Vanmorgen heb ik eerst wat gereedschap in een emmer gedaan. Ik heb hier geen gereedschapsbakje, je weet wel met zo'n handvat. Maar een emmer of zak is voor mij ook prima. In mijn jonge jaren (zei opa) had ik zelf zo'n bakje gemaakt van hout. Met als handgreep een stuk van een (afgebroken -denk ik-) bezemsteel. Handig om enkel het gereedschap mee te nemen wat ik op de klusplek nodig heb. Lopen is gezond, maar van heen en weer lopen word ik tegenwoordig moe. 😆
Ik heb na het ontbijt mijn spiekbriefje even bekeken. Het eerste wat daarop stond genoteerd, was de kabel van het PCS (Pet Containment System) onder de grond doen.
Gelukkig is het geen kabel die volgens het Klic / Wibon gelegd en geregistreerd moet worden. Een geul van 60 cm diep en 20 meter lang wordt het dus niet. Trouwens, het Klic is ook niet altijd even betrouwbaar. Het komt vaak voor dat zo'n kabel of leiding niet op de geregistreerde plek gevonden wordt of dat de gravers verrast worden met een niet geregistreerde.
Ik hoef enkel een spade in de grond te steken en vervolgens wat ruimte maken door de spade wat heen en weer te bewegen. Dus dat valt mee. Alleen moet ik dat over een lengte van 20 meter doen.
Met de ochtend zon in de rug ben ik aan de slag gegaan. Het PCS is actief en ik wil het graag zo houden. Het lastige van het werk was het lange gras langs de greppel. De spade sneed het niet altijd door. Dat lang gras blokkeerde dan het geultje. Maar met een bamboestokje lukte het de kabel in het geultje te duwen.
Vanwege de eentonigheid heb ik het werk wat afgewisseld; een paar meter met de spade en daarna de kabel erin gelegd / geduwd. Tegen 10.30 uur was ik klaar. Voor de zekerheid controleerde ik even het centrale kastje van het systeem. De afbakening van het terrein werkt nog steeds. Hoera! Het eerste klusje kan weggestreept worden. Koffietijd.
