dinsdag 4 augustus 2026

Op het matje komen

Tijdens mijn loopbaan moest ik een paar keer op het matje komen. Achteraf vond ik het elke keer weer een beetje een zielige vertoning.
De eerste keer leek het op een soort rechtbank. Aan de andere kant van de directietafel zaten drie directeuren van een familiebedrijf.
Die eerste keer kreeg ik te horen, dat mijn medewerkers (ik was hoofd Automatisering) mij niet bij mijn voornaam mochten noemen en mij met U en Meneer moesten aanspreken. Dat was nota bene in 1981. Ik kreeg ook een reprimande, omdat ik de bonus in de vorm van waardebonnen onder mijn medewerkers had verdeeld. Ik kreeg ze vanwege het feit dat de afdeling de jaarcijfers via veel overwerk een maand eerder dan gewoonlijk had opgeleverd.
Een andere keer werd ik door een directeur 2 dagen voor einde contract weggestuurd. Ik had een, in de ogen van de opdrachtgever, onmogelijk project succesvol opgeleverd en daarnaast de organisatie van de informatievoorziening op poten gezet. De directeur vond dat ik me met zijn zaken had bemoeid, toen ik de afdeling complimenteerde met hun nieuwe leidinggevend.....
De laatste keer was vlak voor het einde van mijn loopbaan. Een interim directeur had mij tijdens een presentatie openlijk voor leugenaar uitgemaakt. Hij moest van de OR en het personeel zijn excuses aan mij aanbieden. In plaats daarvan kreeg ik een ontslagbrief waarin ik met valse bewijzen door hem van fraude werd beschuldigd. Natuurlijk verloor hij de rechtszaak en ik mijn baan. Dat laatste kwam hm goed uit, want hij bleek een dubbele agenda te voeren. Hij had het bestuur voorgesteld de IT functie uit te besteden.
Op het matje komen is een ouderwetse uitdrukking. Er zijn nog steeds leidinggevenden, die zo ouderwets ermee omgaan.