Wat een drukte om die ene dode (Rob de Nijs). Over de duizenden anderen die veel jonger waren hoor ik niets.
Iemand zei een keer tegen mij : "Jullie zijn rijk." Het ging over geld en niet over een vorm van geluk. In die tijd was ik nog de enige die werkte. Sonja zorgde thuis voor de kinderen. Degene die mij de vraag stelde werkte ook. Zijn vrouw trouwens ook. Hun gezamenlijk inkomen was hoger dan het mijne. Maar hun uitgaven waren heel anders. Met gevolg dat ze vaak op het eind van een maand in de min waren gezakt. Ik vond hun bestedingspatroon ook verbijsterend. Kleding, muziek en veel andere hebbedingetjes waren belangrijker dan de vaste lasten. Om die reden werd een keer de gaskraan dichtgedraaid.
Het kwam erop neer, dat het "Jullie zijn rijk" wat mij betreft inhield : "Wij hebben een gat in onze hand" of "Wij kunnen niet met geld omgaan."
Zo hoorde ik ook iemand zeggen : "Jij bent brutaal". Maar die persoon zelf was erg verlegen. Tja, dan is iemand die mondig is al gauw voor hem brutaal.
Iemand die altijd gepest wordt, kan dat ook zelf veroorzaken vanwege zijn houding en zelfs vanwege het voorkomen. Ik bedoel : als je je slordig kleedt of goed verzorgt krijg je daar opmerkingen over. Dat geldt vooral voor kinderen.
Iemand die nauwelijks assertief is, vindt een ander die dat wel is al snel overheersend of een grote mond hebben. In panieksituaties blijf ik rustig. Dus interesseert het mij niet, was een gevolgtrekking. Maar ik dacht na over een oplossing in plaats van over paniek maken. Ergo : de verwijten die iemand uit kunnen ook op hemzelf betrekking hebben.