Toen we ergens op een terrasje wat wilden gaan drinken, namen we plaats aan een nog vrij tafeltje. Eenmaal neergeploft, kwam een serveerster naar ons toe. Ze begroette ons vriendelijk en begon met een vochtige doek het tafelblad af te nemen. Nou ja, afnemen. Het was vegen. Er vielen kruimels op de grond en op de stoelen naast ons. "Zo, dat was dat", dacht ze ongetwijfeld, "het tafeltje is weer schoon." De twee stoelen in elk geval niet", dacht ik op mijn beurt. Ze legde het doekje op een plek met andere spullen en begon onze bestelling te noteren. Later pakte ze het doekje nog een paar keer om tafels schoon te maken. Het doekje werd niet anders gebruikt. Gewoon met dezelfde gebruikte kant.
We zien het vaker hoe mensen denken iets te moeten schoonmaken. Ik noem het vuil verplaatsen. Dat hebben wij anders geleerd. Maar ja, als je ouders zelf ook nauwelijks schoonmaken dan raken kennis en vaardigheden verloren. Ook omdat de Huishoudschool verdwenen is.
Onze manier van schoonmaken en opruimen heeft ook een nadelige kant. Op onze oppasadressen houden we de boel ook schoon en opgeruimd. Nu valt het de bewoners op, dat hun huishoudelijk hulp helemaal niet zo goed schoonmaakt. 😆 Ik lach wel, maar het is geen leedvermaak. Ik lach omdat het leuk is te horen, dat wij zo goed schoonmaken en opruimen. Wij zien ook hoe bepaalde hulpen in de huishouding ook niet weten hoe schoon te maken. Een vochtige doek of dweil geregeld uitspoelen doen ze niet. Evenmin een gebruikte kant van een doek wegvouwen en een schoon deel gebruiken.
Als het werk gedaan is, blijven strepen van opgedroogd vocht over.