Als ik in de loods bezig ben, ben ik meestal alleen. In het begin kwam er af en toe een leergierige kat naar binnen. Die schooierde dan rond. Vaak wist ik niet eens waar ie was. Pas als ik de deur dicht deed, kwam ie tevoorschijn. Niet altijd. Dan had ie gewoon pech, want ik was niet van plan op kattenjacht te gaan. Maar als de werkbus weer terugkwam kon ie alsnog weer naar buiten. En anders schreeuwde ie de hele buurt bij elkaar.
Vanmorgen stond de overheaddeur open. Meestal doe ik hem niet helemaal open, omdat ik meestal met mijn rug naar die deur sta. Maar de bus was net vertrokken en ik was niet van plan lang te blijven. Het is immers maandag. 😆 Omdat de deur dit keer helemaal openstond, vond een van de poezen, Noor, het nodig als portier annex bewaker op te treden. De roodharige Noor nam plaats in de deuropening en controleerde de omgeving.
Niet iedereen heeft vertrouwen in zo'n roodharig geval, vanwege de uitspraak : "Rood haar en elzenhout zijn nimmer op goede grond gebouwd." Maar die betekenis is al lang geleden achterhaald. Omdat ze haar werk goed gedaan heeft, heb ik haar eerst maar weggestuurd voordat ik de deur liet zakken. Niemand zit op een platte Noor te wachten.
