woensdag 28 oktober 2026

Toen was geluk heel gewoon

Als ik terugkijk in de tijd, ben ik tevreden over het feit dat ik in de jaren 50 en 60 ben opgegroeid. We waren met weinig tevreden. Er was sprake van de hoge graad van sociale cohesie en de sfeer was handen uit de mouwen steken en aan de slag. Het was bijzonder wanneer mijn moeder een tulbandcake bakte. Of met de feestdagen aan het eind van een jaar kroketjes maakte en een kerstbrood. Dat brood noemde ze een schildpad, want het had de vorm van het schild van dat dier.
Mijn vader was vaak weg. Soms weken, maanden en zelfs en keer anderhalf jaar. Er stonden bij terugkeer geen vrouwen op de kade. Afgezien van die van officieren. De rest had het daar te druk voor. Ze zorgden voor de kinderen. Een zorg die toentertijd veel omvangrijker was vanwege de heersende armoede en stand van de techniek. Lopend boodschappen doen, met de hand de was doen, zelf kleding maken, voedsel inmaken en reguliere huishoudelijke bezigheden. Veel activiteiten waarbij ook de kinderen betrokken werden. En toch heerste er een sfeer die geluk uitstraalde. Met het verstrijken van de jaren werd het alsmaar beter.
Totdat de boel ging afbrokkelen. Het dieptepunt is volgens mij nog niet bereikt.