dinsdag 3 maart 2026

Uit de buurt

Meneer is weer opgedoken. Hij liep weer met zijn arm in een mitella. Hij bleek een paar dagen in het ziekenhuis te hebben gelegen, zo denken wij. Dus we hoeven ons geen zorgen te maken.
Van een buurtbewoonster hoorde ik dat ze nogal verontwaardigd is over de manier waarop kinderen bij een supermarkt bezig zijn. Bij die toko krijgen klanten zegeltjes. De kinderen staan bij de uitgang en schreeuwen om het hardst om die plakkers. Gewoon fatsoenlijk vragen is er niet bij. We maakten het mee toen we die ene keer met de auto boodschappen deden.
De vrouw vertelde dat ze bij de kassa stond, toen twee kinderen van een jaar of 10 haar vroegen of ze soms de zegeltjes spaarde. De vrouw zei 'neen' met gevolg dat een van de meisjes haar vroeg of zij die dan mocht hebben. Mevrouw vond het goed. Nadat ze had afgerekend en aangegeven had dat ze de zegeltjes wel wilde gaf de medewerkster haar 6 zegels. Nog voordat de vrouw de strip met zegels aan een van de meisjes kon geven, werd die uit haar hand gerukt! De meisjes renden vervolgens gillend naar de uitgang.
De vrouw vond het gedrag onfatsoenlijk. "Ze zeiden niet eens dank u wel", zei ze nog steeds verbaasd.
Ik troostte haar door te zeggen dat wij ook geregeld te maken hebben met onfatsoenlijk gedrag van kinderen. Er is geen begeleiding van de ouders. Die hebben daar geen zin in of tijd voor. Of vinden het gewoon. Ze vergeten dat wij en anderen ook grenzen hebben. Maar als we die, hoe vriendelijk ook, aangeven, wordt door de ouder(s) verontwaardigd gereageerd. Alsof je hun kind geweld aandoet. Voordat je het weet sta je voor de rechter. Want sommige kinderen hebben een zeer rijke fantasie of hebben al vroeg last van wraakgevoelens.
Wij hebben de zegels mee naar huis genomen. Dat besluit werd bij de entree van de winkel al besloten.