maandag 15 juni 2015

Aan de nasi goreng

Voor vandaag heb ik gisteren een bak nasi goreng, die we een paar weken geleden te veel gekocht hebben, uit de vriezer gehaald. Ik heb hem in de koelkast gelegd om te ontdooien. Straks ga ik de nasi opbakken. Maar ik ga eerst wat spekreepjes uitbakken met wat gesneden ui. Daar doe ik dan een lepeltje trassi en wat knoflook door. Voor een nog betere smaak. Pas dan kieper ik de bak nasi in de wadjan leeg.
Van het bbq feestje van gisteren is wat vlees over. Dus dat ga ik roosteren en met wat saté saus ook op tafel zetten. Gemak dient de mens.
't Is altijd fijn als je na noeste arbeid weinig hoeft te koken en toch lekker kunt eten. Ik heb vanmiddag namelijk in de tuin van een buurtbewoonster de andere rij coniferen aangepakt. Ze zijn gedeeltelijk ontdaan van de onderste takken. Die kon ik nog met de hand met een beugelzaag voor takken en bomen verwijderen. Deze 5 pk Indo-motor met nasi ontsteking was daar na een uur klaar mee. De rest gaat straks met de Alligator, dat vreselijk takkenmonster van Black & Decker.
Ik moet trouwens voorzichtig te werk gaan, want men heeft de schutting met een touw vastgezet aan een stam van een van de coniferen. Een van de palen staat wat losjes of is misschien zelfs afgebroken. Maar dat zien we later wel weer. Toen ik weer thuis was, sloeg ik eerst mijn dubbel gevouwen broekspijpen open. Die moesten even geleegd worden. Daarna haalde ik een kam door mijn haar. Ook toen kwamen allemaal bruine stukjes van coniferenbladeren tevoorschijn. Ik wacht even met douchen, want ik hoop dat ik zelf ook kaal geschoren zal worden. Van dat lange haar krijg ik behoorlijk de kriebels.

Sucade en andere kleverigheid -1-

Ingezonden


Citaat 30 mei j.l.: ,,Vanmorgen 'even' naar Deventer gereden".
Bij de naam Deventer moet ik opeens weer denken aan een grappig woordspelletje voor de klein/kinderen: ,,Een jong etje zat in de ge van genis en at de vent er koek met su ca dé". 

In deze reactie gaat het echter niet over koek uit Deventer maar over de rit erheen en terug, volgens het verslag van Willem, maar nu eerst even wat anders. Hier op de camping, aan de rand van het bos, zag ik vanuit de voortent van onze caravan een vreemd vogeltje druk in de weer rondom de stam van een hoge sparrenboom. Het beestje was blijkbaar op zoek naar insecten onder de grillig gevormde schorsdelen van de boom en klauterde daarbij behendig en doelbewust op en neer. Links- of rechtsom rond de boom, recht omhoog of ondersteboven omlaag; het maakte niets uit. Zodra hij een geschikt plekje heeft gevonden bleef hij daar een tijdje hangen. Het bleek een boom-klever te zijn en dat is hééél wat anders dan een bumper-klever waar Willem zich zo aan ergerde. Boomklevers weten n.l. heel goed waar ze mee bezig zijn en vallen nooit uit de boom. Bumperklevers vallen ook niet uit de boom maar wel uit de tóón vanwege hun ergerlijke manier van rijden. Het zijn (wereld)-vreemde 'vogels' want ze bewegen zich ook vaak van links naar rechts en andersom, op zoek naar 1 meter extra ruimte voor zichzelf en zodra ze een geschikt plekje hebben gevonden blijven ze daar een tijdje hangen. Een tijdje, .... want als de voorganger uit veiligheid een beetje teveel ruimte, naar zijn/haar zin, laat ontstaan en op de baan rechts net even iets sneller wordt gereden gaan ze, als de gelegenheid zich voordoet, naar rechts en even later 'gewoon!' weer naar links; voorbij de "trage voorganger" van zo-even. Haast!, haast!, haast!, is het motto van deze ongeduldige verkeersdeelnemers. Het bij ver van tevoren aangekondigde wegversmallingen op het aller-, allerlaatste moment inhalen, nog nét vóór het eindigen van de invoegstroken, en daar invoegen, is weliswaar wettelijk toegestaan maar ik erger mij meestal mateloos aan deze z.g. slimme (egoïstische) rijders; ,,het mág, dus ikke-ikke doe het lekker ook!". ,,Oké, ze móeten de ruimte krijgen maar het is meer een kwestie van afdwingen. Ook het
gebruik van de met schuine, witte strepen gearceerde zone daarna is voor deze lieden geen enkel probleem. Ze wurmen zich daarbij rakelings voor je langs in de rij en jij moet maar zien hoe een aanrijding te voorkomen. Bumperklevers zijn levensgevaarlijke, ongeleide projectielen met het verstand op nul en de blik op oneindig want ze gedragen zich als een rijtje goederenwagons achter een locomotief; althans ze dénken dat te kúnnen. Echter, een goederenwagon weet dat hem/haar niets overkomt als de locomotief plotseling gaat afremmen, zelfs al vormen ze een sliert van 25 wagons, maar met een rij bumperklevers kan er heel snel van alles misgaan. In dit verband klopt de opmerking van Willem niet helemaal, in het citaat: ... ,,Er volgde een soort domino-effect van rode lichten die alsmaar sneller achter elkaar aan gingen" ... Was dat maar waar, dat alsmaar sneller. Nee, in zo'n rijtje haast en sukkelt men zich domweg voort, er van uitgaand dat iedereen gewoon zó dóór blijft rijden. Maar, áls de voorste auto plotseling gaat remmen duurt het, vanwege de reactietijd van elke rijder, geruime tijd eer b.v. nummer 10 pas begint met remmen want niet iedereen kan de remlichten van de allereerst remmende auto waarnemen. 

Fan-tilator

Sucade en andere kleverigheid -2-

Ingezonden

Sucade, en andere kleverigheid 2

In een artikel, over het berekenen van de remweg van een auto, wordt goed uitgelegd hoe gevaarlijk bumperklevend rijden eigenlijk is. Uit een rekenvoorbeeld van een deskundige, over veilige rijafstanden voor auto's, blijkt het volgende: bij een snelheid van 90 km per uur rijd je 25 meter per seconde, en bij een aangenomen reactietijd van 1 'schrikseconde' ben je dus al 25 meter verder eer je begint met remmen. Afhankelijk van de remvertraging (hoe hárd rem je) kom je al of niet tijdig tot stilstand. Bij de aanname van een remkracht van 8 meter per seconde kwadraat ontstaat dan een remweg van 39 meter, waarbij men nog tijdig tot stilstand kan komen (pfff!) maar de stopafstand is dan wel 25 + 39 = 64 meter. In dit voorbeeld is een rijafstand van 65 meter met je voorganger dus nog nét veilig, maar voor nummer 10 wordt het zeer waarschijnlijk boem! en hó! (én grrr!) want tussenafstanden van 65 meter zie je niet zo vaak bij de bumperklevers. Het lijkt zo eenvoudig, het voorkómen van de ontzettend nare kettingbotsingen, maar zolang bumperklevers rijden als "een kip zonder kop" blijft het wat dat betreft "kommer en kwel" op onze autowegen. Elke auto zou moeten worden voorzien van een afstandsdetector die, zodra de afstand tot de voorganger te gering is, het gas terugneemt en/of de auto laat remmen. Dit gaat natuurlijk nooit gebeuren maar een ontzettend vervelende pieper zou natuurlijk ook kunnen. Of, .... laat diezelfde detector, net als de tachograaf in een vrachtwagen, geruidloos registreren hóe vaak een 'bumperklever' te dicht achter een voorganger heeft gereden, waarbij deze gegevens draadloos, ook aan de politie kunnen worden doorgegeven maar daar 'kleven' natuurlijk weer allerlei bezwaren aan. Zo'n eventueel voorstel zou ongetwijfeld weer ellenlange, 'kleverige' 2e Kamer-debatten opleveren over b.v. privacy en het belemmeren van onze bewegingsvrijheid, of zoiets. De in opkomst zijnde dash-cam is misschien een uitkomst? Ondertussen vraag ik mij wel af wat we nóg méér kunnen doen tijdens het autorijden. 'Bumperklevers': bah !!!, ze kunnen van mij 'de boom in' (figuurlijk hoor) maar liever zie ik daar de boomklevers want die maken geen brokken.

Fan-tilator

P.S.: 
je kunt het "AFSTAND HOUDEN" op autosnelwegen ook 'stimuleren' door daar af en toe een vrachtwagen te laten rijden zoals in de video hierna (evt. na het wegclicken van een reclamefilm). Het filmpje stopt op 2:19 maar gaat op 2:25 weer verder!

BBQ en zonnescherm

droog
Gisteren vierde de buurman zijn verjaardag. De genodigden werden getrakteerd op een bbq. Helaas scheen de zon niet en begon het zelfs wat te motregenen. Maar beide omissies konden de gezelligheid niet drukken. We beschikken over een enorme parasol, die we als dak boven het terras hebben ingezet. Zo konden we tot laat in de avond droog buiten zitten. Dit keer weer kennisgemaakt met nieuwe gezichten en dito verhalen.
waterpas
Vanmorgen hebben Sonja en ik voor dezelfde buurman een spiksplinternieuw zonnescherm opgehangen. Buurman had zelf al de bevestigingsbeugels gemonteerd. Het was een kwestie  van het scherm in de beugels hangen en vervolgens de bouten vastdraaien. Toen het scherm uitgezet was, bleek het scheef te hangen. Dat lag niet aan de beugels, want die waren links en rechts in één lijn geheel waterpas. Het scherm heeft een paar stelbouten en na een paar slagen hing het scherm waterpas. Buurman blij, wij tevreden. Laat de zomer maar komen!

IBAN en BIC onzin

Sinds enige tijd zijn mijn bankrekeningnummers uitgebreid met een codering van letters en cijfers, de IBAN en BIC code. Mijn oorspronkelijke bankrekeningnummer blijft ongewijzigd. De toegevoegde nieuwe coderingen zijn voor die nummers elk standaard, of zo je wilt hetzelfde. Het vreemde is, dat als ik de IBAN of BIC vergeet, ik een melding krijg dat men bankrekeningnummer onbekend is! Je weet wel, dat nummer dat ik al ruim 50 jaar in gebruik heb!
Maar gelukkig kan ik op de website van de bank de codes opvragen. Hoe? Door mijn oude vertrouwde rekeningnummer van 9 cijfers in te toetsen! Dus de bank weet het wel, maar als ik de BIC of Iban niet opgeef weet de bank het niet. Wat een onzin!
Die codes beschouw ik als een vast voorloopgegeven, dus waarom moet ik die uit mijn grijze kop leren? Als ik een website wil bezoeken hoef ik ook niet dat standaard http://www enz in te toetsen. De banken willen graag extra coderingen voor hen zelf. Daar moeten ze dan niet de klanten mee lastigvallen. Laat mij maar mijn gewone bankrekeningnummers gebruiken. Met dat nummer mogen de simpele bankzielen in dezelfde tabel die ze nu hanteren om de IBAN en/of BIC door mij te laten opzoeken, gebruiken om die extra informatie zelf intern toe te voegen.

Stoepenschijters

De laatste weken kom ik op mijn wandelroute geregeld hondenpoep tegen op de stoep. Het betreft een spoor van flinke keutels van een grote hond, die blijkbaar geen tijd krijgt of neemt om te gaan zitten. De begeleider neemt ook niet de moeite om de boel op te ruimen. Er gaan geruchten dat het een Berner sennen hond betreft. De hond wordt blijkbaar geregeld te laat uitgelaten.
De maandagochtend begon voor mij positief. Ik werd aangesproken door een meneer die in zijn volkstuintje bezig was. Hij maakte mij een compliment omdat ik even eerder Fenna's grote boodschap had opgeruimd. Hoewel ze het vlak langs de rand van het struikgewas had gedeponeerd, heb ik het toch maar even met een zakje opgeraapt en in het struikgewas gegooid. Het zakje heb ik weer in de oude stand teruggebracht en dicht geknoopt. Dat gaat in de speciale container, die ook op de route ligt.
Het gaat om een groenstrook, die om een volkstuincomplex ligt. Meestal duikt Fenna halverwege het os in om daar te gaan zitten. Maar dit keer niet. Op die groenstrook liggen hier en daar hopen hondenpoep. Jammer, want het is een strook bedoeld voor de eigenaren van de volkstuinen die vaak lopen of op de fiets komen. Ik dankte meneer voor het compliment en vertelde hem over het feit dat wij niet beter weten dan dat de poep opgeruimd moet worden. Zelfs in een losloopgebied. Daar wordt soms ook op onhandige plekken wat achtergelaten, zoals midden op een pad of voor de entree.
Geen van onze honden hebben ooit op straat of op de stoep zijn/haar behoefte gedaan. Een kwestie van aanleren in de puppyfase. Zoals met zoveel gedragingen van de hond is het een kwestie van als puppy aanleren en daar de rest van zijn/haar leven profijt van hebben.

zondag 14 juni 2015

Amsterdam

Ter hoogte van Almere zie ik de conducteur nogal lang staan bij een stoel die in het treinstel van de Sprinter voor ons staat. Hij praat en schrijft op een setje formulieren. "Een zwartrijder", zeg ik tegen Sonja. Niet veel later komt een tweede conducteur assistentie verlenen. Het blijft rustig, maar dat er iets niet verloopt zoals het zou horen, blijkt wel uit de manier waarop andere reizigers het tafereel volgen.
Even later gaan de beide conducteurs posten bij de deuren. "Je kent de procedure?", vraagt de een aan de ander. De ander knikt met een glimlach. Als de Sprinter in Almere Centrum stopt, komt een tweetal in gele hesjes geklede mannen het treinstel binnen. Ze nemen de zwartrijder mee naar buiten. Via de omroepinstallatie verontschuldigt de machinist zich voor het oponthoud en belooft de ontstane vertraging te proberen weg te werken. Maakt ons niet uit, we hebben alle tijd. Vandaag gaan we naar Amsterdam.
Vlak voor Amsterdam zie ik kleine regenspatjes op de ramen verschijnen. De buitentemperatuur is een graad minder geworden sinds de aanvang van de reis.
We verlaten de trein en het station en lopen via het Damrak richting de Dam. Na het oversteken van de Prins Hendrikkade horen we achter ons een klap. Er ligt een fiets op de grond en de boze berijder geeft een toerist een schop. De eerste reed nogal snel over het fietspad, terwijl de toerist door rood liep. Het zou niet bij één incident blijven. Maar eerst tijd voor koffie! Net op tijd stappen we een gezellige tent binnen. De regen is van wat druppels overgegaan in een heuse bui. Maar wij zitten droog.
Als we de wandeling voortzetten is het bijna droog. Op de Dam is het vrij rustig, al is het wel zo dat we overal buitenlandse toeristen zien. Of zijn het zakkenrollers in werkkleding? Je weet maar nooit in zo'n stad. Een paar honderd meter na de Dam maken we een doorsteek en belanden in de Kalverstraat. Nog voor het Muntplein gaan we rechtsaf de Heiligeweg op om via de Bloemenmarkt aan de Singel naar het Muntplein te lopen. Hier is het aanzienlijk drukker. De tentjes zijn afgeladen met nieuwsgierige toeristen die met bloembollen, klompen en molentjes lopen. Een leuk schouwspel om naar te kijken.

Amsterdam -2-


We steken het Muntplein over en wandelen de Reguliersbreestraat in. Op het Rembrandtplein is het druk. Vooral bij het beeld van de fameuze schilder. Hij kijkt neer op niet alleen de mensen, maar ook op metalen uitvoeringen van de figuranten van zijn Nachtwacht. Het eens kleine plantsoentje met gietijzeren hekje, waarachter het donkere standbeeld van de kunstenaar wat onopvallend en eenzaam stond te zijn, is veranderd in een aantrekkelijk plein. Ook het standbeeld van de kunstenaar zelf heeft een vrolijke kleur gekregen. Vervolgens gaan we richting het Waterlooplein. We steken de Utrechtsestraat over en lopen via de Amstelstraat naar de gelijknamige gracht. Op de Blauwbrug maak ik een foto van de Magere Brug die verderop ligt. We steken het laatste stukje van de Amstel over. We passeren de Nationale Opera & Ballet en de Stopera en komen op het Waterlooplein aan. Alles ziet er uiteraard heel anders uit dan in de jaren 70, toen ik in Amsterdam woonde en werkte. Maar het toerisme heeft ook hier tot veranderingen geleid. We lopen al een tijdje in een weedlucht en beginnen al wat vreemde opmerkingen te maken. Sonja is wat duizelig. Vooral jonge toeristen zijn erg geïnteresseerd in alles wat met weed te maken heeft. En met seks, want voor de seksshops wordt ook veel geposeerd. Uiteraard door louter mannelijk volk. In een kraam zie ik een t shirt waarop iemand cocaïne snuift. Geen lijntje zoals in de rest van de wereld, maar uit een soeplepel waar een flinke kop van het witte gif op zit!
Op het Waterlooplein ploffen we aan een tafeltje neer. Tijd voor een slokje en een hapje. Het is er erg gezellig. Niet te druk en niet te lawaaiig (schreef de oude man).

Amsterdam -3-

We verlaten het Waterlooplein en besluiten via nagenoeg dezelfde route terug te lopen. In de Reguliersbreestraat passeren we de beroemde Kwekkeboom patisserie. En weet je wat? Ik heb daar geen kroketje gekocht. Wel bij de Febo! Haha! Bij het Muntplein zien we hoe een toerist zijn hond laat aanrijden. Door een fietser gelukkig. Meneer loopt met zijn partner en hond pardoes door het rode voetgangerslicht. Beiden letten geen moment op het verkeer. Gelukkig mankeren de hond en de mevrouw op de fiets niets. Het valt me op hoeveel toeristen zich niets aantrekken van de verkeerslichten. Er staan toch veel mensen gewoon netjes te wachten tot het licht op groen springt. Maar ach, in Amsterdam mag bijna alles. Na de Kalverstraat gaan we via de Nieuwendijk verder globaal richting het station. Het is inmiddels zo'n drie uur later. Aan het eind rechtsaf en een klein stukje over de Prins Hendrikkade. Dan naar links, oversteken en dan richting het Centraal Station. We kunnen de Intercity naar Lelystad nemen, maar nemen toch maar weer de Sprinter. Tussen Diemen en Almere zien we de enorme ingreep in de infrastructuur rond de snelwegen. Ze moet verbetering brengen in de verbinding tussen de jonge stad en de Randstad in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Onderweg besluiten we spontaan op het station Almere Centrum uit te stappen. Vlakbij het station nemen we plaats op een terras voor een kop thee. De bediening laat te wensen over. Een jonge serveerster wil per se dat we de cola light nemen, die ze op haar dienblad heeft staan. We houden voet bij stuk en zeggen dat we net zijn gaan zitten en thee willen. Niet veel later blijkt dat ze structureel niet weet wie wat besteld heeft. Met afgeladen dienbladen gaat ze tafeltjes langs met de vraag of men datgene besteld heeft wat op haar blad staat. Erg snel is ze ook niet, maar dat is van minder belang. Als ze eindelijk tijd voor ons heeft, zegt ze : "Mijn collega komt zo bij u." Al met l duurt het nog een tien minuten eer we geholpen worden. En wie verschijnt er met de thee aan onze tafel? Juist, de dolende serveerster! Haha!
Terwijl we aan onze welverdiende thee nippen, kijken we naar het voorbijtrekkend publiek. Een gemêleerd gezelschap uit allerlei culturen. Het heeft wel wat.
Na de thee maak ik een wandeling over de markt, terwijl Sonja een drukke kledingzaak bezoekt. Samen gaan we nog wat inkopen doen bij Oriental, dat zich tegenover het thee-terras van de dolende serveerster bevindt. Dan stappen we weer op de Sprinter voor het laatste stukje van de reis. Door een onoplettendheid stranden we op het station Almere Oostvaarders! Het is het eindstation van deze Sprinter. Hoe verzint men het? Aan de andere kant : Almere Oostvaarders en eindstation, ik kan me er wel wat bij voorstellen. Opdat station krijgen weer te maken met zwartrijders. Zowel figuurlijk als letterlijk. Het tweetal komt schreeuwend aanrennen. Een van hen springt over de gesloten poortjes, terwijl de andere met een flinke karatetrap een van de poortjes naar het station open trapt. Welkom in Almere. We kijken vanaf het perron tegen een sporthal aan waar Indische Buurt opstaat. Er is verder niest Indisch aan die buurt te zien. Het zijn gewone Hollandse huizen en de wind staat niet dusdanig dat ik bekende geuren kan ruiken. Het zal wel net als de wijk Warande in Lelystad zijn : nep. Na tien minuten wachten zetten we opgelucht de terugreis voort. Het laatste incident kon onze pret niet drukken. Het was weer een leuke, gezellige dag.

donderdag 11 juni 2015

Hotter than my daughter

Gisteravond stond ie op RTL 4, waar Gordon probeerde moeders weer netjes in de kleren te krijgen. We hadden net gegeten. De beelden van zo'n programma schreeuwen bij mij  de antiperistaltische beweging acuut wakker. Also : zum Kotsen. Ik begrijp trouwens niet waarom die dochters van die dwaze, vaak ordinaire moeders zichzelf niet te vondeling leggen of laten adopteren. Als je moeder zo gekleed de woonkamer binnenkomt, zou je haar ook subiet aan de ketting kunnen leggen? Zo te zien hebben al die vrouwen een tik. Ze lijken in hun puberjaren te zijn blijven hangen. Arme kinderen. Zelf ben ik een keer door onze oudste zoon tot de orde geroepen. Ik was bezig met het schoon spuiten van het terras, toen ik hem uit (de basis-)school ging halen. Dus stond pa daar met zijn korte broek, t-shirt en laarzen aan. Foute boel! Ik heb hem nog jaren mij horen waarschuwen als ik hem ergens moest gaan ophalen : "Als je maar zonder laarzen komt, pa!"
Natuurlijk kwam de tijd, dat ik ook mijn shirt niet meer in mijn broek mocht stoppen en mijn witte tennissokken verbannen werden. Ik kreeg er sneakersokken voor terug.  Ze lijken veel op mutsen van smurfen. Mijn Jansen en Tilanus onderbroek moest vervangen worden door een boxershort van Björn Borg. Misschien heb ik daar die tennisballen tennisarm aan overgehouden.
Ik heb trouwens nooit mijn spijkerbroek met bretels tot onder mijn oksels gedragen. Daar let ik zelf wel op. Ik heb wel bretels. Die gebruik ik voor mijn leren motorbroek. Dat ding is lood zwaar en dan is zo'n bretels handig. Gewoon om mijn schouders, want ik weet hoe je die moet gebruiken. Dat is dus iets wat de hedendaagse jeugd niet weet. De jeugd weet trouwens ook niet meer de eigen broek ophouden. Dat kon ik al voordat ik een puber was.

Mijn hond en ik -2-

Vanmiddag is Fenna naar de dierenarts geweest voor haar controle en de entingen. We dachten dat haar nagels te lang waren, maar dat is dus niet zo. "Als ik die ga knippen, snij ik in haar vlees", zei de behandelende arts. Uiteraard werd Fenna gewogen. Dit keer zonder mij op de weegschaal. Volgens de dierenarts is Fenna solo een kleine 1,5 kilo te zwaar. Hij ging daarbij af op haar buikje. Hij zal wel gelijk hebben hoor. Er zijn tabellen voor. Net als voor mensen. Fenna's dagelijkse eetwereld ziet er als volgt uit : 's morgens twee bruine boterhammen met leverpastei (droog brood vreet ze niet), rond koffietijd krijgt ze soms een pensstaafje of een gerookte kippenpoot en dan 's avonds haar brokken (hoeveelheid volgens de gewichtstabel).
Zo'n 6 dagen in de week is ze in de middag aan het rennen totdat ze vermoeid hijgend in het gras neerploft. Iets wat de arts ook wel kon zien. "Ze is wel goed in beweging", zei ie. Neemt niet weg dat Fenna dus iets te zwaar is. "Dus dat wordt slechts één bruine boterham 's morgens, meid!", zei de baas terwijl hij een hap uit het koekje bij de thee nam....

Ichthus op de schuur


Hier in de buurt bevindt zich een complex met volkstuintjes. Ik ken dat fenomeen al sinds mijn vroege jeugd. In het laatste deel van de Resedastraat (gezien vanaf de Hoofdstraat) bevonden zich tegenover de woningen en dus achter de flat van de BG Cortslaan in de jaren 50 ook volkstuinen.
Hier in Dronten dus ook. De meeste liggen er mooi bij. Ik zie de aardappelplanten, uien, diverse soorten kool, sla enz. dagelijks groeien.
Gelukkig staan er her en der van die fraaie, ouderwetse waterpompen langs het complex, zodat in deze droge periode voldoende nattigheid voorhanden is. En droog is het, getuige de gebarsten grond. Niet ieder vindt de voorzieningen voldoende. Er is een schuurtje waar men wellicht geregeld de hand ineen vouwt en devoot geknield Onze Lieve Heer vraagt om een mooie oogst. Ik ben benieuwd naar de uitwerking.

Yellow ribbon

Het schijnt zo te zijn, dat sommige hondeneigenaren een geel lintje aan de riem binden. Dat lintje moet omstanders erop attenderen, dat de hond in kwestie 'ruimte nodig heeft'. Er zijn best wel honden met een probleem. Maar meestal is de baas het probleem. Dus zo'n geel lintje zegt dan : "Ik kan geen hond opvoeden" of  "ik heb mijn hond niet onder appel / controle." Een lintje van onvermogen dus. En natuurlijk zijn er honden die niets met andere mensen en/of beesten hebben. Maar dat aantal is beduidend minder.
Fenna kijkt naar de gele lintjes show
Slechts 4 á 5 % van de hondenbezitters is bekend met de betekenis van dat gele lintje. De rest herkent aan de manier waarop de hond en/of de baas zich gedraagt, of ze te maken hebben met een lastig mormel in kwadraat. Meestal zijn het kleine honden die aan lange lijnen of los worden uitgelaten. Vaak zie ik hun bazen al zenuwachtig en krampachtig reageren als een andere hond in aantocht is. Sommigen maken rechtsomkeer. Met een chagrijnig gezicht, dat quasi verontwaardigd zegt : "Shit, weer wiens hond die van mij lastig valt!" Want het ligt natuurlijk niet aan hen. Als iedereen die zijn of haar hond niet onder controle heeft zo'n geel lintje zou moeten gebruiken, ga ik die linten verkopen. Kassa! Misschien komt er dan ook in de hondenwereld jaarlijks een lintjesregen.
In bepaalde programma's over het verkeer, wordt gewag gemaakt van de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer. Het lijkt mij een goede zaak om de gele lintjes mormels ook een Educatieve Maatregel Gedrag en Hond op te leggen.
Kortom, als ik een geel lintje zie dan heb ik zo mijn bedenkingen over de opvoeding van de hond.

woensdag 10 juni 2015

Wie wat bewaart

die heeft wat. Variërend van een kleine afwijking tot een trauma. En natuurlijk spullen. Van gewoon wat tot enorm veel, zoals te zien is in het tv programma "Mijn leven in puin". Ik doe daar ook aan mee. Aan bewaren. Ik heb een mandje met allerlei ijzertroep; van planksteunen tot strippen. Restanten dus. Ik heb ook doosjes met bouten, moeren, schroeven enz. in allerlei verschillende maten. Als ik iets sloop demonteer, dan selecteer ik ook onderdelen op bruikbaarheid. Van een close in boiler houd ik wat boutjes en bedrading met kabelschoentjes over. Vraag me niet waarvoor ik die ga gebruiken. Ze vallen onder mijn "je weet maar nooit" paraplu.
te lang in water bewaard....
Vorig jaar heb ik vanwege de verhuizing al die materialen weggegeven. Dus ik ben op mijn nieuwe stek blanco begonnen. Maar zo geleidelijk aan begint de collectie weer te groeien.
Al moet ik zeggen dat mijn insteek dit keer wat gewijzigd is. Ik verzamel nu materialen, die ik kan gebruiken voor mijn geklus voor de buurtbewoners. Allemaal gratis spul, dat gratis ingezet wordt. Een mooie vorm van hergebruik. Omdat we aanzienlijk kleiner behuisd zijn, ben ik een stuk kritischer geworden met de selectie. Ik zal alles op alles zetten om te voorkomen dat die Lieke van Lexmond bij mij langskomt.

Mijn hond en ik,

voor bij de koffie....
we zijn te dik! Een nieuw tv programma, waarin honden en eigenaren op dieet gezet worden. Ik stond ook weleens met een hond op de weegschaal. Louter uit psychologische overweging hoor. Als de naald voorbij mijn 'normale'(wat heet) gewicht schoot, dan keek ik bestraffend naar Zorro. Dat gaf mij een beter gevoel, dan naar mezelf te wijzen. Het is net als met eten. Als ik een slagroompunt bij de koffie (nota bene met één zoetje...) neem en Fenna kijkt me bedelend aan, dan zeg ik : "Foei Fenna, dat is niet goed voor jou!" en vervolgens stuur ik haar weg. Erg hè? Het is weer zo'n moment dat ik erg blij ben, dat een hond niet kan praten. Maar dat een mens zichzelf zo kan bedotten. 't Is toch te gek voor woorden. Maar ja, dat bevalt mij vele malen beter dan zoiets tegen mezelf te zeggen en mezelf of dat gebak weg te sturen.
Grrrr! Daar gaat weer een gehaktbal...
Samen zijn we dus te dik, maar alleen ben alleen ik te dik. Maar daar til ik niet zo zwaar aan. Ik ga niet geregeld naar de snackbar. Zoals die zeer corpulente (klinkt vriendelijker dan moddervette) mevrouw, die ik daar geregeld met x benen naar binnen zie strompelen. Ik zou haar bijna willen wegsturen. De frituurpan staat 6 van de 7 dagen in de kast. Totdat het vrijdag, patatdag is.
Ik weet van mezelf, dat mijn overgewicht voornamelijk gezocht moet worden in mijn tijd voor de tv. Dat is 's avonds na het eten en dan rond een uur of negen. Dan komt er een soort snoep- en/of snackwens opzetten die nog erger is dan de kinderwens bij menige vrouw. Dan ga ik even in een bepaald kastje kijken. Ik ben niet zo'n liefhebber van chips. Wel van tuc en chocolade. Vooral de laatste. Pure chocolade, daar ben ik aan verslaafd. Dus ik snoep gewoon te veel. Daarom zijn Fenna en ik samen te dik.