Waar we nu staan is een heel andere camping dan de vorige aan de Weser. Het is hier veel commerciëler. Dat zagen we ook tijdens onze wandeling door Plau. Overal gaat het over das Badestrand en die See. Er zijn hier ook relatief veel hotels, die zich daarop gericht hebben. De camping dus ook. Voor alles moet betaald worden en de plaatsen zijn erg klein of wel een hoge prijs per m2. Ik moest denken aan onze badplaatsen Katwijk en Noordwijk. Nee, we blijven toch de voorkeur geven aan de boerencampings en campings zoals die aan de Weser. Deze camping is zo groot, dat er ook een soort van Tokkie-buurt is. Die bestaat uit stacaravans. Als je daar doorheen loopt houd je opeens je hand op je portemonnee en vraag je je vanzelf af of je fiets eigenlijk wel op slot staat en de portieren van de bus afgesloten zijn. Gek hè? De kinderen zien eruit als kleine struikrovers en hun ouders kunnen zo voor de Duitse versie van de familie Flodder doorgaan. Maar misschien zijn het aardige mensen, waar je alleen geen ruzie mee moet krijgen. Ik schreef dat hier alles ‘billig’, goedkoop is. De vrouwen zijn hier ook nogal billig. Ik bedoel niet goedkoop, maar van een flinke billenpartij voorzien. Paarden zijn er jaloers op. Denk ik. Ze ontnemen grote delen van het uitzicht. Het zijn geen botox-, maar Imbiss-billen. Het is op deze camping, dat ik weer het internet op kan. Tegen betaling natuurlijk. Maar de kwaliteit is zeer goed. De Wifi verbinding werkt erg snel en zonder haperen. Dus heb ik snel delen van mijn dagboek overgezet naar het blog.zondag 14 juli 2019
Een andere camping
Waar we nu staan is een heel andere camping dan de vorige aan de Weser. Het is hier veel commerciëler. Dat zagen we ook tijdens onze wandeling door Plau. Overal gaat het over das Badestrand en die See. Er zijn hier ook relatief veel hotels, die zich daarop gericht hebben. De camping dus ook. Voor alles moet betaald worden en de plaatsen zijn erg klein of wel een hoge prijs per m2. Ik moest denken aan onze badplaatsen Katwijk en Noordwijk. Nee, we blijven toch de voorkeur geven aan de boerencampings en campings zoals die aan de Weser. Deze camping is zo groot, dat er ook een soort van Tokkie-buurt is. Die bestaat uit stacaravans. Als je daar doorheen loopt houd je opeens je hand op je portemonnee en vraag je je vanzelf af of je fiets eigenlijk wel op slot staat en de portieren van de bus afgesloten zijn. Gek hè? De kinderen zien eruit als kleine struikrovers en hun ouders kunnen zo voor de Duitse versie van de familie Flodder doorgaan. Maar misschien zijn het aardige mensen, waar je alleen geen ruzie mee moet krijgen. Ik schreef dat hier alles ‘billig’, goedkoop is. De vrouwen zijn hier ook nogal billig. Ik bedoel niet goedkoop, maar van een flinke billenpartij voorzien. Paarden zijn er jaloers op. Denk ik. Ze ontnemen grote delen van het uitzicht. Het zijn geen botox-, maar Imbiss-billen. Het is op deze camping, dat ik weer het internet op kan. Tegen betaling natuurlijk. Maar de kwaliteit is zeer goed. De Wifi verbinding werkt erg snel en zonder haperen. Dus heb ik snel delen van mijn dagboek overgezet naar het blog.Fietsen naar het centrum
9-7
Na een goede nachtrust zijn Fenna en ik door het bos gaan wandelen. Vanwege het langdurig gesnuffel van Fenna (hoera, een nieuwe omgeving!), werden wij ingehaald door een vrouw met en grote hond. Niet veel later keerde ze weer terug naar de camping. Hond is uitgelaten, maar niet uitgelaten. Wij deden daar een stuk langer over, want ook ik was benieuwd naar de nieuwe omgeving. We wandelden langs het meer en uiteindelijk mocht Fenna even het water in. Het is hier over een grote afstand ondiep. Dus Fenna hoefde niet te duiken. Na het ontbijt zijn we op de fiets gestapt om het centrum van Plau am See te gaan bekijken. Het eerste wat we tegenkwamen waren supermarkten. Vier bij elkaar. Dat kan dus gewoon. Daar moet je in ons kruidenierslandje niet mee komen. We hebben wel autoboulevards en meubelboulevards, maar supermarkten, nee dat kan niet. Rare mensen. Hier in Duitsland dus wel. We kozen voor een route binnendoor. We konden ook de B weg volgen, maar dat zou een saaie bedoening worden. We fietsten door de bewoonde wereld. Maar die was geplaveid met kinderhoofdjes, basalt keien. Wat een gerammel. Ik moest even aan Parijs – Roubaix denken en onze Hennie Kuiper. Na ongeveer een kilometer kwamen we tot stilstand voor een kleine hefbrug. Die had men omhoog gehesen, omdat er een plezierjacht onderdoor moest. Een halve kilometer verderop kwamen we in het centrum terecht. De typische huizen met houten balken in de muren stonden er mooi bij. Trouwens, toen we door Lüdwigslust reden, zagen we weliswaar grote oude flatgebouwen staan, maar die had men opgefleurd met vrolijke kleuren. Weg met het grauwe, grijze beton! Dat zouden er meer moeten doen, vooral in Flevoland.

We hebben de fietsen met kar bij een kleine markt gestald. Vandaar zijn we gaan wandelen. In Plau staat o.a. een oude burcht annex museum en een mooie kerk. De laatste heb ik natuurlijk even bezocht. Het was een oude kerk, waar het muisstil was. In het voorportaal bevond zich een grote gedenksteen met de namen van gevallen inwoners gedurende WO1. Toen ik de deuren naar de grote ruimte opende, kwam een serene rust over me heen. Het was er nogal donker. Misschien zelfs somber. Dat verwachtte ik niet in een huis des Heren. Dat zullen de bedenkers niet goed begrepen hebben. Of gaat de weg naar de hemel via de duisternis? Natuurlijk heb ik wat kaarsen aangestoken voor onze dierbaren. Ik was net op tijd klaar, want toen ik de kerk verliet kwam een grote groep toeristen naar binnen. We hebben bewust niet alles in Plau bekeken. De bedoeling is hier een aantal dagen te blijven en dan is het leuker om het rondkijken wat te doseren.
Na een goede nachtrust zijn Fenna en ik door het bos gaan wandelen. Vanwege het langdurig gesnuffel van Fenna (hoera, een nieuwe omgeving!), werden wij ingehaald door een vrouw met en grote hond. Niet veel later keerde ze weer terug naar de camping. Hond is uitgelaten, maar niet uitgelaten. Wij deden daar een stuk langer over, want ook ik was benieuwd naar de nieuwe omgeving. We wandelden langs het meer en uiteindelijk mocht Fenna even het water in. Het is hier over een grote afstand ondiep. Dus Fenna hoefde niet te duiken. Na het ontbijt zijn we op de fiets gestapt om het centrum van Plau am See te gaan bekijken. Het eerste wat we tegenkwamen waren supermarkten. Vier bij elkaar. Dat kan dus gewoon. Daar moet je in ons kruidenierslandje niet mee komen. We hebben wel autoboulevards en meubelboulevards, maar supermarkten, nee dat kan niet. Rare mensen. Hier in Duitsland dus wel. We kozen voor een route binnendoor. We konden ook de B weg volgen, maar dat zou een saaie bedoening worden. We fietsten door de bewoonde wereld. Maar die was geplaveid met kinderhoofdjes, basalt keien. Wat een gerammel. Ik moest even aan Parijs – Roubaix denken en onze Hennie Kuiper. Na ongeveer een kilometer kwamen we tot stilstand voor een kleine hefbrug. Die had men omhoog gehesen, omdat er een plezierjacht onderdoor moest. Een halve kilometer verderop kwamen we in het centrum terecht. De typische huizen met houten balken in de muren stonden er mooi bij. Trouwens, toen we door Lüdwigslust reden, zagen we weliswaar grote oude flatgebouwen staan, maar die had men opgefleurd met vrolijke kleuren. Weg met het grauwe, grijze beton! Dat zouden er meer moeten doen, vooral in Flevoland.

We hebben de fietsen met kar bij een kleine markt gestald. Vandaar zijn we gaan wandelen. In Plau staat o.a. een oude burcht annex museum en een mooie kerk. De laatste heb ik natuurlijk even bezocht. Het was een oude kerk, waar het muisstil was. In het voorportaal bevond zich een grote gedenksteen met de namen van gevallen inwoners gedurende WO1. Toen ik de deuren naar de grote ruimte opende, kwam een serene rust over me heen. Het was er nogal donker. Misschien zelfs somber. Dat verwachtte ik niet in een huis des Heren. Dat zullen de bedenkers niet goed begrepen hebben. Of gaat de weg naar de hemel via de duisternis? Natuurlijk heb ik wat kaarsen aangestoken voor onze dierbaren. Ik was net op tijd klaar, want toen ik de kerk verliet kwam een grote groep toeristen naar binnen. We hebben bewust niet alles in Plau bekeken. De bedoeling is hier een aantal dagen te blijven en dan is het leuker om het rondkijken wat te doseren.Een extra peesrail
Ja, we hebben weer internet. Tijdens de rukwinden bleek de peesband met magneten toch minder krachtig dan gedacht. Het magneetband werd met een flinke klap van het luifeldoek van het dak getrokken. Daarom hebben we na overleg besloten ook aan de andere zijkant van de bus (die tijdens het kamperen de achterkant is) van een aluminium peesrail te voorzien. Ik maak dan gelijk ook een peesrail achterop, boven de achterportieren. Sonja wil een stuk schaduwdoek maken, dat dan als een luifeltje over de geopende achterportieren heen hangt. We hebben weliswaar zonnedoek voor de raampjes, maar bij geopende deuren hebben die geen functie. We hebben met een stuk doek, dat provisorisch vastgemaakt was, een dagje proefgedraaid en dat beviel prima. Dus het ontwerp is er. Nu de uitwerking en realisatie ervan. Ja, ja, ook wij houden rekening met de klimaatverandering.
dinsdag 9 juli 2019
On the road again!
8-7 Van Drakenburg naar Plau am See
Het is die See en das Meer. Het leuke is dat die See het meer en das Meer de zee is. ’t Is maar dat je het weet. Vanmorgen waren we beiden vrij vroeg op. Dus Fenna ook. Gisteren heeft Sonja een grote slang gezien.
Het beest stak vlak voor haar over van een struikgewas naar een stapel stenen. Ze schrok van de grootte van het serpent. Hij moet ongeveer een meter lang geweest zijn en had een bruingroene kleur. Het beest had haast en maakt geen praatje met haar, zoals Eva overkwam. Waarschijnlijk omdat er geen appelbomen in de buurt waren.
Ik was weer zo slim een spiertje te verrekken of te scheuren. Die spieren van mij beginnen aardig op uitgedroogde elastiekjes te lijken. Zodra er wat trekkracht op komt te staan breken of scheuren ze. Ik wilde iets pakken dat zich op hoogte bevond. Ik kon er net niet bij met mijn korte beentjes, dus ging ik op mijn korte tenen staan. Na enig rekken kon ik met mijn vingertoppen het boekje te pakken krijgen. En toen hoorde ik ‘snap!’ en ik voelde een steek in mijn knieholte. Tja, ik wist gelijk hoe laat het was, want ik trok de wekker naar beneden van schrik. Dus nu waggel ik als een soort manke Nelis met Fenna over de camping. Maar zoals voor alle geldt ook dit keer : het zal wel weer overgaan.
De zon scheen. Na het ontbijt en ochtendritueel in het sanitairgebouw, zijn we de boel gaan opruimen. We hadden spontaan bedacht, dat we vandaag weer op pad zouden gaan. We blijven ons richten op het noordoosten van Duitsland. En dus vertrokken we richting Nienburg en reden we de B214 op naar Celle. We waren net lekker op weg of het begon te regenen. We keken elkaar aan en zeiden in koor : “We zijn mooi op tijd weg.” Als chauffeur had ik in mijn hoofd gezet zo’n 250 km te gaan rijden over de binnenwegen. Dat is op dat soort wegen een flinke afstand. En dus kachelden we via Celle, Uelzen (B191), Dannenberg, Lüdwiglust en Parchim naar Plau am See. Onderweg hebben we een paar keer gestopt om te pauzeren. Koffiepauzes, een lunch, boodschappen doen en (zo’n 10 km voor Plau am See) even een pauze om een camping op te zoeken. We zagen opeens een paar kleine campers links en rechts van de weg staan. Wat denk je? Het waren mobiele peeskamers!
Het is na bijna 275 km weer een camping aan het water geworden. We staan gelukkig niet vlakbij die grote See, want Fenna is anders niet te houden.
Het is die See en das Meer. Het leuke is dat die See het meer en das Meer de zee is. ’t Is maar dat je het weet. Vanmorgen waren we beiden vrij vroeg op. Dus Fenna ook. Gisteren heeft Sonja een grote slang gezien.
Het beest stak vlak voor haar over van een struikgewas naar een stapel stenen. Ze schrok van de grootte van het serpent. Hij moet ongeveer een meter lang geweest zijn en had een bruingroene kleur. Het beest had haast en maakt geen praatje met haar, zoals Eva overkwam. Waarschijnlijk omdat er geen appelbomen in de buurt waren.
Ik was weer zo slim een spiertje te verrekken of te scheuren. Die spieren van mij beginnen aardig op uitgedroogde elastiekjes te lijken. Zodra er wat trekkracht op komt te staan breken of scheuren ze. Ik wilde iets pakken dat zich op hoogte bevond. Ik kon er net niet bij met mijn korte beentjes, dus ging ik op mijn korte tenen staan. Na enig rekken kon ik met mijn vingertoppen het boekje te pakken krijgen. En toen hoorde ik ‘snap!’ en ik voelde een steek in mijn knieholte. Tja, ik wist gelijk hoe laat het was, want ik trok de wekker naar beneden van schrik. Dus nu waggel ik als een soort manke Nelis met Fenna over de camping. Maar zoals voor alle geldt ook dit keer : het zal wel weer overgaan.
Het is na bijna 275 km weer een camping aan het water geworden. We staan gelukkig niet vlakbij die grote See, want Fenna is anders niet te houden.
Een bevestiging
7-7
Toen Fenna en ik na de ochtendwandeling weer terugkeerden, gooide ik haar zakje met inhoud even in de afvalcontainer. Er staan hier drie containers t.b.v. afvalscheiding. Een voor papier, een voor plastic en een voor de rest. Geen gft container dus. Bij die containers ontmoette ik een
Duitser. We raakten in gesprek nadat hij mij gevraagd had hoe wij deze camping hebben kunnen vinden. Hij vertelde, dat een ‘Stellplatz’ hier €450 kost. Dat is dan voor de periode van april t/m oktober. Men mag de caravan (hier staan alleen toercaravans, geen sta-exemplaren) buiten het seizoen laten staan. Ik vertelde hem dat het tarief in Nederland gemiddeld ruim 2x zo hoog ligt, zonder voorzieningen zoals op deze camping. Meneer vertelde dat hij vroeger vaak in ons land kwam. Voor de boodschappen en de brandstof. Hij woont in Emmerich maar komt nauwelijks nog in Nederland : veel te duur geworden! Toen hij naar de prijs van brandstof vroeg, vertelde ik hem over het grote verschil per liter diesel : 30 eurocent. Hij schudde meewarig zijn grijze hoofd. “Jullie zitten toch ook in de EU?”, vroeg hij retorisch. Ik vertelde hem dat met name de forse kostenstijging daaraan debet is. Komt bij dat de inkomens stil zijn blijven staan en in veel gevallen achteruit gegaan zijn (pensioenen). In Nederland moet men sinds de komst van de euro beiden werken om rond te komen. Hij klopte me op mijn schouder en adviseerde mij : “Je moet maar naar hier verhuizen.” We namen lachend afscheid.
Ik hoorde dat de Nederlandse dames de finale van het WK voetbal hebben gehaald. Knap hoor. Vandaag, zondag, spelen ze tegen de USA. We hebben hier geen tv. We hopen maar dat we de wedstrijd via de radio kunnen volgen. Het zou helemaal super zijn, indien de dames zouden winnen. Daar zullen de mannen dan wel even van opkijken.
Drie uur later. Helaas de dames hebben verloren. Maar kunnen het trots terugkijken op dit kampioenschap. Het kikkerlandje heeft weliswaar verloren van het grote Amerika, maar dat ging de Amerikaanse dames niet gemakkelijk af. De VAR hielp ze op weg naar weer een wereldtitel.
Zelf kreeg ik een rare inval. Ik wilde een stukje hardlopen of joggen zo je wilt. Maar gelukkig realiseerde ik me op tijd, dat ik daar helemaal geen outfit voor heb. Vroeger kon je gewoon in een korte broek, shirtje en met een paar Bristol sportschoenen gaan rennen. Tegenwoordig heb je daar heel veel dure spullen voor nodig. Zoals een hardloop-outfit van een A merk. Speciale hardloopschoenen (er zijn er ook voor gewoon-, snel- en weglopen, om maar te zwijgen voor al die schoenen per tak van sport en daarbinnen. En dan heb ik nog een smartphone nodig, een app en zo’n armband waarop ik mijn bloeddruk, hartslag en ademhaling in de gaten moet houden. Ik vergeet even een hoofdband, speciaal drankje, (speciale) zonnebril en oordoppen. Vreemd genoeg geen oogkleppen. Die heb je volgens mij ook nodig. Maar ik heb horen zeggen, dat al die rennende en fietsende mafketels die oogkleppen standaard op hun hoofd hebben zitten. Die groeien daar vanzelf als je maar flink je best doet. Dan schijn je vanzelf een egotripper te worden. Ik ben blij dat ik dus niet ben gaan hardlopen. Stel je voor : “Meneer, wat bent u hier aan het doen? Toch niet stiekem aan het hardlopen in die kleding en zonder hard- en software? En waar zijn uw oogkleppen?!”
Toen Fenna en ik na de ochtendwandeling weer terugkeerden, gooide ik haar zakje met inhoud even in de afvalcontainer. Er staan hier drie containers t.b.v. afvalscheiding. Een voor papier, een voor plastic en een voor de rest. Geen gft container dus. Bij die containers ontmoette ik een
Duitser. We raakten in gesprek nadat hij mij gevraagd had hoe wij deze camping hebben kunnen vinden. Hij vertelde, dat een ‘Stellplatz’ hier €450 kost. Dat is dan voor de periode van april t/m oktober. Men mag de caravan (hier staan alleen toercaravans, geen sta-exemplaren) buiten het seizoen laten staan. Ik vertelde hem dat het tarief in Nederland gemiddeld ruim 2x zo hoog ligt, zonder voorzieningen zoals op deze camping. Meneer vertelde dat hij vroeger vaak in ons land kwam. Voor de boodschappen en de brandstof. Hij woont in Emmerich maar komt nauwelijks nog in Nederland : veel te duur geworden! Toen hij naar de prijs van brandstof vroeg, vertelde ik hem over het grote verschil per liter diesel : 30 eurocent. Hij schudde meewarig zijn grijze hoofd. “Jullie zitten toch ook in de EU?”, vroeg hij retorisch. Ik vertelde hem dat met name de forse kostenstijging daaraan debet is. Komt bij dat de inkomens stil zijn blijven staan en in veel gevallen achteruit gegaan zijn (pensioenen). In Nederland moet men sinds de komst van de euro beiden werken om rond te komen. Hij klopte me op mijn schouder en adviseerde mij : “Je moet maar naar hier verhuizen.” We namen lachend afscheid.
Ik hoorde dat de Nederlandse dames de finale van het WK voetbal hebben gehaald. Knap hoor. Vandaag, zondag, spelen ze tegen de USA. We hebben hier geen tv. We hopen maar dat we de wedstrijd via de radio kunnen volgen. Het zou helemaal super zijn, indien de dames zouden winnen. Daar zullen de mannen dan wel even van opkijken.
Drie uur later. Helaas de dames hebben verloren. Maar kunnen het trots terugkijken op dit kampioenschap. Het kikkerlandje heeft weliswaar verloren van het grote Amerika, maar dat ging de Amerikaanse dames niet gemakkelijk af. De VAR hielp ze op weg naar weer een wereldtitel.
Te lui om te lopen
6-7
Vanmorgen ben ik op Sonja’s werkpaard gestapt om ‘even’ naar de supermarkt te gaan om brood te kopen. Sonja heeft grote zijtassen op haar fiets. En…. een elektromotor. De supermarkt ligt op zo’n 4 km afstand en ligt langs een doorgaande weg. Zelfs op de zaterdag is er van beide kanten een stroom van auto’s. Gelukkig zijn er speciale oversteekplaatsen waar men met drukknop de verkeerslichten bedienen kan. Toen de boel op rood gezet was en ik overstak, stonden aan beide kanten vrij snel een forse rij auto’s.
In de supermarkt heb ik mijn ogen goed de kost gegeven. Heel erg veel producten zijn hier stukken goedkoper dan in Nederland. Omdat we bij de bami iets extra's wilden, heb ik maar een potje kant en klare goulash gekocht. Ach, we moeten niet te kieskeurig zijn. Al mis ik de trassi wel erg.
Weer terug heb ik Fenna laten rennen. Toen ik met haar en een bal bezig was, kwam de eigenaar / beheerder naar mij toe. Niet vanwege de rennende Fenna (het is rustig op de camping, want vanmorgen zijn veel gasten vertrokken), maar om te vragen of het ons hier bevalt. Ik complimenteerde hem met de schone camping en dat het zelfbedieningssysteem bijzonder is. Nadat hij zijn controle ronde voortzette, hebben we Fenna laten zwemmen in de Weser. Toen we naar de kampeerbus terugliepen, zagen we een vrouw wat drentelen met een hond. Ze bleek hem uit te laten, maar was niet van plan er een wandeling van te maken. Ze liep hier vlakbij heen en weer. Sonja had gezien, dat ze met een geel zakje om haar hand iets opraapte en in de bosjes gooide. Op nog geen 50 meter bij haar vandaan staat nota bene een aantal afvalcontainers. Dat soort mensen verpesten het dus voor de wel willenden. Ze zijn te lui om te lopen en hebben ook geen zin de regels op te volgen.
Vanmorgen ben ik op Sonja’s werkpaard gestapt om ‘even’ naar de supermarkt te gaan om brood te kopen. Sonja heeft grote zijtassen op haar fiets. En…. een elektromotor. De supermarkt ligt op zo’n 4 km afstand en ligt langs een doorgaande weg. Zelfs op de zaterdag is er van beide kanten een stroom van auto’s. Gelukkig zijn er speciale oversteekplaatsen waar men met drukknop de verkeerslichten bedienen kan. Toen de boel op rood gezet was en ik overstak, stonden aan beide kanten vrij snel een forse rij auto’s.
In de supermarkt heb ik mijn ogen goed de kost gegeven. Heel erg veel producten zijn hier stukken goedkoper dan in Nederland. Omdat we bij de bami iets extra's wilden, heb ik maar een potje kant en klare goulash gekocht. Ach, we moeten niet te kieskeurig zijn. Al mis ik de trassi wel erg.
Weer terug heb ik Fenna laten rennen. Toen ik met haar en een bal bezig was, kwam de eigenaar / beheerder naar mij toe. Niet vanwege de rennende Fenna (het is rustig op de camping, want vanmorgen zijn veel gasten vertrokken), maar om te vragen of het ons hier bevalt. Ik complimenteerde hem met de schone camping en dat het zelfbedieningssysteem bijzonder is. Nadat hij zijn controle ronde voortzette, hebben we Fenna laten zwemmen in de Weser. Toen we naar de kampeerbus terugliepen, zagen we een vrouw wat drentelen met een hond. Ze bleek hem uit te laten, maar was niet van plan er een wandeling van te maken. Ze liep hier vlakbij heen en weer. Sonja had gezien, dat ze met een geel zakje om haar hand iets opraapte en in de bosjes gooide. Op nog geen 50 meter bij haar vandaan staat nota bene een aantal afvalcontainers. Dat soort mensen verpesten het dus voor de wel willenden. Ze zijn te lui om te lopen en hebben ook geen zin de regels op te volgen.
Sehr billig hier!
5-7 Goedkoop hier!
Afgezien van de brandstofprijzen zijn ook die van andere producten stukken goedkoper dan bij ons thuis. We merken echt dat in ons land de kosten flink gestegen zijn. Neem nou gewoon een doosje met tien scharreleieren. Dat is hier nog goedkoper dan 6 stuks in eigen super. Hier kost zo’n doosje van 10 stuks €1,19. In onze eigen super €2,85!! Het zal mij niets verbazen, indien de Hollandse kaas hier ook goedkoper is.
We zijn weer op de fiets gestapt en weer richting Nienburg gereden. Dit keer niet om het oude centrum te zien, maar het nieuwere deel. Fenna heeft zowaar ruim 6 km naast de fiets gerend. In het begin liep ze ruim 12 km/uur. Maar na 5 km zakte ze terug tot zelfs 9 km/uur. Neemt niet weeg dat ik die teef dat niet nadoe. Ze is sinds twee weken aardig slanker geworden. Vlak voor aan komst ging ze nog even te water, zodat ze met weinig energie aan de stadswandeling kon beginnen. Dat scheelt veel in haar gedrag. Fenna is dan veel rustiger.
Sonja wilde naar een warenhuis dat ze gezien had. Die bevond zich in de buurt van een bekende elektronicazaak. Toen ik eine Frau vroeg waar die M-Markt was, reageerde ze nogal afstandelijk. Alsof ze mij niet wilde helpen. Ze zei nog net niet : “Weg wesen dummer Holländer!” Dus liet ik haar maar. Gelukkig kwam er ook een heer voorbij, met een gewoon humeur en goede sociale inslag. Hij legde mij rustig en vriendelijk uit hoe ik moest fietsen. Tijdens zijn uitleg legde hij zijn hand op mijn schouder, ter geruststelling. Kijk, daar wordt een mens als ik vrolijk van. Ik bedankt hem vriendelijk en nee, ik gaf hem geen zoen.
Zoals gezegd wordt er in Duitsland nog heel erg veel gerookt. Zo ook hier. Zelfs door een hoogzwangere vrouw, die ook nog aan het bier was. Eins, zwei, drei, zaufen! Maar ja, het was al 11 uur in de ochtend hè? Overal zie ik sigarettenpeuken liggen. Wat triest. Op aanwijzing van de vriendelijke Duitser fietsten we over de mij bekende brug over de Weser. ’t Is weer eens wat anders dan in een YP408 in groene leger-outfit in 1970. Naast de brug bevindt zich een camperplaats. Pal aan het water met het centrum op loopafstand. Zijn uitleg klopte, we zagen weldra de gezochte winkels.
Terwijl Sonja in wat winkels rondkeek, liepen Fenna en ik een ronde. Ik zag plots en kraam staan met een vrouw met Aziatisch uiterlijk erin. “Aha, de Vietnamees!”, was mijn primaire gedachte. Ze runde een ‘nudel’ tentje vanuit een zeer fraaie verkoopwagen. Geen vierkante aanhanger, maar uitgeklapt en wel een mooi, uitnodigend eettentje. Ze verkocht kleine loempia’s (waarvan ik er minstens 9 moet eten om het gevoel te krijgen een fatsoenlijke loempia verorberd te hebben), en bami zonder of met stukjes kip of Peking eend. Van de laatste geloof ik niets. Het al eerder een Park eend zijn. Ik zag een klant een bord voorgeschoteld krijgen van bami met Peking eend. “Dat is nog flink aanpoten om dat bord leeg te krijgen”, dacht ik. Zoveel! En dat voor €5,=. De mie zelf was al gekookt en lag apart klaar. De ingrediënten haalde ze uit de koeling. Op een grill plaat werd de bami voor de neus van de klant bereid. We besloten een bakje te kopen; bami met kip. Weer terug op de camping bleek onze verwachting te kloppen : zo’n bakje is genoeg voor twee personen. En…. de bami smaakte niet verkeerd. Oké, niet Indisch, maar Vietnamees. En voor herhaling vatbaar.
Afgezien van de brandstofprijzen zijn ook die van andere producten stukken goedkoper dan bij ons thuis. We merken echt dat in ons land de kosten flink gestegen zijn. Neem nou gewoon een doosje met tien scharreleieren. Dat is hier nog goedkoper dan 6 stuks in eigen super. Hier kost zo’n doosje van 10 stuks €1,19. In onze eigen super €2,85!! Het zal mij niets verbazen, indien de Hollandse kaas hier ook goedkoper is.
Sonja wilde naar een warenhuis dat ze gezien had. Die bevond zich in de buurt van een bekende elektronicazaak. Toen ik eine Frau vroeg waar die M-Markt was, reageerde ze nogal afstandelijk. Alsof ze mij niet wilde helpen. Ze zei nog net niet : “Weg wesen dummer Holländer!” Dus liet ik haar maar. Gelukkig kwam er ook een heer voorbij, met een gewoon humeur en goede sociale inslag. Hij legde mij rustig en vriendelijk uit hoe ik moest fietsen. Tijdens zijn uitleg legde hij zijn hand op mijn schouder, ter geruststelling. Kijk, daar wordt een mens als ik vrolijk van. Ik bedankt hem vriendelijk en nee, ik gaf hem geen zoen.
Zoals gezegd wordt er in Duitsland nog heel erg veel gerookt. Zo ook hier. Zelfs door een hoogzwangere vrouw, die ook nog aan het bier was. Eins, zwei, drei, zaufen! Maar ja, het was al 11 uur in de ochtend hè? Overal zie ik sigarettenpeuken liggen. Wat triest. Op aanwijzing van de vriendelijke Duitser fietsten we over de mij bekende brug over de Weser. ’t Is weer eens wat anders dan in een YP408 in groene leger-outfit in 1970. Naast de brug bevindt zich een camperplaats. Pal aan het water met het centrum op loopafstand. Zijn uitleg klopte, we zagen weldra de gezochte winkels.Terwijl Sonja in wat winkels rondkeek, liepen Fenna en ik een ronde. Ik zag plots en kraam staan met een vrouw met Aziatisch uiterlijk erin. “Aha, de Vietnamees!”, was mijn primaire gedachte. Ze runde een ‘nudel’ tentje vanuit een zeer fraaie verkoopwagen. Geen vierkante aanhanger, maar uitgeklapt en wel een mooi, uitnodigend eettentje. Ze verkocht kleine loempia’s (waarvan ik er minstens 9 moet eten om het gevoel te krijgen een fatsoenlijke loempia verorberd te hebben), en bami zonder of met stukjes kip of Peking eend. Van de laatste geloof ik niets. Het al eerder een Park eend zijn. Ik zag een klant een bord voorgeschoteld krijgen van bami met Peking eend. “Dat is nog flink aanpoten om dat bord leeg te krijgen”, dacht ik. Zoveel! En dat voor €5,=. De mie zelf was al gekookt en lag apart klaar. De ingrediënten haalde ze uit de koeling. Op een grill plaat werd de bami voor de neus van de klant bereid. We besloten een bakje te kopen; bami met kip. Weer terug op de camping bleek onze verwachting te kloppen : zo’n bakje is genoeg voor twee personen. En…. de bami smaakte niet verkeerd. Oké, niet Indisch, maar Vietnamees. En voor herhaling vatbaar.
Plannen
5-7
Het bevalt ons hier zo goed, dat we nog geen moment gedacht hebben aan een vertrek. We kunnen hier leuk fietsen en hebben nog niet alles gezien. We staan ook dicht bij het water, waar Fenna graag in zwemt. Daarnaast is er voldoende ruimte voor haar om te rennen. De camping maakt deel uit van een watersportvereniging. De leden hebben een eigen plek aan het water. Binnen hun gebied is er ook ruimte voor gasten. We staan op krap 50 meter van het water. Er is een botenhelling, die Fenna gebruikt om te gaan zwemmen in de Weser. De rivier stroomt erg langzaam, dus we hoeven niet bang te zijn dat ze zal wegdrijven richting Bremerhaven.
Volgens het hoofdplan is het de bedoeling van hier via Celle (ook bekend van mijn militaire diensttijd) en Uelsen over wegnummer 191 globaal richting het merengebied rond Schwerin te rijden. Onderweg zien we dan wel weer waar we ons bivak zullen gaan opzetten. Maar veel hangt af van het weer. Voorlopig blijven we hier.
Het bevalt ons hier zo goed, dat we nog geen moment gedacht hebben aan een vertrek. We kunnen hier leuk fietsen en hebben nog niet alles gezien. We staan ook dicht bij het water, waar Fenna graag in zwemt. Daarnaast is er voldoende ruimte voor haar om te rennen. De camping maakt deel uit van een watersportvereniging. De leden hebben een eigen plek aan het water. Binnen hun gebied is er ook ruimte voor gasten. We staan op krap 50 meter van het water. Er is een botenhelling, die Fenna gebruikt om te gaan zwemmen in de Weser. De rivier stroomt erg langzaam, dus we hoeven niet bang te zijn dat ze zal wegdrijven richting Bremerhaven.
Volgens het hoofdplan is het de bedoeling van hier via Celle (ook bekend van mijn militaire diensttijd) en Uelsen over wegnummer 191 globaal richting het merengebied rond Schwerin te rijden. Onderweg zien we dan wel weer waar we ons bivak zullen gaan opzetten. Maar veel hangt af van het weer. Voorlopig blijven we hier.Met haken en ogen
In de loop der tijd zijn er aardig wat zaken veranderd dan wel toegevoegd aan de camper. Ik heb aan de achterzijde twee ogen gemonteerd. Aan elke kant een op de carrosserie op zo’n 2 meter hoogte. Die ogen zijn bedoeld om er een waslijn aan te knopen. Een uiteinde van de waslijn heeft een haak, een omgebogen ronde haring. Daarmee enter ik een boom. Haha. Als er geen bomen zijn, plaats ik een tentstok die ik met 2 scheerlijnen vastzet. Als de haak goed om een tak zit, trek ik de waslijn door het oog strak en leg er een knoop in.
Omdat onze Duitse overburen ook een Ducato rijden, heb ik even gevraagd of ik bepaalde technische dingen mocht bekijken, om ze te vergelijken met onze bus. Ik vroeg me o.a. af in hoeverre de koplampen in combinatie met de richtingaanwijzers juist gemonteerd zijn. Maar bij hun wagen waren ze op dezelfde (in mijn ogen vreemde) manier bevestigd. Hun Ducato is 3 jaar jonger en heeft een 2.8 JTD motorblok. Toch is ie niet veel beter in de bergen dan die van ons, volgens de eigenaar. Maar dat komt misschien door de zwaardere opbouw. Het is een alkoof.
Het waait
4-7.
De harde wind heeft ons doen besluiten de luifel te vervangen door de bustent. Dankzij de zijwanden kunnen we in de zon en uit de wind zitten. Inmiddels is een aantal campers gearriveerd. Het zijn enorm grote voertuigen, waarvan een met een dubbele achteras. In dat gevaarte zit een meneer wat rijk(?) en alleen naar de rivier te staren. Een andere camper heeft veel weg van een stadsbus of een luxe vrachtwagen om paarden te vervoeren. Daarin worden twee mensen vervoerd. Ach, wie het breed heeft. Ik weet dat die grote campers niet overal toegelaten worden vanwege het gewicht. Ze rijden de grond kapot en/of zakken erin weg. Ze nemen plek voor twee of drie in beslag. Het zijn bijna allemaal Duitsers die hier staan. Er is nog een Nederlands stel. Dat is met een caravan hier neergestreken. Ze zijn op weg naar huis. We zijn dus in de minderheid. Houden zo. Het leuke van de Duitsers is, dat ze na aankomst allemaal hetzelfde ritueel erop na houden. Eerst gaat de schotelantenne overeind en vervolgens komt de bbq tevoorschijn. Sommigen hebben een enorme schotel op het dak staan. En dat voor niet-Turken. Die Duitsers zullen vast bij de Duitse versie van de NASA werken of zo. Of missen ze in soms Dwingeloo schotels?
Als het ervan komt, zal ik eens aan die Duitsers vragen wat er met hun Bratwurst en Kartoffelsalat gebeurd is.
De harde wind heeft ons doen besluiten de luifel te vervangen door de bustent. Dankzij de zijwanden kunnen we in de zon en uit de wind zitten. Inmiddels is een aantal campers gearriveerd. Het zijn enorm grote voertuigen, waarvan een met een dubbele achteras. In dat gevaarte zit een meneer wat rijk(?) en alleen naar de rivier te staren. Een andere camper heeft veel weg van een stadsbus of een luxe vrachtwagen om paarden te vervoeren. Daarin worden twee mensen vervoerd. Ach, wie het breed heeft. Ik weet dat die grote campers niet overal toegelaten worden vanwege het gewicht. Ze rijden de grond kapot en/of zakken erin weg. Ze nemen plek voor twee of drie in beslag. Het zijn bijna allemaal Duitsers die hier staan. Er is nog een Nederlands stel. Dat is met een caravan hier neergestreken. Ze zijn op weg naar huis. We zijn dus in de minderheid. Houden zo. Het leuke van de Duitsers is, dat ze na aankomst allemaal hetzelfde ritueel erop na houden. Eerst gaat de schotelantenne overeind en vervolgens komt de bbq tevoorschijn. Sommigen hebben een enorme schotel op het dak staan. En dat voor niet-Turken. Die Duitsers zullen vast bij de Duitse versie van de NASA werken of zo. Of missen ze in soms Dwingeloo schotels?
Aan de Weser
3 juli.
Na een frisse nacht, de temperatuur daalde naar 8 Celsius, een warme douche en een zonnig ontbijt, zijn we weer op de fiets geklommen. De buitentemperatuur steeg al snel naar 20 Celsius. Er stond een flinke wind. Dit keer reden we naar Nienburg a/d Weser. Nog even dit : het is hier een enorm stille omgeving, waar enkel dieren geluiden produceren. Dieren als vogels en koeien en heel soms het gehinnik (of gegrinnik?) van een paard. Er zijn hier ook veel konijnen en hazen. We zitten hier in een beschermd natuurgebied, dus deze exoot hoeft niet bang te zijn. Haha.
We fietsten langs de Weser, stroom opwaarts. Onderweg kwamen we nauwelijks andere fietsers tegen. We hadden het rijk alleen en het was ook onderweg erg stil. En mooi. Goudgele korenvelden, groene maisvelden, ganzen en paarden. En dat alles onder een blauwe lucht met hier en daar een wit schapenwolkje. Fenna mocht weer even loslopen en te water, voordat we Nienburg binnenreden.
We reden namelijk langs de Weser. Even later dook de mij bekende blauwe brug over de Weser op. Er bleek een weekmarkt gaande te zijn in de Altstadt. Dat hield niet alleen gezelligheid in, maar ook een verbod voor honden. Toch zijn we die straat met allerlei kraampjes even overgestoken, met Fenna ondergedoken in haar kar. Buiten die winkelstraat waren honden aangelijnd weer toegestaan.
Na een kleine rondwandeling konden we niet de verleiding weerstaan om een Bratwurst te proeven. Die kochten we bij een kraampje. Je krijgt dan een gebraden worst met wat mosterd en een stukje brood. De eerste hap van het bruine geval deed me niet zoveel. Nee, het is niet die ouderwetse Bratwurst, zoals ik die heb leren kennen toen ik in militaire dienst was en wat later. Ik kocht op die markt ook wat Kartoffelsalat. Maar ook die smaakte anders dan die ik een paar keer als kleine jongen in Ratingen gegeten heb. Alles verandert, maar om nou te zeggen dat het verbeteringen zijn… neen. Wir schaffen es, dus mooi niet. Op de terugweg hebben we een andere route genomen. Verandering van omgeving doet fietsen. In totaal hebben we ruim 20 km gefietst. Dat lijkt niet veel, maar het was soms flink trappen tegen de wind in.
Na een frisse nacht, de temperatuur daalde naar 8 Celsius, een warme douche en een zonnig ontbijt, zijn we weer op de fiets geklommen. De buitentemperatuur steeg al snel naar 20 Celsius. Er stond een flinke wind. Dit keer reden we naar Nienburg a/d Weser. Nog even dit : het is hier een enorm stille omgeving, waar enkel dieren geluiden produceren. Dieren als vogels en koeien en heel soms het gehinnik (of gegrinnik?) van een paard. Er zijn hier ook veel konijnen en hazen. We zitten hier in een beschermd natuurgebied, dus deze exoot hoeft niet bang te zijn. Haha.
We reden namelijk langs de Weser. Even later dook de mij bekende blauwe brug over de Weser op. Er bleek een weekmarkt gaande te zijn in de Altstadt. Dat hield niet alleen gezelligheid in, maar ook een verbod voor honden. Toch zijn we die straat met allerlei kraampjes even overgestoken, met Fenna ondergedoken in haar kar. Buiten die winkelstraat waren honden aangelijnd weer toegestaan.
Na een kleine rondwandeling konden we niet de verleiding weerstaan om een Bratwurst te proeven. Die kochten we bij een kraampje. Je krijgt dan een gebraden worst met wat mosterd en een stukje brood. De eerste hap van het bruine geval deed me niet zoveel. Nee, het is niet die ouderwetse Bratwurst, zoals ik die heb leren kennen toen ik in militaire dienst was en wat later. Ik kocht op die markt ook wat Kartoffelsalat. Maar ook die smaakte anders dan die ik een paar keer als kleine jongen in Ratingen gegeten heb. Alles verandert, maar om nou te zeggen dat het verbeteringen zijn… neen. Wir schaffen es, dus mooi niet. Op de terugweg hebben we een andere route genomen. Verandering van omgeving doet fietsen. In totaal hebben we ruim 20 km gefietst. Dat lijkt niet veel, maar het was soms flink trappen tegen de wind in.
On the road again
2 Juli. Na het ontbijt hebben we het restant van de bagage opgeruimd
en de betaling gedaan. Daarna was het zwaaien naar de achterblijvers en op pad.
Zoals gezegd eerst globaal naar het noorden, net over de grens door Duitsland.
Halverwege naar het oosten en toen weer het noorden. Ter hoogte van Holdorf
hebben we de saaie maar drukke Autobahn achter ons gelaten om binnendoor de
reis voort te zetten. Inmiddels was de lunchtijd al overschreden, maar wat denk
je? Vlak bij de afrit van de Autobahn stond een snacktent ons op te wachten!
Dus werd de lunch een (simpele) hamburger, wat frietjes en een beker fris. Voor
ons een feestje, voor anderen dagelijkse kost.
De rit over binnenweg 214 was een verademing. Lekker rustig
toerend met zo’n 90 km/uur over relatief brede wegen. We passeerden diverse
dorpen, wat ook leuk is. Al was het maar vanwege het idee weer in de bewoonde
wereld te zijn. Onderweg hebben we nog wat boodschappen gedaan. De Duitse Aldi
is qua prijs toch een stuk goedkoper dan de Nederlandse. Dat geldt trouwens ook
voor de diesel. We begonnen met bijna €1,39 en zagen de literprijs langs de
Autobahn oplopen tot €1,44. Rijdend over
de binnenwegen zakte de prijs naar €1,18 / liter. Ik dacht : “We rijden nog
verder naar het oosten, want daar is de diesel vast gratis!” Ja, ik ben toch
ook een Hollander. Haha!
Vlak voordat we Nienburg / Weser binnenreden zochten we een
camping in de buurt op. Met als doel : op de fiets naar Nienburg. Dus toen we
binnen een straal van 20 km van Nienburg waren, hebben we Google om campings
gevraagd. We kwamen al vrij snel op een camping terecht aan het water. Zeg maar
rustig een bijzondere. Een zelfbedieningscamping! Wat een vertrouwen. Van de
gasten wordt namelijk verwacht dat zij voor het vertrek de betaling in een
envelop doen en deze in een speciale bus deponeren. Het tarief is €7,00 per
persoon per nacht. Fenna mag gratis kamperen. We zagen ook campings
voorbijkomen, waar enkel Fenna al €7 euro per nacht moest kosten. De
voorzieningen zijn erg goed, tot zelf luxe toe. Voor onze begrippen dan. We
zijn niet veel eisend. Er is warm en koud water. Het sanitair, inclusief
douches, is kraak helder. En er is toiletpapier. Allemaal gratis. En dat voor
slechts €7 per persoon. Je kunt er ook
koken, de wasmachine gebruiken en zelfs koffie drinken. Voor deze voorzieningen
wordt van de gast verwacht, dat hij de vergoeding keurig in een busje stopt. We
staan hier ook nog eens aan de Weser. Fenna heeft al gezwommen en ik heb geen
hengel meegenomen. De WiFi is ook gratis. Maar het signaal is zeer zwak. Ik kon
met de laptop niet eens het internet op. Dus beperkte ik me tot het vastleggen
van berichten met Word.
Sonja zei dat we hier tijdens die hete dagen hadden moeten
staan. Hopelijk gaan we morgen op de fiets naar Nienburg. ’t Is weer eens wat
anders.
maandag 1 juli 2019
'n Rare snijboon
| het eerste en |
Helaas hebben we in de bus geen snijbonenmolen. We hebben ook geen kleinkind voorhanden, om zo'n molen te laten draaien. Dus was ik zelf de klos. Ik moest 400 gram snijbonen snijden. Het waren er (toevallig?) 20 stuks, die bijna even lang waren. Ik heb gemiddeld 37 keer gesneden per boon. Ja, uit verveling ben ik wat gaan tellen en rekenen. Een mens moet toch wat? Als ik bijna haaks op de boon sneed, dan waren 46 sneden nodig om een boon klein te krijgen.
| het laatste boontje |
O ja, door zelf te snijden heb ik toch maar even 35 eurocent bespaard. 't Is toch wat.
Tijgermuggen en zo
In Lelystad (is daar ook goed nieuws te melden?) is weer een exoot gespot. Het is een sterkere soort Aziatische tijgermug. Deskundigen spreken over een broertje van de tijgermug. De larven van die beesten schijnen in autobanden te zitten, die hier geïmporteerd worden uit Japan en/of Korea. Dit soort illegalen wil men wel met hand en tand wegjagen. De tijgermuggen komen al erg veel voor in het zuiden van Europa, maar rukken op naar het noorden. Het is wel erg typisch dat die nare beesten ook vanuit het zuiden naar hier komen. En ook familie laten overkomen.
Het wordt tijd dat we tegenmaatregelen nemen. Zoals het stiekem exporteren van onze strontvliegen naar die Aziatische landen.
Het wordt tijd dat we tegenmaatregelen nemen. Zoals het stiekem exporteren van onze strontvliegen naar die Aziatische landen.
Voorbereidingen
Gisteren fietsten we langs het lokale AZC. Wat ons beiden direct opviel was de hoeveelheid zwerfvuil nota bene op het terrein zelf. Kom op mensen, dat hoeft toch niet? Wat zeg ik? Waarom wordt de asielzoekers niet gelijk geleerd om hun woonomgeving schoon te houden? Stel een verplicht corvee in, zodat ze hun gastenverblijf netjes en op orde houden. Ik zag ook veel fietsen die her en der op het terrein waren 'neergepleurd'. Met lekke banden. De mensen hebben weinig tot niets te doen. Leer ze bandenplakken of in het algemeen een fiets repareren. Daar is geen kennis van Nederlandse taal voor nodig. Ik durf te wedden dat ook voor dat schoonmaakwerk de belastingbetaler mag opdraaien. Het COA zal vast een bedrijf inhuren dat de boel daar schoonhoudt. Zouden ze voor die asielzoekers ook het toilet doorspoelen? Laat ze gewoon hun eigen rommel opruimen en de boel toonbaar houden. Zo moeilijk is dat toch niet? Beschouw het maar als een voorbereiding op een eventueel bestaan hier.
Over voorbereiding gesproken. Vandaag schijnt de zon en er staat een heerlijk windje. Het is een mooie dag om ons te gaan voorbereiden op de trip van morgen. Dat betekent de boel weer op orde maken, nog wat inkopen doen en globaal een route uitstippelen. Het afdakje achter de bus breken we alvast af. Gisteravond het ik de vuilwatertank alvast geleegd. Mooi op tijd, want dat ding was tot de rand vol. Het afvalwater is louter kraanwater uit het gootsteentje. Daar zit hooguit wat zeep en/of schuim van tandpasta bij.
Ik heb het oliepeil gecontroleerd en hier en daar wat nagelopen. Ik heb zelfs even onder de bus gelegen. Lekker koel daar. De ophangrubbers van de uitlaat vertonen scheurtjes. Gelukkig heb ik een paar reserve rubbers mee. Omdat de radio soms aanstaat, heb ik de acculader maar even aan het werk gezet. Dan kunnen we morgenochtend met een volle accu en vol goede moed weer op pad.
Over voorbereiding gesproken. Vandaag schijnt de zon en er staat een heerlijk windje. Het is een mooie dag om ons te gaan voorbereiden op de trip van morgen. Dat betekent de boel weer op orde maken, nog wat inkopen doen en globaal een route uitstippelen. Het afdakje achter de bus breken we alvast af. Gisteravond het ik de vuilwatertank alvast geleegd. Mooi op tijd, want dat ding was tot de rand vol. Het afvalwater is louter kraanwater uit het gootsteentje. Daar zit hooguit wat zeep en/of schuim van tandpasta bij.
Ik heb het oliepeil gecontroleerd en hier en daar wat nagelopen. Ik heb zelfs even onder de bus gelegen. Lekker koel daar. De ophangrubbers van de uitlaat vertonen scheurtjes. Gelukkig heb ik een paar reserve rubbers mee. Omdat de radio soms aanstaat, heb ik de acculader maar even aan het werk gezet. Dan kunnen we morgenochtend met een volle accu en vol goede moed weer op pad.
Abonneren op:
Posts (Atom)


