Van een advocaat kreeg ik na vrijspraak het advies een aanklacht te overwegen tegen een interim directeur. De directeur had mij en een collega beschuldigd van fraude. Het bewijs, een paar bestelformulieren, had meneer zelf gemaakt en ondertekend met mijn naam. Helaas voor hem deed ook de datum op het formulier hem de das om; ik was in die week namelijk vrij.
Mijn advocaat adviseerde mij de directeur aan te klagen wegens valsheid in geschrifte (Art. 225) en een claim in te dienen van een jaarsalaris wegens imagoschade. Maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik was enkel op zoek naar rust. Niet naar geld of wraak.