Ik heb al eens geschreven, dat ik heb leren liegen. Ik loog, omdat de waarheid zeggen mij toch straf opleverde. Straf die niet proportioneel was, zou men tegenwoordig zeggen. Maar goed, ik ben er niet slechter van geworden. Het was toen heel gewoon. Ik zag en hoorde het ook van leeftijdgenootjes.
Toch kan ik me slechts één leugen goed herinneren. Die leugen viel mij het zwaarst. Die leugen sprak ik uit op de IC tegen mijn moeder. Ze zei tegen mij dat ze heel graag wilde gaan. Ik zei toen, dat het goed was. Dat we het hier wel zouden redden zonder haar. Die pijnlijke leugen achtervolgt me bijna dagelijks.