Het lukt me nog steeds om me dagelijks zonder kleerscheuren of erger door het verkeer te begeven. Dat is al heel wat, gezien de vele gekken op en in de weg. Hoewel ik elke ochtend dezelfde routes rijd, moet ik voorkomen om niet routinematig te fietsen. Ik weet waar ik zoal voorrang zou moeten hebben, maar krijgen is iets anders. Als ik zie hoe andere verkeersdeelnemers bijvoorbeeld om overstekende voetgangers heen rijden, ook op zebrapaden, dan besef ik hoe gevaarlijk de routine kan zijn. Men houdt totaal geen rekening met de wet van Murphy. Als een voetganger op het zebrapad zou vallen, is de kans groot dat ie overreden of aangereden wordt.
Zelf geef ik duidelijk aan welke kant ik opga. Dat doe ik door mijn arm horizontaal uit te steken. Dat doen velen niet en dat is soms lastig. Richting aangeven vind ik belangrijk. Het valt bij mij binnen het kader van "Zeggen wat je doet en doen wat je zegt". Duidelijkheid over en weer dus.
Er zijn hier stukken openbare weg, die weliswaar door fietsers gebruikt worden maar feitelijk voor voetgangers bedoeld zijn. Ik handel daar naar, door er vanuit te gaan dat het gebied primair voor voetgangers bedoeld is. Desnoods stap ik even af. Jongeren scheuren op hun fiets tussen de voetgangers door. Er zijn er ook die dat op een scootmobiel doen. Compleet met chagrijnig gezicht, dat (vanwege de snelheid?) aan een zuurstoffles gekoppeld is.
Ja, ook wandelend door een winkelcentrum moet ik blijven opletten. Toch doe ik structureel iets verkeerd. Ik heb weliswaar een fietshelm, maar ik gebruik hem sporadisch. Dat moet anders. Fysiek ga ik al achteruit. Ik wil het tot dat beperkt houden.