we naar de Achterhoek gereden. Een ritje van ruim 150 km. Voorbij Arnhem zagen we aan de andere kant van de snelweg een enorme file staan. Het waren de bezoekers van de Zwarte Cross, die hopelijk na een zeer geslaagd weekend weer huiswaarts stil stonden in de zon. We genoten van de eigenzinnig gespoten caravans en aanhangers met hilarische teksten en afbeeldingen. Afgaande op de uiterlijke staat vroeg ik me in sommige gevallen af in hoeverre ze eigenlijk zo de weg op mochten. Wat een oud spul! Ze worden speciaal voor het evenement aangekocht. Vaak voor een paar grijpstuivers.
Fenna gedroeg zich zowaar veel rustiger in de camper dan in de auto. Ze had alleen wat moeite met het feit dat ze niet zo gemakkelijk naar buiten kon kijken.
Het rijden met de bus was een feest vergeleken met een caravan op de knobbel. Vooral het versnellen en inhalen ging erg soepel. Even vlug naar 120-130 en dan weer terug naar 100 -110. De 2.5 diesel liep als een zonnetje. In de bak zelf hoorden we geen gerammel, dus Sonja had haar werk prima gedaan.
In de Achterhoek waren de omleidingen vanwege de ZC nog actief. We kwamen zodoende via de noordelijke kant Winterswijk binnen. We vonden de camping vrij gemakkelijk.
 “Ik zie een bekend gezicht”, zei de receptionist. “Je haalt me de woorden uit de mond”, antwoordde ik. Met een radende blik : “Harry?” Ik antwoordde met mijn naam. Hij schudde met zijn hoofd en toverde onze gegevens uit de computer. Het oude adres werd gelijk aangepast.
Ik mocht uit een viertal plekken kiezen. Nadat we de wagen opgesteld hadden, heb ik eerst Fenna laten genieten van een koele duik in het Hilgelomeer. Na de lunch zijn we de camper gaan uitpakken en inrichten voor dagelijks gebruik. Ik was alleen vergeten de watertank te vullen. Die heb ik maar met een grote emmer water en een stuk slang via het hevelprincipe alsnog gevuld. De tank kan maximaal 20 liter bevatten, dus zo’n gedoe was het ook weer niet. Zowel de watervoorziening als de elektra werken naar verwachting.
Toen we ‘s avonds voor de eerste keer in ons bed kropen, viel het ons beiden op alsof we in onze ouwe, trouwe caravan lagen. Het kwam erg bekend en vertrouwd over.