In het laatste jaar dat ik op de middelbare school Scheikunde kreeg, ging het om populaire wetenschap. Het ging over kaas- en zeep maken, bierbrouwen enz. Die onderwerpen waren er vanwege het feit dat ik de A kant was opgegaan. Ik vond het best wel interessant, maar geen kennis om daarmee later aan de slag te gaan. In die periode kreeg ik ook 2 jaar het vak Recht. Dat vond ik ook wel interessant. De inhoud van dat vak heb ik warm gehouden vanwege situaties, waarin ik in mijn loopbaan te maken kreeg met contracten en privé met het erfrecht.
Ik leerde in het vak Natuurkunde waarom je in de holle kant van een lepel jezelf op z'n kop ziet. Ik leerde toen ook over holle en bolle lenzen en over dito spiegels. Ook interessant, maar ook verder niets mee gedaan dan enkel de kennis opnemen (o, zit dat zo).
Een vak als Economie vond ik ook interessant. Geschiedenis ook, maar dan alleen in hoofdlijnen. Hoe de steek van Napoleon stond tijdens de Slag bij Waterloo interesseerde mij geen fluit. Helaas had ik een paar jaar een leraar die er nare gewoontes op nahield. Bijna elke les begon hij over de Molukken en de heren Manusama en Soumokil (heeft op hetzelfde lyceum in Leiden gezeten). Tot vervelends toe. Ik weet niet hoeveel van mijn klasgenoten een hekel hebben gekregen aan hem of aan Molukkers. Ik aan hem, want hij stelde ook kinderachtige vragen. Als we een paar hoofdstukken uit het boek moesten leren, vroeg ie bijvoorbeeld : "Op pagina X staat een afbeelding. Wat is het onderschrift ervan?" Of : "Wanneer was ongeveer de moord op de gebroeders De Witt?" Wie dan zei "begin 1670" dan was dat fout. Nee, dan moest je van hem toch de exacte datum noemen. Voor het eindexamen vreesde ik het ergste. Gelukkig kreeg deze docent tijdens het examen ruzie met de gecommitteerde. De laatste vond hem ook erg kinderachtig examineren. Ik hield mijn mond dicht en keek zielig. 😀
Mijn interesse voor het vak groeide weer, toen ik op Curaçao de andere kant van de vaderlandse geschiedenis hoorde. Daar maakte ik ook kennis met de cultuurverschillen tussen Nederlanders en Antillianen. Min of meer hetzelfde als wat ik in Nederland had ervaren vanuit onze cultuur thuis.
Antillianen moesten net doen alsof het Nederland was. Dus niet van het leven genieten, maar klagen over het weer en hard werken.
Van de geologische tijdperken weet ik niets meer. Dat hoefde ook niet, want de vraag is gewoon : "Onder welke steen heb jij gelegen?" Dus het Perm, Carboon, Trias enz. was niet belangrijk. Ik ken trouwens ook geen familie uit die tijd. 😊
Aan het meeste van wat ik geleerd heb op school heb ik later weinig tot niets gehad. Achteraf gezien had ik liever lessen over het leven gehad. Over omgaan met enge buren en zo.